<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:6159</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-11T09:59:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10927186 CV EXPL 24-3674</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:6159">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:6159</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-11T09:56:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:6159 Rechtbank Rotterdam , 14-06-2024 / 10927186 CV EXPL 24-3674</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:6159:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering onbetaalde tandartstrekening; vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen, omdat er niet van kan worden uitgegaan dat gedaagde de zogenoemde veertiendagenbrief ontvangen heeft.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:6159:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 10927186 CV EXPL 24-3674</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 14 juni 2024 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Anders Medical Factoring B.V.</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Rotterdam,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘Anders’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van 31 januari 2024, met bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het antwoord van 22 februari 2024;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de rolbeslissing van 22 maart 2024;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte uitlating van Anders, met bijlagen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <bridgehead role="italic">Waar gaat de zaak over?</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] heeft op 27 mei 2022 en 17 december 2022 tandheelkundige behandelingen ondergaan bij een mondzorgverlener ([naam zorgverlener]). </para>
        <para>Op basis daarvan kreeg die mondzorgverlener een vordering van in totaal € 290,05 op [gedaagde]. [gedaagde] heeft die vordering niet betaald. Die mondzorgverlener heeft deze vordering op [gedaagde] overgedragen aan [naam bedrijf] Op basis van een incasso-, proces- en executievolmacht is Anders gerechtigd om in eigen naam de vordering op [gedaagde] te incasseren. Anders treedt daarom nu in deze procedure op als eisende partij en eist betaling van de hoofdsom van € 290,05, een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten van € 43,51 en rente. [gedaagde] voert geen verweer tegen de hoofdsom en rente. Wel geeft ze aan dat zij de zogenoemde veertiendagenbrief niet heeft ontvangen, ondanks dat het juiste adres van [gedaagde] op die brief staat.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de hoofdsom betalen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] heeft de verschuldigdheid en hoogte van de hoofdsom niet betwist. Daarom wordt de hoofdsom van € 290,05 toegewezen.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. Anders heeft pas recht op een vergoeding als een brief is gestuurd waarin [gedaagde] de kans heeft gekregen om binnen vijftien dagen na ontvangst van de brief alsnog zonder extra kosten te betalen (artikel 6:96 lid 6 BW). Deze zogenoemde veertiendagenbrief, waarvan Anders heeft gesteld dat zij die aan [gedaagde] heeft verstuurd, is als bijlage bij de dagvaarding overgelegd en is gedateerd op 7 juli 2023. Op basis van de ontvangsttheorie die geldt, moet deze brief [gedaagde] hebben bereikt om werking te hebben (artikel 3:37 lid 3 BW). Van de ontvangst van de brief kan echter niet worden uitgegaan, omdat [gedaagde] de ontvangst daarvan heeft betwist en Anders op haar beurt naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende feiten en/of omstandigheden heeft gesteld op basis waarvan van de ontvangst van de brief kan worden uitgegaan. De stellingen van Anders in haar akte over nauwkeurige postbezorging in Nederland vindt de kantonrechter te algemeen om daaruit te concluderen dat [gedaagde] de veertiendagenbrief wel ontvangen moet hebben.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet rente betalen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De rente wordt toegewezen, omdat Anders genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten betalen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Anders op </para>
        <para>€ 113,54 aan dagvaardingskosten, € 130,00 aan griffierecht, € 82,00 aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 82,00) en € 41,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 366,42. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Anders dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Anders te betalen € 307,74 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 290,05 vanaf 9 januari 2024 tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Anders worden begroot op € 366,42;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>757</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>