<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:6522</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-22T11:29:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/679626 / HA ZA 24-453</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:6522">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:6522</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-22T11:27:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:6522 Rechtbank Rotterdam , 10-07-2024 / C/10/679626 / HA ZA 24-453</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:6522:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vonnis in incident. Voeging. Toewijzing. Artikel 222 lid 1 Rv. Verknochtheid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:6522:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="60047529-52e7-4908-9252-43b08d77e6ce" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="d969039f-c719-4ae7-917b-536004cc79c4" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/679626 / HA ZA 24-453</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 10 juli 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: Schiedam,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. K. Beumer te Middelharnis,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: Schiedam,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerder in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. W.J.J. Trooster te Vlaardingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 16 mei 2024, met bijlagen I tot en met VII;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het herstelexploot van 24 mei 2024, met bijlage VIII;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie tot voeging;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in het incident.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="bold">in het incident</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] en [verweerder] zijn door HVS Yachting B.V. (‘HVS Yachting’) gedagvaard. Die zaak wordt door deze rechtbank behandeld onder zaak- en rolnummer C/10/679268 / HA ZA 24-422. [eiseres] is van mening dat [verweerder] de vordering van HVS Yachting volledig moet betalen. Daarom heeft [eiseres] [verweerder] in de hoofdzaak gedagvaard en vordert zij dat [verweerder] wordt veroordeeld om aan [eiseres] te betalen waartoe [eiseres] in de zaak van HVS Yachting wordt veroordeeld. Omdat de zaak van HVS Yachting en de hoofdzaak volgens [eiseres] samenhangen en aan elkaar verknocht zijn, vordert [eiseres] in het incident dat de hoofdzaak wordt gevoegd met de zaak van HVS Yachting. [verweerder] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank, maar noemt wel een aantal opmerkingen bij de gevorderde voeging.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank is met [eiseres] van oordeel dat de hoofdzaak en de zaak van HVS Yachting met elkaar samenhangen en dat zij aan elkaar verknocht zijn. In feite vormt de hoofdzaak namelijk de vrijwaringsprocedure van de zaak van HVS Yachting en alleen al daarom hangen de zaken met elkaar samen. De door [verweerder] genoemde bedenkingen bij de voeging doen niet aan de verknochtheid en samenhang van de zaken af. De gevorderde voeging wordt daarom toegewezen (artikel 222 lid 1 Rv).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De proceskosten in het incident worden gecompenseerd, omdat geen van de partijen als de in het ongelijk gestelde partij kan worden beschouwd. Dit betekent dat iedere partij de eigen proceskosten in het incident betaalt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>voegt de hoofdzaak met de bij deze rechtbank aanhangige zaak met zaak- en rolnummer C/10/679268 / HA ZA 24-422;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van <emphasis role="bold">21 augustus 2024</emphasis> voor het nemen van een conclusie van antwoord.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Arts. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2024.</para>
        <para>3349 / 3455</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>