<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:523</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-06T09:49:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10558787 CV EXPL 23-17205</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:523">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:523</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-06T09:49:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:523 Rechtbank Rotterdam , 19-01-2024 / 10558787 CV EXPL 23-17205</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:523:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kantonrechter onbevoegd, verwijzing naar handel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:523:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
locatie Rotterdam
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer: 10558787 CV EXPL 23-17205
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
datum uitspraak: 19 januari 2024
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[bedrijf01] .
</emphasis>
,
</para>
<para>
vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] ,
</para>
<para>
eiseres in conventie,
</para>
<para>
verweerster in reconventie,
</para>
<para>
vertegenwoordigd door: [naam01] ,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tegen
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[bedrijf02] ,
</emphasis>
</para>
<para>
vestigingsplaats: [vestigingsplaats02] ,
</para>
<para>
gedaagde in conventie,
</para>
<para>
eiseres in reconventie,
</para>
<para>
gemachtigde: mr. C. Posthouwer.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De partijen worden hierna ‘ [bedrijf01] ’ en ‘ [bedrijf02] ’ genoemd.
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de dagvaarding van 12 juni 2023, met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
het antwoord met eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de rolbeslissing van de kantonrechter van 10 november 2023;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de aantekeningen van de mondelinge reactie namens [bedrijf01] ;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de akte uitlating bevoegdheid van [bedrijf02] .
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
2
</nr>
De beoordeling
</title>
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
Bij rolbeslissing van 10 november 2023 heeft de kantonrechter voorlopig geoordeeld dat de door [bedrijf01] gevorderde hoofdsom meer dan € 25.000,00 bedraagt en dat de kantonrechter daarom, mede gelet op het verweer van [bedrijf02] , niet bevoegd is om deze eis te behandelen en daarop te beslissen. Partijen zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld om zich hierover uit te laten. Van deze mogelijkheid hebben zij gebruik gemaakt.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<para>
[bedrijf01] herhaalt kort gezegd dat de eis na verrekening een belang van minder dan € 25.000,00 heeft en dat zij de zaak graag wil laten behandelen door de kantonrechter.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
[bedrijf02] refereert zich aan het oordeel van kantonrechter.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.4.
</nr>
<para>
De kantonrechter is niet bevoegd om deze zaak te behandelen. De eis van [bedrijf01] is gegrond op een rechtstitel met een belang van meer dan € 25.000,00, namelijk een overeenkomst op grond waarvan [bedrijf02] gehouden zou zijn om in totaal een bedrag van € 44.787,70 aan hoofdsom te voldoen. Omdat [bedrijf02] onder meer verweer voert met betrekking tot de overeenkomst en de gestelde verrekening, dient voor het geldelijk belang van het geschil te worden uitgegaan van de totale hoofdsom van € 44.787,70. Verder heeft [bedrijf02] enkel aangegeven zich neer te leggen bij het oordeel van de kantonrechter. Daaruit kan dus niet zonder meer worden afgeleid dat ook [bedrijf02] wenst dat de zaak inhoudelijk door de kantonrechter wordt behandeld.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.5.
</nr>
<para>
De zaak wordt daarom verwezen naar het team handel en haven van deze rechtbank.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
3
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De kantonrechter:
</para>
<para />
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
verwijst de zaak naar de civiele rol van het team handel en haven van
<emphasis role="bold">
woensdag 21 februari 2024 om 10.00 uur
</emphasis>
;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.2.
</nr>
<para>
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet in persoon kunnen procederen, maar dat zij hiervoor een advocaat nodig hebben;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.3.
</nr>
<para>
wijst [bedrijf01] erop dat een griffierecht is verschuldigd van € 2.837,00 doordat de zaak is verwezen en dat de verhoging van € 1.453,00 binnen vier weken na de hiervoor genoemde roldatum moet zijn betaald, waarvoor [bedrijf01] een nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) zal ontvangen;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.4.
</nr>
<para>
wijst [bedrijf02] erop dat zij griffierecht moet betalen van € 2.837,00 omdat deze zaak is verwezen en dat dat bedrag binnen vier weken na de hiervoor genoemde roldatum moet zijn betaald, waarvoor [bedrijf02] een nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) zal ontvangen;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.5.
</nr>
<para>
draagt de griffier op de processtukken en een afschrift van dit vonnis tijdig voor genoemde rolzitting toe te sturen aan de griffier van het team handel en haven van deze rechtbank.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
</para>
<para>
43416
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>