<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:5409</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-19T13:47:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/612163 / HA ZA 21-90</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:5409">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:5409</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-19T13:46:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:5409 Rechtbank Rotterdam , 12-06-2024 / C/10/612163 / HA ZA 21-90</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:5409:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstekvonnis. Toewijzing schadevergoeding als gevolg van ambtelijke corruptie, valsheid in geschrifte en oplichting in samenwerking met een aantal (onder)aannemers.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:5409:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="92c40685-369b-413d-884c-fc8c2baf048f" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e561093f-85d7-4c41-aefd-c46477fa1622" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/612163 / HA ZA 21-90</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 12 juni 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de publiekrechtelijke rechtspersoon</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEMEENTE ROTTERDAM</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. W.I. Wisman te Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , TEVENS H.O.D.N. [bedrijf A]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Hardinxveld-Giessendam,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna de gemeente en [gedaagde] genoemd worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure in het kort en voor zover relevant</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De gemeente had aanvankelijk naast [gedaagde] nog tien andere partijen gedagvaard. Met al die andere gedaagden is de gemeente tot een schikking gekomen, waarna de procedure jegens hen is doorgehaald. Omdat met [gedaagde] geen schikking is bereikt, heeft de gemeente haar vorderingen jegens hem gehandhaafd, met dien verstande dat zij deze heeft verminderd met het bedrag dat zij uit hoofde van de getroffen schikkingen al van de andere oorspronkelijke gedaagde partijen heeft ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij vonnis van 10 april 2024 heeft de rechtbank geoordeeld dat de vordering van de gemeente de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, met uitzondering van dat gedeelte dat betrekking heeft op het gestelde bedrag van € 43.484,80 dat [gedaagde] aan voordeel heeft genoten. De gemeente is vervolgens in de gelegenheid gesteld om dit punt nader toe te lichten en/of te onderbouwen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij akte van 8 mei 2024 heeft de gemeente haar vordering met een bedrag van € 130.454,40 (= 3 x € 43.484,80) verminderd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Daarop is vonnis bepaald. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering  </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De gemeente vordert – na eisvermindering – om [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van € 1.190.025,56, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, en van de proceskosten, waaronder begrepen de beslagkosten (€ 924,50) en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van het te wijzen vonnis.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De verdere beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat tegen [gedaagde] – die niet in de procedure is verschenen – verstek is  verleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De gemeente vordert van [gedaagde] schadevergoeding als gevolg van door [gedaagde] gepleegde ambtelijke corruptie, valsheid in geschrifte en oplichting in samenwerking met een aantal (onder)aannemers. De (resterende) vordering komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, zoals hierna begroot. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De gemeente vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. Voor de opbouw van het bedrag van € 924,50 heeft de gemeente verwezen naar haar producties 299E t/m 299K, die zien op  betekeningskosten c.q. verschotten. Daarnaast heeft de gemeente kosten gehad aan griffierecht voor het beslagrekest en salaris van de advocaat. De beslagkosten worden begroot op:</para>
      <para />
      <para>- griffierecht	€ 	656,00</para>
      <para>- betekeningskosten	€ 	924,50</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">€	543,00</emphasis> (1 punt x tarief € 543,00)</para>
      <para>totaal	€ 	2.123,50</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Ingevolge artikel 11 Wet griffierechten burgerlijke zaken wordt op het griffierecht van de onderhavige procedure (€ 4.200,00) het griffierecht van de beslagrekesten in mindering gebracht. Voorafgaand aan deze bodemzaak heeft de gemeente zeven beslagrekesten ingediend, waarvan het griffierecht in totaal € 4.592,00 bedraagt. Daarmee wordt het griffierecht in deze bodemzaak op nihil gesteld. Aangezien [gedaagde] niet in de procedure is verschenen, wordt ten aanzien van het salaris advocaat één punt toegekend voor indiening van de dagvaarding. De rechtbank begroot de (overige) proceskosten aan de zijde van de gemeente derhalve op: </para>
      <para />
      <para>- dagvaarding	€ 	100,89</para>
      <para>- salaris advocaat	€	4.357,00 (1 punt x tarief € 4.357,00)</para>
      <para>- nakosten	<emphasis role="underline">€ 	178,00</emphasis> (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
      <para>totaal	€ 	4.635,89</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>rechtdoende bij verstek</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan de gemeente te betalen een bedrag van € 1.190.025,56, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag vanaf 24 december 2020 tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op € 2.123,50 aan beslagkosten en € 4.635,89 aan (overige) proceskosten,  te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe; als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet [gedaagde] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen 14 dagen na aanschrijving zijn voldaan;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, mr. K.A. Baggerman en mr. J.B. Smits en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2024.</para>
        <para>2091 / 106 / 2537 / 3195</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>