<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:479</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-02T15:31:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10828713 VV EXPL 23-606</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:479">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:479</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-02T15:30:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:479 Rechtbank Rotterdam , 16-01-2024 / 10828713 VV EXPL 23-606</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:479:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstekvonnis. Vordering tot ontruiming wordt toegewezen. Gedaagden verblijven zonder recht of titel in het pand van eiseres.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:479:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
locatie Rotterdam
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer: 10828713 VV EXPL 23-606
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
datum uitspraak: 16 januari 2024 (bij vervroeging)
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Vivada Properties 1 B.V.
</emphasis>
,
</para>
<para>
vestigingsplaats: Amsterdam,
</para>
<para>
eiseres,
</para>
<para>
gemachtigde: mr. E. Doornbos,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tegen
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
woonplaats: [woonplaats01] ,
</para>
<para>
gedaagden,
</para>
<para>
die niet zijn verschenen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De partijen worden hierna ‘Eiseres’ en ‘Gedaagden’ genoemd.
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de dagvaarding van 14 december 2023, met producties;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de mail van 5 januari 2024, met bijlagen.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.2.
</nr>
<para>
Op 9 januari 2024 is de zaak tijdens een zitting met [naam01] namens Eiseres en mr. E. Doornbos besproken. Gedaagden zijn niet verschenen. Tegen hen is verstek verleend.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
2
</nr>
De beoordeling
</title>
<para />
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Uit de stellingen van Eiseres volgt dat deze spoed aanwezig is. De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond is (artikel 139 Rv).
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Ontruiming
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<parablock>
<para>
Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de gevorderde ontruiming zal worden toegewezen. Op grond van artikel 5:2 BW is Eiseres als eigenaresse van het pand bevoegd haar eigendom terug te eisen van een ieder die de zaak zonder recht of titel onder zich houdt. Het staat vast dat Gedaagden zonder recht of titel in het pand verblijven. Daarmee is het verblijf van Gedaagden in het pand onrechtmatig jegens Eiseres. De gevorderde ontruiming van het pand wordt daarom toegewezen.
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Tenuitvoerlegging ten opzichte van derden
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
Eiseres heeft voorts verzocht te bepalen dat het vonnis ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in het pand bevindt of daar binnentreedt (artikel 557a lid 3 Rv). De bepaling is bedoeld voor de situatie dat op het moment van tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis ook andere personen, dan tegen wie de ontruiming is uitgesproken, aanwezig zouden kunnen zijn. Dat daarvan sprake kan zijn, is aannemelijk omdat het pand in het verleden ook door anderen is gekraakt. Deze vordering zal daarom worden toegewezen, met de hierna te melden tijdsbepaling.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Proceskosten
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.4.
</nr>
<para>
Eiseres krijgt gelijk. Gedaagden moeten daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Eiseres tot vandaag vast op € 129,14 aan dagvaardingskosten, € 128,- aan griffierecht, € 529,- aan salaris voor de gemachtigde en € 132,- aan nakosten. Dit is totaal € 918,14. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Uitvoerbaarheid bij voorraad
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.5.
</nr>
<para>
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
3
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De kantonrechter:
</para>
<para />
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
veroordeelt Gedaagden om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis het pand aan [adres01] te [plaats01] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Eiseres zijn en de sleutels af te geven aan Eiseres;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.2.
</nr>
<para>
bepaalt dat dit vonnis tot 16 juli 2024, dan wel tot een half jaar na de dag dat dit vonnis bekrachtigd wordt, ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.3.
</nr>
<para>
veroordeelt Gedaagden in de proceskosten, die aan de kant van Eiseres tot vandaag worden vastgesteld op € 918,14;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.4.
</nr>
<para>
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.5.
</nr>
<para>
wijst al het andere af.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
</para>
<para>
754
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>