<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:6320</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-15T16:25:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11151175 VV EXPL 24-298</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:6320">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:6320</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-15T16:24:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:6320 Rechtbank Rotterdam , 05-07-2024 / 11151175 VV EXPL 24-298</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:6320:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Voorkeursrecht koop pand. Afwijzing. Het is onvoldoende aannemelijk dat het voorkeursrecht zo moet worden uitgelegd als eiseres stelt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:6320:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11151175 VV EXPL 24-298</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 5 juli 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, die handelt onder de naam <emphasis role="bold">[handelsnaam]</emphasis>,</para>
      <para>statutaire vestigingsplaats: Spijkenisse,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.C.V. Dornstedt,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: Sommelsdijk,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.J. Blok.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 13 juni 2024, met bijlagen 1 tot en met 22;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord, met bijlage 1;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling op 26 juni 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnotities van mr. Dornstedt;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de spreekaantekeningen van mr. Blok.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Waar gaat de zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] huurt een pand van [gedaagde] . In de huurovereenkomst staat een voorkeursrecht. Volgens [eiseres] houdt dit voorkeursrecht in dat [gedaagde] , omdat die te kennen heeft gegeven het pand te willen verkopen, het pand nu als eerste voor een marktconforme koopprijs aan [eiseres] moet aanbieden. Een marktconforme prijs is volgens [eiseres] € 750.000,00. Daarom vordert [eiseres] in deze zaak, kort gezegd, <emphasis role="italic">primair </emphasis>dat [gedaagde] wordt bevolen om het pand tegen een koopprijs van € 750.000,00 aan [eiseres] aan te bieden, en <emphasis role="italic">subsidiair</emphasis> dat [gedaagde] wordt veroordeeld om zijn onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan het bindend laten vaststellen van de koopprijs én het pand tegen die koopprijs aan [eiseres] aan te bieden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is het niet eens met de vorderingen van [eiseres] , omdat [eiseres] geen spoedeisend belang heeft, de zaak niet geschikt is voor een kort geding en het voorkeursrecht veel beperkter is dan [eiseres] stelt. Volgens [gedaagde] verplicht het voorkeursrecht hem namelijk “slechts” om:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>indien hij het pand daadwerkelijk te koop zet: het tegen de dan door hemzelf vastgestelde vraagprijs aan [eiseres] aan te bieden; en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>indien [eiseres] het niet tegen die vraagprijs wil kopen én [gedaagde] daarna een lager bod van een derde zou willen accepteren: het nogmaals tegen dat lagere bod aan [eiseres] aan te bieden. </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiseres] af, omdat [eiseres] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het voorkeursrecht zo ruim moet worden uitgelegd als [eiseres] stelt. Dit wordt hierna uitgelegd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Hoe is het voorkeursrecht geformuleerd?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het voorkeursrecht in de huurovereenkomst staat in deze zaak centraal. Dat voorkeursrecht is als volgt geformuleerd:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>	“<emphasis role="italic">(…) </emphasis><emphasis role="bold italic">Bijzondere bepalingen</emphasis><emphasis role="italic"> (…)</emphasis></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic"> Indien verhuurder op enig moment tot verkoop besluit zal huurder hiertoe het eerste recht tot koop verkrijgen. (…)</emphasis>”.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het is onvoldoende aannemelijk dat het voorkeursrecht zo moet worden uitgelegd als [eiseres] stelt.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Partijen zijn het erover eens dat de door [eiseres] gestelde uitleg van het voorkeursrecht niet volgt uit de letterlijke tekst in de overeenkomst. [eiseres] beroept zich op het Haviltex-criterium. [eiseres] stelt dat partijen hebben bedoeld om een zelfde voorkeursrecht overeen te komen als dat [gedaagde] eerder ten behoeve van zijn broers was overeengekomen. Volgens [eiseres] hebben partijen echter destijds verzuimd om het ook zo te formuleren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist dit. [gedaagde] voert aan dat uit het feit dat het voorkeursrecht in de huurovereenkomst niet op dezelfde manier is geformuleerd als het eerdere voorkeursrecht ten behoeve van de broers van [gedaagde] , juist blijkt dat de partijen ook niet bedoeld hebben (precies) hetzelfde voorkeursrecht te vestigen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Gelet op de letterlijke tekst van het voorkeursrecht en de gemotiveerde betwisting door [gedaagde] kan, zonder nadere bewijsvoering, niet worden vastgesteld dat het voorkeursrecht op de door [eiseres] voorgestane wijze moet worden uitgelegd. Voor een dergelijke bewijsvoering (vermoedelijk middels getuigenbewijs) is in het bestek van dit kort geding echter geen plaats.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Van belang is verder dat de huurovereenkomst met daarin het voorkeursrecht is gesloten tussen een advocaat enerzijds ( [eiseres] ) en een oud-advocaat anderzijds ( [gedaagde] ). Dat partijen daarbij het voorkeursrecht slordig hebben geformuleerd, zoals [eiseres] – enigszins geparafraseerd – stelt, is vooralsnog minder aannemelijk, dan dat deze juridisch gepokt en gemazelde partijen precies dat hebben opgeschreven wat ze wilden afspreken, zoals door [gedaagde] is aangevoerd. Daarom kan ook niet bij wijze van voorlopige conclusie – vooruitlopend op het oordeel in een bodemprocedure – voorlopig worden vastgesteld dat het voorkeursrecht de door [eiseres] gestelde reikwijdte heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De vorderingen van [eiseres] worden gelet op het voorgaande afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Huuropzegging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>In randnummer 40 van de dagvaarding schrijft [eiseres] nog dat zij in deze zaak “<emphasis role="italic">een beroep doet op opschorting van de huuropzegging</emphasis>”. Daargelaten dat onduidelijk is wat [eiseres] daarmee precies bedoelt of beoogt, heeft [eiseres] geen vorderingen in deze zin gedaan. Daarom hoeft de kantonrechter hier geen beslissing over te nemen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Proceskosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>
        [eiseres] moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [gedaagde] op € 814,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 949,00. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 949,00;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. Smits en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>38671</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>