<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:6456</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-18T16:09:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11004959 CV EXPL 24-7953</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:6456">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:6456</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-18T16:07:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:6456 Rechtbank Rotterdam , 12-07-2024 / 11004959 CV EXPL 24-7953</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:6456:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vorderingen toegewezen. Incassokosten worden toegewezen nu gedaagde niet heeft weersproken dat zij de veertiendagenbrief op haar mailadres heeft ontvangen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:6456:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11004959 CV EXPL 24-7953</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 12 juli 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Leiden,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘Zilveren Kruis’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 4 maart 2024, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de repliek, met bijlagen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de repliek, maar van die mogelijkheid heeft zij geen gebruik gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat de zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft bij Zilveren Kruis een zorgverzekering afgesloten. Volgens Zilveren Kruis heeft zij de zorgpremie over september 2022 niet betaald. Omdat [gedaagde] niet op tijd heeft betaald, worden ook buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente gevorderd. Het gaat in totaal om € 195,92. Verder wil Zilveren Kruis dat [gedaagde] in de proceskosten wordt veroordeeld. Zij erkent dat de zorgpremie niet is betaald, maar is het niet eens met de bijkomende kosten. Zij heeft namelijk nooit eerder brieven of aanmaningen ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vorderingen van Zilveren Kruis worden toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarop deze beslissing is gebaseerd.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Premie september 2022</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft erkend dat zij de premie voor september 2022 moet betalen. Dit betekent dat de gevorderde hoofdsom van € 143,54 wordt toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De incassokosten van € 48,40 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). [gedaagde] betwist dat zij de brief waarin de incassokosten zijn aangezegd, heeft ontvangen. Zilveren Kruis heeft echter gesteld dat deze ook naar haar mailadres is gestuurd. Omdat [gedaagde] dit niet heeft weersproken, wordt ervan uit gegaan dat zij die brief in ieder geval per mail heeft ontvangen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wettelijke rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De wettelijke rente van € 3,98 wordt toegewezen, omdat [gedaagde] de premie niet op tijd heeft betaald. Zij is daarom op grond van artikel 6:119 BW wettelijke rente verschuldigd over de tijd dat zij met de betaling van de premie in verzuim is. Zilveren Kruis heeft gesteld dat dat tot 4 maart 2024 € 3,98 is en [gedaagde] heeft dat niet betwist. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] moet de proceskosten betalen omdat zij ongelijk krijgt. De proceskosten zijn namelijk niet ten onrechte gemaakt. Op het moment van het uitbrengen van de dagvaarding had [gedaagde] de premie nog niet betaald, terwijl zij dat wel had moeten doen. Zilveren Kruis heeft haar ook nog aangemaand om te betalen. Omdat ook daarna niet is betaald, is Zilveren Kruis deze rechtszaak gestart. De kantonrechter begroot de proceskosten aan de kant van Zilveren Kruis op € 137,39 aan dagvaardingskosten, </para>
        <para>€ 130,- aan griffierecht, € 80,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 40,-) en € 20,- aan nakosten. Dat is in totaal € 367,39. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Zilveren Kruis dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen € 195,92 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 143,54 vanaf 4 maart 2024 tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Zilveren Kruis worden begroot op € 367,39;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>53954</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>