<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:6900</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-25T10:41:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">83/293026-22 vordering TUL: 10/052099-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:6900">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:6900</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-25T10:39:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:6900 Rechtbank Rotterdam , 24-05-2024 / 83/293026-22 vordering TUL: 10/052099-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:6900:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Jeugdstrafrecht. Vrijspraak voorhanden hebben/ter beschikking stellen professioneel vuurwerk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:6900:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 83/293026-22 </para>
      <para>Parketnummer vordering TUL: 10/052099-22</para>
      <para>Datum uitspraak: 24 mei 2024 </para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2006,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres </para>
      <para>
        [adres],</para>
      <para>raadsvrouw mr. R.S. Boonstra, advocaat te Rotterdam. </para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 24 mei 2024.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van twintig uren, subsidiair tien dagen vervangende jeugddetentie, voorwaardelijk, met een proeftijd van een jaar. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.1.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
          </para>
          <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd tot een bewezenverklaring van het impliciet primair ten laste gelegde opzettelijk voorhanden hebben en aan anderen ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk. De verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat het om vuurwerk ging. Omdat bij economische delicten kleurloos opzet voldoende is, heeft de verdachte ook in dat geval een opzettelijke handeling verricht. Er is sprake van een bewuste en nauwe samenwerking met de medeverdachten. Mocht de rechtbank niet komen tot een bewezenverklaring van het impliciet primair ten laste gelegde omdat zij van oordeel is dat de verdachte niet opzettelijk heeft gehandeld, kan de impliciet subsidiaire ten laste gelegde overtreding bewezen worden. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank stelt de volgende gang van zaken vast. De politie heeft gezien dat er in een Telegramgroep professioneel vuurwerk te koop werd aangeboden. Er volgden een pseudokoop en observaties. Hieruit is gebleken dat de verdachte op 10 november 2022, tweemaal, samen met medeverdachte [medeverdachte 1], professioneel vuurwerk vervoerd heeft dat vervolgens door medeverdachte [medeverdachte 2] en / of medeverdachte [medeverdachte 1] aan anderen ter beschikking werd gesteld. Bij het vervoeren bestuurde de verdachte de scooter en zat medeverdachte [medeverdachte 1] achterop. [medeverdachte 1] hield de tassen met daarin het vuurwerk vast. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Om tot een bewezenverklaring van het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk te komen, moet vastgesteld worden dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van dit vuurwerk. De verdachte heeft van meet af aan verklaard dat [medeverdachte 2] hem alleen heeft gevraagd om iets weg te brengen en dat hij niet wist dat in de tassen (professioneel) vuurwerk zat. In het dossier ziet de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat de verklaring van de verdachte niet klopt. De rechtbank kan daarom niet vaststellen dat de verdachte de benodigde wetenschap had van het feit dat er vuurwerk in de tassen zat. Gelet op het voorgaande zal de verdachte worden vrijgesproken van het voorhanden hebben van het professionele vuurwerk.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Vast staat dat de verdachte het vuurwerk niet zelf aan anderen ter beschikking heeft gesteld. De vraag die de rechtbank nu moet beantwoorden is of de verdachte kan worden aangemerkt als medepleger van het ter beschikking stellen van het vuurwerk. De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezen verklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking gericht op het voltooien van het delict. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking gericht op het ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk aan anderen. Aangezien niet kan worden vastgesteld dat de verdachte wist dat het om (professioneel) vuurwerk ging, kan daarvan geen sprake zijn. De rechtbank is daarom van oordeel dat de verdachte zich ook niet schuldig heeft gemaakt aan het ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk aan anderen. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank acht het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Vordering tenuitvoerlegging</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd</emphasis>
        </para>
        <para>Bij vonnis van 4 mei 2022 van de kinderrechter in deze rechtbank is de verdachte veroordeeld tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, van veertig uren, waarvan twintig uren voorwaardelijk, met een proeftijd van een jaar. De proeftijd is ingegaan op 19 mei 2022.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering. Gelet op het tijdsverloop biedt de tenuitvoerlegging geen doel meer. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op de bepleite vrijspraak heeft de verdediging zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen. Subsidiair is het niet passend en redelijk om de vordering toe te wijzen, gelet op het tijdsverloop en de positieve ontwikkeling die de verdachte heeft doorgemaakt. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>Nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde, zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Bijlage</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk deel van de bij vonnis van 4 mei 2022 door de kinderrechter in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde taakstraf, bestaande uit een werkstraf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. W.J. Loorbach, voorzitter, tevens kinderrechter,</para>
      <para>en mrs. A.L. Pöll en L.W.M. Hendriks, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L.F. Verhaart, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 mei 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 10 november 2022, te Rotterdam, in elk geval te Nederland,<?linebreak?>tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen,<?linebreak?>opzettelijk,<?linebreak?>professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten,<?linebreak?>A.<?linebreak?>- één of meer stuk(s) knalvuurwerk (Cobra 6),<?linebreak?>voorhanden heeft gehad en/of aan (een) ander(en), te weten een pseudokoper van<?linebreak?>de politie, ter beschikking heeft gesteld en/of<?linebreak?>B.<?linebreak?>- één of meer stuk(s) knalvuurwerk (Cobra 6),<?linebreak?>voorhanden heeft gehad en/of aan (een) ander(en), te weten J.D. Weiss ter<?linebreak?>beschikking heeft gesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>