<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:521</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-05T15:54:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10650048 CV EXPL 23-22255</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:521">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:521</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-05T15:51:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:521 Rechtbank Rotterdam , 12-01-2024 / 10650048 CV EXPL 23-22255</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:521:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Nakoming vaststellingsovereenkomst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:521:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
locatie Rotterdam
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer: 10650048 CV EXPL 23-22255
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
datum uitspraak: 12 januari 2024
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
[eiser01] ,
</title>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
2. [eiser02] ,
</emphasis>
</para>
<para>
woonplaats: [woonplaats01] ,
</para>
<para>
eisers,
</para>
<para>
gemachtigde: mr. E.A.J. Dekkers (ARAG SE),
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tegen
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01] ,
</emphasis>
</para>
<para>
woonplaats: [woonplaats02] ,
</para>
<para>
gedaagde,
</para>
<para>
die zelf procedeert.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De partijen worden hierna ‘ [eiser01] c.s.’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de dagvaarding van 2 augustus 2023, met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
het antwoord;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de rolbeslissing van de kantonrechter van 15 september 2023;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de akte van [eiser01] c.s. met daarin een eisvermindering;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de rolbeslissing van de kantonrechter van 17 november 2023.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
2
</nr>
De beoordeling
</title>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Waar gaat de zaak over?
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
[gedaagde01] heeft een woning van [eiser01] c.s. gekocht, maar omdat hij de financiering niet rond kreeg is de koop niet doorgegaan. [gedaagde01] moest daarom een contractuele boete aan [eiser01] c.s. betalen, maar dat heeft hij niet gedaan. Partijen zijn in overleg getreden en hebben vervolgens afgesproken dat [gedaagde01] nog € 15.500,00 aan [eiser01] c.s. zou betalen in maandelijkse termijnen van € 645,00. Na een paar maanden is [gedaagde01] echter gestopt met aflossen. Het restant van de schuld is daarom in zijn geheel opeisbaar geworden. Na een eisvermindering eist [eiser01] c.s. in deze zaak betaling van € 9.985,00 met bijkomende kosten.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<para>
[gedaagde01] heeft de eis erkend en wil graag een betalingsregeling treffen.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
De kantonrechter stelt [eiser01] c.s. in het gelijk. Hierna wordt toegelicht waarom.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
[gedaagde01] moet nog een bedrag aan [eiser01] c.s. betalen
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.4.
</nr>
<para>
[gedaagde01] heeft de door [eiser01] c.s. gestelde afspraken en de schending daarvan erkend. Gelet op de betalingen die hij wel heeft gedaan in het kader van de vaststellingsovereenkomst, staat er nog € 9.985,00 aan hoofdsom open. [gedaagde01] wordt veroordeeld dit bedrag aan [eiser01] c.s. te betalen.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.5.
</nr>
<para>
De incassokosten van € 874,25 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.6.
</nr>
<para>
De rente wordt toegewezen over € 10.485,00 (de openstaande hoofdsom d.d. 1 juli 2023), omdat [eiser01] c.s. genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde01] dat niet heeft betwist.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.7.
</nr>
<para>
De kantonrechter kan aan partijen geen betalingsregeling opleggen. Het is aan partijen om – indien gewenst – zelf afspraken daarover te maken.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Proceskosten
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.8.
</nr>
<para>
[gedaagde01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiser01] c.s. tot vandaag vast op € 131,90 aan dagvaardingskosten, € 244,00 aan griffierecht, € 396,00 aan salaris voor de gemachtigde (1 punt × € 396,00) en € 132,00 aan nakosten (½ punt × € 396,00 met een maximum van € 132,00). Dit is totaal € 903,90. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.9.
</nr>
<para>
Er wordt geen wettelijke rente over de proceskosten toegewezen. [eiser01] c.s. heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet toegelicht waarom hij dit bij dagvaarding niet eist, maar bij zijn latere akte wel. Gelet op het voorgaande gaat de kantonrechter ervan uit dat [eiser01] c.s. bij voornoemde akte zijn eis enkel wilde verminderen en niet wilde vermeerderen. Voor wat betreft de proceskosten wordt daarom aansluiting gezocht bij de eis zoals omschreven in de dagvaarding.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Uitvoerbaarheid bij voorraad
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.10.
</nr>
<para>
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
3
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De kantonrechter:
</para>
<para />
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
veroordeelt [gedaagde01] om aan [eiser01] c.s. te betalen € 10.859,25 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 10.485,00 vanaf 1 juli 2023 tot de dag dat volledig is betaald;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.2.
</nr>
<para>
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser01] c.s. tot vandaag worden vastgesteld op € 903,90;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.3.
</nr>
<para>
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.4.
</nr>
<para>
wijst al het andere af.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
</para>
<para>
43416
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>