<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:4822</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-27T15:56:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 23 _ 7827</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:4822">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:4822</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-27T15:56:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:4822 Rechtbank Rotterdam , 16-05-2024 / AWB - 23 _ 7827</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:4822:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing aanvraag om een bijstandsuitkering. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij op het opgegeven adres woonachtig is. Ze heeft geen duidelijkheid gegeven over haar feitelijke woonsituatie. Het beroep is ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:4822:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: ROT 23/7827</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 mei 2024 in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam] , uit Schiedam, eiseres</title>
    <para>(gemachtigde: mr. J. van der Stel),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van Schiedam, het college </title>
    <para>(gemachtigde: mr. N.E. Bensoussan).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Zitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep van eiseres op 16 mei 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Ter beoordeling staat of het college terecht de aanvraag van eiseres om een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet (Pw) heeft afgewezen. Aan de afwijzing heeft het college ten grondslag gelegd dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij op het opgegeven adres woonachtig is en geen duidelijkheid over haar feitelijke woonsituatie heeft gegeven. </para>
    <para />
    <para>2. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij in de periode in geding woonde op het opgegeven adres. Het enkele feit dat zij een huurovereenkomst heeft voor de woning waarin zij stelt te wonen en dat zij in de BRP op het adres van die woning is ingeschreven, is onvoldoende om aannemelijk te maken dat zij haar hoofdverblijf had op dat adres. Verder biedt de situatie zoals aangetroffen tijdens het huisbezoek op 24 februari 2023 voldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar hoofdverblijf in de te beoordelen periode had op het adres. Zo is daar geconstateerd dat:</para>
    <para>- de drie aanwezige stoelen nog deels in plastic waren verpakt;</para>
    <para>- het matras van het bed waarin eiseres met haar kinderen zou slapen nog deels in plastic was verpakt;</para>
    <para>- er nauwelijks kleding van eiseres in de woning aanwezig was;</para>
    <para>- de wasmachine niet was aangesloten;</para>
    <para>- de koelkast vrijwel leeg was en geen gebruikssporen had;</para>
    <para>- de vriezer ongebruikt was;</para>
    <para>- het gasfornuis met oven niet was aangesloten;</para>
    <para>- er geen kleding, speelgoed of andere spullen van de kinderen aanwezig waren;</para>
    <para>- het huishoudtextiel in plastic verpakt in een keukenkastje lag;</para>
    <para>- het bestek in een doos onderin een keukenkastje lag.</para>
    <para>Eiseres kan voor een aantal van deze constateringen geen verklaring geven en voor het overige zijn de gegeven verklaringen onjuist of innerlijk tegenstrijdig.</para>
    <para />
    <para>3. Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar hoofdverblijf in de te beoordelen periode had op het adres en heeft de aanvraag om een bijstandsuitkering dan ook terecht afgewezen.</para>
    <para />
    <para>4. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2024 door mr. A.C. Rop, rechter, in aanwezigheid van R.P. Evegaars, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>