<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:512</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-05T14:57:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10718792 CV EXPL 23-26302</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:512">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:512</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-05T14:51:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:512 Rechtbank Rotterdam , 05-01-2024 / 10718792 CV EXPL 23-26302</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:512:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onbetaalde factuur zorgverzekering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:512:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
locatie Rotterdam
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer: 10718792 CV EXPL 23-26302
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
datum uitspraak: 5 januari 2024
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[eiseres01] ,
</emphasis>
</para>
<para>
gevestigd en kantoorhoudende te [plaats01] ,
</para>
<para>
eiseres,
</para>
<para>
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V. te Rotterdam,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tegen
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01] ,
</emphasis>
</para>
<para>
zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen en buiten Nederland,
</para>
<para>
gedaagde,
</para>
<para>
die zelf procedeert.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Partijen worden hierna ‘ [eiseres01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de dagvaarding van 14 september 2023, met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
het antwoord;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de repliek met een eisvermindering, met bijlagen.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para>
[gedaagde01] heeft geen gebruik gemaakt van de haar geboden mogelijkheid om op de rolzitting van 6 december 2023 mondeling of schriftelijk te reageren op de nadere stellingen van [eiseres01] in de conclusie van repliek. De kantonrechter heeft vervolgens de uitspraak van het vonnis bepaald op heden.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
2
</nr>
De beoordeling
</title>
<para>
<?linebreak?>
<emphasis role="italic">
Waar gaat de zaak over?
</emphasis>
</para>
<para />
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
[gedaagde01] heeft een zorgverzekering gehad bij [eiseres01] . In 2020 heeft [eiseres01] een bedrag van € 184,36 aan eigen risico bij [gedaagde01] in rekening gebracht. Omdat betaling uitbleef, heeft [eiseres01] haar vordering ter incasso uit handen gegeven aan haar gemachtigde. [eiseres01] vorderde in eerste instantie bij dagvaarding betaling van het hiervoor genoemde bedrag met bijkomende kosten.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<para>
[gedaagde01] heeft de verschuldigdheid van het eigen risico erkend. Vervolgens heeft zij op 3 oktober 2023 € 184,36 aan [eiseres01] betaald. Zij betwist echter dat zij de bijkomende kosten moet betalen, omdat zij geen brieven van [eiseres01] heeft ontvangen over de betalingsachterstand. [gedaagde01] is dakloos en heeft geen vast adres.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
[eiseres01] heeft bij repliek de ontvangst van € 184,36 bevestigd. Zij heeft bij deze akte haar vordering met dat bedrag verminderd. Volgens [eiseres01] moet [gedaagde01] de overige kosten nog betalen, omdat [eiseres01] wel degelijk diverse aanmaningen aan haar heeft verzonden waaronder naar het door [gedaagde01] zelf opgegeven e-mailadres. [gedaagde01] kan niet aan [eiseres01] tegenwerpen dat zij geen aanmaningen zou hebben ontvangen, omdat [gedaagde01] niet altijd stond ingeschreven in de BRP, aldus [eiseres01] .
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.4.
</nr>
<para>
[gedaagde01] heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet meer gereageerd op de nadere stellingen van [eiseres01] in de conclusie van repliek.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
De conclusie
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.5.
</nr>
<para>
[gedaagde01] moet nog € 63,01 met rente aan [eiseres01] betalen. Ook moet zij een proceskostenvergoeding betalen. Hierna wordt toegelicht hoe de kantonrechter tot die conclusie gekomen is.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
[gedaagde01] heeft niet gereageerd op de repliek
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.6.
</nr>
<para>
[gedaagde01] is in de gelegenheid gesteld op de rolzitting van 6 december 2023 te reageren op de repliek van [eiseres01] . Zij is echter niet verschenen en heeft evenmin schriftelijk gereageerd of om aanhouding verzocht. Vervolgens is [gedaagde01] door de rechtbank geïnformeerd over het feit dat de kantonrechter vonnis heeft bepaald in de zaak. Ook dat bericht heeft niet geleid tot een nadere reactie van [gedaagde01] .
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.7.
</nr>
<para>
Aangezien [gedaagde01] niet heeft gereageerd op de repliek van [eiseres01] , moet de kantonrechter uitgaan van de juistheid van de in deze akte ingenomen stellingen van [eiseres01] . In deze zaak staat daarom vast dat [gedaagde01] de factuur van [eiseres01] ondanks diverse aanmaningen lange tijd onbetaald heeft gelaten en pas tijdens deze procedure heeft voldaan.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.8.
</nr>
<para>
Op grond van artikel 6:44 lid 1 BW strekken betaling ter voldoening van een geldsom eerst in mindering van de kosten, vervolgens van de verschenen rente en tot slot van de hoofdsom. Daarom moet beoordeeld worden of [gedaagde01] bijkomende kosten verschuldigd is naast de hoofdsom.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.9.
</nr>
<para>
Met betrekking tot de incassokosten geldt dat het gevorderde bedrag van € 40,00 toewijsbaar is, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). De rente is eveneens toewijsbaar op de wijze zoals vermeld onder de beslissing, omdat [eiseres01] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde01] dat onvoldoende heeft betwist.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.10.
</nr>
<para>
Correcte toepassing van artikel 6:44 BW leidt tot de conclusie dat de buitengerechtelijke kosten en de verschuldigde rente tot 14 september 2023 inmiddels zijn voldaan en een bedrag van € 63,01 aan hoofdsom resteert.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Proceskosten
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.11.
</nr>
<para>
[gedaagde01] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiseres01] tot vandaag vast op € 130,49 aan dagvaardingskosten, € 128,00 aan griffierecht, € 78,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 39,00) en € 19,50 aan nakosten (½ punt × € 39,00). Dit is totaal € 355,99. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Uitvoerbaarheid bij voorraad
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.12.
</nr>
<para>
Dit vonnis wordt, zoals gevorderde, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
</para>
<para />
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
3
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De kantonrechter:
</para>
<para />
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
veroordeelt [gedaagde01] om aan [eiseres01] te betalen € 63,01 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.2.
</nr>
<para>
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres01] tot vandaag worden vastgesteld op € 355,99;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.3.
</nr>
<para>
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.4.
</nr>
<para>
wijst al het andere af.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.
</para>
<para>
43416
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>