<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:5560</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-20T11:19:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10966486 CV EXPL 24-6139</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:5560">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:5560</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-20T11:18:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:5560 Rechtbank Rotterdam , 31-05-2024 / 10966486 CV EXPL 24-6139</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:5560:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Achterstand premie zorgverzekering. Geen vaststaand recht op betalingsregeling. Overstappen van bank en stoppen automatische incasso voor risico verzekerde.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:5560:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 10966486 CV EXPL 24-6139</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 31 mei 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VGZ Zorgverzekeraar N.V.</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Arnhem,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: Flanderijn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: Spijkenisse,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘VGZ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van 18 januari 2024, met bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het antwoord;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de repliek, met bijlagen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>VGZ vordert in deze procedure € 2.500,- van [gedaagde] . [gedaagde] heeft een zorgverzekering (gehad) bij VGZ heeft een achterstand laten ontstaan in de premiebetalingen. Ook heeft hij meerdere zorgnota’s niet betaald. De achterstand, van € 8.173,34, heeft [gedaagde] deels afgelost door betalingsregelingen. Tot en met 26 juni 2023 heeft hij € 6.133,32 betaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>VGZ brengt bij [gedaagde] vervallen rente van in totaal € 1.018,66 in rekening en buitengerechtelijke incassokosten van € 687 (inclusief btw). Om (proces)economische redenen eist VGZ in deze procedure ‘maar’ € 2.500,- in plaats van het volgens haar te betalen bedrag van € 3.745,68 (€ 8.173,34 + € 1.018,66 + € 687,- - € 6.133,32).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] erkent dat hij nog aan VGZ moet betalen, maar vindt dat VGZ (althans de gemachtigde) niet goed heeft gehandeld. De aflossingen zijn niet meer betaald omdat [gedaagde] van bankrekening is gewisseld en daarbij – voor hem ongemerkt – de automatische afschrijving niet is voortgezet. Hij vindt dat de gemachtigde van VGZ hem meer gelegenheid had moeten geven om de betalingsregeling weer op te pakken en dat hij niet alleen per e-mail bericht had moeten ontvangen, maar ook per post.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet € 2.500,- betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het staat vast dat [gedaagde] de achterstand aan premiebetalingen en de zorgnota’s aan VGZ moet betalen. Daar is [gedaagde] het zelf ook mee eens. Omdat [gedaagde] deze bedragen niet heeft betaald op de momenten dat hij dat had moeten doen, moet hij ook de rente over de achterstallige bedragen betalen, totdat alles is betaald. De hoofdsom (achterstand en nota’s) en de rente, verminderd met wat [gedaagde] al heeft afgelost, zijn al meer dan € 2.500,-. Daarom wijst de kantonrechter het geëiste bedrag toe.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft geen (vaststaand) recht op een betalingsregeling. Dat hij de regeling die hij had niet meer is nagekomen, omdat er iets mis is gegaan bij het overstappen van bank, komt helemaal voor zijn eigen risico. VGZ mocht (via haar gemachtigde) de betalingsregeling als vervallen beschouwen en mag het hele bedrag dat nog open staat nu ineens van [gedaagde] eisen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>VGZ mocht ook met [gedaagde] communiceren via de e-mail; via die weg wordt (of werd) al jarenlang contact met [gedaagde] onderhouden. Als [gedaagde] dat e-mailadres niet meer gebruikt, is het aan hem om dat door te geven. VGZ hoefde niet (ook nog) haar berichten per brief te sturen. [gedaagde] heeft ook niet gezegd dat hij de e-mail van de gemachtigde van VGZ niet heeft ontvangen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten overvloede: [gedaagde] hoeft geen incassokosten te betalen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De kantonrechter merkt ten overvloede, maar met het oog op een eventuele vervolgprocedure, op dat het bedrag aan incassokosten dat VGZ eist niet toewijsbaar is. Volgens de zogenoemde ‘veertiendagenbrief’ van 7 september 2023 was er op dat moment een achterstand van € 4.427,66. Als van de hoofdsom (zonder rente) de betalingen worden afgetrokken die [gedaagde] tot en met 26 juni 2023 heeft gedaan, komt de kantonrechter op een bedrag van € 2.039,82. Het bedrag dat in de veertiendagenbrief wordt genoemd is dan te hoog en daarmee voldoet de brief niet aan de eisen die daaraan gesteld worden. Dat heeft tot gevolg dat de gevorderde incassokosten worden afgewezen. Omdat er dan nog een bedrag overblijft dan hoger is dan € 2.500,-, wordt wel de hele vordering van VGZ toewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet rente betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De rente over € 2.500,- vanaf de dag van de dagvaarding wordt toegewezen, omdat VGZ genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>
        [gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van VGZ op € 130,48 aan dagvaardingskosten, € 372,- aan griffierecht, € 408,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 204,-) en € 102,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.012,48. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat VGZ dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan VGZ te betalen € 2.500,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 18 januari 2024 tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van VGZ worden begroot op € 1.012,48;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>51909</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>