<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:660</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-13T14:33:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10706498</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:660">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:660</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-13T14:33:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:660 Rechtbank Rotterdam , 12-01-2024 / 10706498</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:660:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huurzaak. Ontbinding huurovereenkomst, met veroordeling tot ontruiming woning en betaling (achterstallige) huur en schadevergoeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:660:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
locatie Rotterdam
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer: 10706498 CV EXPL 23-25462
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
datum uitspraak: 12 januari 2024
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Stichting Havensteder
</emphasis>
,
</para>
<para>
vestigingsplaats: Rotterdam,
</para>
<para>
eiseres,
</para>
<para>
gemachtigde: H.J. Jansen,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tegen
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
woonplaats: [woonplaats01] ,
</para>
<para>
gedaagde,
</para>
<para>
die zelf procedeert.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De partijen worden ‘Havensteder’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de dagvaarding van 7 september 2023, met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
het antwoord;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de akte van Havensteder, met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de aan de zijde van Havensteder bij de mondelinge behandeling overgelegde bijlagen.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.2.
</nr>
<para>
Op 8 december 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken met de gemachtigde van Havensteder. [gedaagde01] is niet verschenen.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
2
</nr>
De beoordeling
</title>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline italic">
Wat is de kern?
</emphasis>
</para>
</parablock>
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
Havensteder eist ontbinding van de huurovereenkomst met veroordeling van [gedaagde01] tot ontruiming van de woning aan de [adres01] te Rotterdam en tot betaling van achterstallige en (een bedrag gelijk aan) de lopende huur, met nevenvorderingen.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline italic">
Wat is er gebeurd?
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<para>
[gedaagde01] heeft een huurachterstand laten ontstaan van inmiddels € 4.196,16 tot en met de maand december 2023. Naar eigen zeggen heeft hij de betaling van de huur opgeschort in verband met gebreken aan zijn woning.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
Havensteder erkent dat sprake is geweest van een onderhoudsgebrek, te weten houtrot in het kozijn van het zolderraam, in verband waarmee de huurcommissie de huurprijs tijdelijk heeft verlaagd. Havensteder brengt hiertegen in dat dit gebrek verholpen is. Dat heeft [gedaagde01] erkend. Ook stelt Havensteder zich gemotiveerd op het standpunt dat elders in de woning geen sprake is van houtrot en dat de schimmel waarover [gedaagde01] klaagt geen gebrek is, maar het gevolg is van een combinatie van oppervlaktecondensatie en waarschijnlijk onvoldoende ventilatie en verwarming van de woning door de bewoners. Tevens stelt Havensteder dat de huurkorting die [gedaagde01] gekregen heeft, verwerkt is in de eis en dat het nu openstaande bedrag dus de huurachterstand minus de korting betreft. Dat alles is niet weersproken door [gedaagde01] .
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline italic">
Wat vindt de kantonrechter
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
De huurachterstand
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.4.
</nr>
<parablock>
<para>
Bij deze stand van zaken is de kantonrechter van oordeel dat het bedrag van
</para>
<para>
€ 4.196,16 aan achterstallige huur tot en de maand december 2023 toewijsbaar is en dat [gedaagde01] de betaling daarvan niet heeft mogen opschorten, omdat daarvoor geen goede reden is geweest. Omdat de wettelijke rente is gevorderd vanaf de dagvaarding over het aanvankelijk openstaande bedrag van € 2.362,92 wordt ook dat toegewezen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Ontbinding
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.5.
</nr>
<para>
Uit de specificatie van de huurachterstand die Havensteder heeft overgelegd, blijkt dat [gedaagde01] de afgelopen jaren veelvuldig huurachterstanden heeft laten ontstaan. Dat levert steeds een tekortkoming op in de nakoming van de huurovereenkomst. Voormelde huurachterstand van € 4.196,16 komt neer op ruim zeven maanden huur. Dit levert reden op om de huurovereenkomst te ontbinden. [gedaagde01] heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd die kunnen leiden tot het oordeel dat ontbinding niet gerechtvaardigd is. [gedaagde01] heeft te kennen gegeven geen financiële problemen te hebben.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Ontruiming
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.6.
</nr>
<para>
Het voorgaande brengt met zich dat [gedaagde01] de woning moet ontruimen. De ontruimingstermijn wordt gesteld op veertien dagen. Voor een gedwongen ontruiming met hulp van de politie is geen machtiging van de kantonrechter nodig, zodat die machtiging niet wordt gegeven.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Lopende huur / schadevergoeding
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.7.
</nr>
<parablock>
<para>
[gedaagde01] wordt veroordeeld tot betaling aan Havensteder van € 574,86 per maand vanaf 1 januari 2024 zolang hij de woning niet ter vrije beschikking van Havensteder stelt.
</para>
<para>
Daarbij wordt opgemerkt dat het gaat om een bedrag naar rato tot aan de dag van de ontruiming. Als de ontruiming bijvoorbeeld halverwege de maand plaatsvindt, dan is [gedaagde01] maar de helft van het bedrag verschuldigd.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Proceskosten
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.8.
</nr>
<parablock>
<para>
[gedaagde01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Havensteder tot vandaag vast op
</para>
<para>
€ 129,14 aan dagvaardingskosten, € 365,- aan griffierecht, € 398,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 199,-) en € 99,50 aan nakosten (1/2 punt x € 199,-). Dit is totaal € 991,64. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Uitvoerbaarheid bij voorraad
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.9.
</nr>
<para>
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
3
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De kantonrechter:
</para>
<para />
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
veroordeelt [gedaagde01] om aan Havensteder te betalen:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
€ 4.196,16 aan achterstallige huur tot en de maand december 2023;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 2.362,92 vanaf
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para>
7 september 2023 tot de dag dat volledig is betaald;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.2.
</nr>
<para>
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt [gedaagde01] om binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis de woning aan de [adres01] te Rotterdam te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege hem bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Havensteder te stellen;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.3.
</nr>
<para>
veroordeelt [gedaagde01] om vanaf 1 januari 2024 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Havensteder te betalen € 574,86 per maand;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.4.
</nr>
<para>
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, die aan de kant van Havensteder tot vandaag worden vastgesteld op € 991,64;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.5.
</nr>
<para>
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.6.
</nr>
<para>
wijst al het andere af.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken.
</para>
<para>
465
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>