<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:6261</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-15T16:25:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10893602</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:6261">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:6261</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-15T16:23:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:6261 Rechtbank Rotterdam , 05-07-2024 / 10893602</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:6261:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Partijen hebben geïnvesteerd in crypto, maar zijn twee keer opgelicht waardoor hun geld verloren is gegaan. Volgens eiseres is primair sprake van een geldleningsovereenkomst met gedaagde en subsidiair van een onrechtmatige daad. De eis wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:6261:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 10893602 CV EXPL 24-1624</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 5 juli 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats 1],</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: mr. S. Pershad,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats 2],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.F.I. Derby.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 11 januari 2024, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord, met bijlage;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van [eiseres], met bijlage;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van [gedaagde], met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de spreekaantekeningen van [eiseres].</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 23 mei 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren [eiseres], [gedaagde] en hun gemachtigden aanwezig. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] en [gedaagde] zijn bekenden van elkaar via de moeder van [gedaagde]. In augustus 2020 zijn zij gaan investeren in cryptocurrency via Omnium Trading. De eerste investering verloren zij binnen een dag. Daarna hebben zij met hulp van “adviseurs” geprobeerd de verloren investering terug te halen. Op advies van “[naam]” van Crypto support is een zogenaamde “refundwallet” aangemaakt op naam van [gedaagde], waarop zij geld kon storten om de verloren investering terug te halen. Op 22 en 23 november 2021 maakt [eiseres] in totaal € 19.000,- over naar [gedaagde]. Dat bedrag heeft [gedaagde] gestort op de refundwallet als borg om zogenaamde “premium trades” te kunnen uitvoeren. Kort daarna bleek dat partijen opnieuw waren opgelicht en hun investeringen (waaronder het bedrag van € 19.000,-) hebben zij niet meer terug gezien.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] eist <emphasis role="underline">primair</emphasis> een verklaring voor recht dat tussen partijen een geldleningsovereenkomst tot stand is gekomen en dat [gedaagde] een bedrag van € 19.000,- aan haar moet terugbetalen. <emphasis role="underline">Subsidiair</emphasis> eist [eiseres] dat [gedaagde] aan haar een schadevergoeding betaalt van € 19.000,-, omdat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld. [gedaagde] voert verweer. De kantonrechter wijst zowel de primaire als de subsidiaire eis af. Hierna wordt uitgelegd waarom. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er is geen geldleningsovereenkomst </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiseres] stelt primair dat partijen een (mondelinge) geldleningsovereenkomst hebben gesloten (artikel 7:129 BW). Volgens [eiseres] hebben partijen afgesproken dat het bedrag van € 19.000,- door [gedaagde] niet gebruikt zou worden voor financiële transacties en is mondeling de afspraak gemaakt dat het bedrag zal worden terugbetaald door [gedaagde]. [gedaagde] betwist dat. De kantonrechter oordeelt dat het bestaan van een geldleningsovereenkomst niet is komen vast te staan. Dat betekent dat de verklaring voor recht niet wordt toegewezen en dat [gedaagde] het bedrag van € 19.000,- niet hoeft terug te betalen aan [eiseres]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Ter onderbouwing dat sprake is van een geldleningsovereenkomst verwijst [eiseres] naar een Whatsappgesprek met [gedaagde] op 9 december 2021, toen bleek dat er problemen waren met de refundwallet en het geld dat [gedaagde] daarop had gestort. Uit het Whatsappgesprek op 9 december 2021 blijkt volgens de kantonrechter niet dat [gedaagde] zich tegenover [eiseres] heeft verbonden om het bedrag van € 19.000,- terug te betalen. Uit dat gesprek kan hoogstens worden afgeleid dat partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] het bedrag van € 19.000,- niet van de refundwallet af zou halen. [gedaagde] heeft daarover tijdens de zitting onweersproken gesteld dat zij dat ook niet heeft gedaan en dat partijen (opnieuw) waren opgelicht, waardoor het geld is verdwenen. Dat [gedaagde] op 10 december 2021 via Whatsapp aan [eiseres] schrijft dat zij “alles + extra” terug zal betalen met “Omnium” is ook onvoldoende om een geldleningsovereenkomst aan te nemen. Daaruit blijkt weliswaar dat [gedaagde] het voornemen had om [eiseres] te betalen op het moment dat zij inkomsten had gegenereerd via Omnium, maar daaruit kan niet de conclusie worden getrokken dat [gedaagde] erkent dat sprake is van een terugbetalingsverplichting uit hoofde van een (tussen partijen tot stand gekomen) geldleningsovereenkomst. [eiseres] heeft verder geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat een geldleningsovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Tegenover de gemotiveerde betwisting van [gedaagde] heeft [eiseres] haar stelling dus onvoldoende onderbouwd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] heeft niet onrechtmatig gehandeld </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [eiseres] eist subsidiair een schadevergoeding van € 19.000,- op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW).	Als onrechtmatige gedraging stelt [eiseres] dat [gedaagde] onjuiste en onvolledige informatie heeft verstrekt over de investeringen. [gedaagde] betwist dat. De kantonrechter vindt dat [gedaagde] niet onrechtmatig heeft gehandeld en wijst ook deze eis af. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft niet weersproken dat partijen tweemaal zijn opgelicht en dat daardoor hun investeringen verloren zijn gegaan. Dat staat dus vast. Dat [gedaagde] (meer) schuld zou hebben aan de oplichting dan [eiseres] is ook niet door haar gesteld en vindt de kantonrechter ook niet aannemelijk. [eiseres] heeft namelijk, voordat zij € 19.000,- betaalde voor de refundwallet, zelf met [naam] (een van de oplichters) gesproken, waarna zij kennelijk voldoende vertrouwen had om opnieuw een groot bedrag over te maken voor de refundwallet. [eiseres] maakt verder niet concreet wat [gedaagde] precies zou hebben gezegd wat dan vervolgens als onrechtmatig zou moeten worden aangemerkt. Uit de uitgebreide Whatsappcorrespondentie die over en weer is overgelegd rijst bovendien juist het beeld dat partijen op min of meer gelijkwaardige voet zijn gaan investeren, waarbij de winst gedeeld zou worden. Ook blijkt uit die correspondentie dat [gedaagde] weliswaar het voortouw heeft genomen om te investeren in crypto, maar nergens is terug te lezen dat [gedaagde] garanties aan [eiseres] heeft gegeven over winstmarges. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] hoeft geen buitengerechtelijke kosten te betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Omdat de eis van [eiseres] wordt afgewezen, hoeft [gedaagde] geen buitengerechtelijke kosten te betalen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [eiseres] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>
        [eiseres] moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [gedaagde] € 1.086,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 543,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.221,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de eis af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 1.221,-. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>49039</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>