<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:6621</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-23T11:54:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11054741 CV EXPL 24-10522</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:6621">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:6621</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-23T11:53:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:6621 Rechtbank Rotterdam , 19-07-2024 / 11054741 CV EXPL 24-10522</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:6621:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incassokosten afgewezen, omdat niet is vast komen te staan dat gedaagde de veertiendagenbrief heeft ontvangen. Wel moet gedaagde de proceskosten betalen, omdat het niet aannemelijk is dat zij meerdere aanmaningen niet heeft ontvangen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:6621:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11054741 CV EXPL 24-10522</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 19 juli 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Leiden,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘Zilveren Kruis’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 4 april 2024, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de repliek tevens houdende een eisvermindering, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de dupliek, met bijlagen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat de zaak over? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft bij Zilveren Kruis een zorgverzekering afgesloten. Op grond van deze overeenkomst moet [gedaagde] elke maand premie aan Zilveren Kruis betalen. Omdat [gedaagde] ondanks aanmaningen de premie voor november 2023 niet betaalde, heeft Zilveren Kruis een incassobureau ingeschakeld met bijkomende kosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Na het uitbrengen van de dagvaarding heeft [gedaagde] de verschuldigde premie alsnog betaald. Zilveren Kruis heeft haar eis daarom verminderd en vordert alleen nog de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente ter hoogte van € 66,35. Verder wil Zilveren Kruis dat [gedaagde] in de proceskosten wordt veroordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is het niet eens met de buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Zij voert daartoe aan dat zij de premie inmiddels heeft betaald en voor de dagvaarding geen aanmaningen heeft ontvangen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] hoeft geen incassokosten te betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. Zilveren Kruis heeft pas recht op een vergoeding als een brief is gestuurd waarin [gedaagde] de kans heeft gekregen om binnen vijftien dagen na ontvangst van de brief alsnog zonder extra kosten te betalen (artikel 6:96 lid 6 BW). De brief heeft pas werking als deze [gedaagde] heeft bereikt (artikel 3:37 lid 3 BW). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het staat niet vast dat [gedaagde] de veertiendagenbrief heeft ontvangen. [gedaagde] heeft gemotiveerd betwist dat zij die brief heeft ontvangen. Op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv ligt het op de weg van Zilveren Kruis om te bewijzen dat [gedaagde] de brief heeft ontvangen. Zilveren Kruis heeft hiervan geen bewijs aangeboden. Dat de brief is verstuurd naar het adres van [gedaagde] zoals vermeld in het BRP-uittreksel is onvoldoende om aan te nemen dat [gedaagde] de brief daadwerkelijk heeft ontvangen. Dat [gedaagde] de dagvaarding wel heeft ontvangen op hetzelfde adres, betekent niet dat zij daarom deze brief ook heeft ontvangen. Overwogen wordt nog dat Zilveren Kruis, voordat zij de zaak uit handen gaf, drie aanmaningen naar het adres van [gedaagde] heeft gestuurd. Het is niet waarschijnlijk dat geen van die aanmaningen [gedaagde] heeft bereikt. Zij is dan ook niet rauwelijks gedagvaard.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet wettelijke rente betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De wettelijke rente van € 8,44 wordt toegewezen, omdat Zilveren Kruis genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde] moet de proceskosten betalen. Op het moment van het uitbrengen van de dagvaarding had [gedaagde] de premie nog niet betaald. Dit betekent dat Zilveren Kruis niet nodeloos tot dagvaarden is overgegaan. Dat bij de betaling van de premie kennelijk iets mis is gegaan bij de automatische incasso komt voor rekening en risico van [gedaagde]. Het is de verantwoordelijkheid van [gedaagde] dat de premie tijdig wordt betaald. De kantonrechter begroot de proceskosten aan de kant van Zilveren Kruis op € 137,39 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 164,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 82,-) en € 41,- aan nakosten. Dat is in totaal € 472,39. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Zilveren Kruis dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen € 8,44;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Zilveren Kruis worden begroot op € 472,39;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst af het anders of meer gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>53954</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>