<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:4418</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-15T11:59:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/005577-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:4418">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:4418</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-15T11:56:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:4418 Rechtbank Rotterdam , 03-05-2024 / 10/005577-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:4418:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling tot 36 maanden gevangenisstraf wegens het opzettelijk verstrekken van 21 kilogram cocaïne aan persoon die daarvoor speciaal vanuit Duitsland was gekomen en in versnijdingspand (tuinhuisje) opzettelijk aanwezig hebben van 6 kilogram cocaïne en 28 kilogram hash en goederen voor bewerking cocaïne.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:4418:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/005577-24</para>
      <para>Datum uitspraak: 3 mei 2024</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: </para>
      <para>
        [adres],</para>
      <para>ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd </para>
      <para>in [detentieadres], </para>
      <para>waarnemend raadsvrouw mr. S. Aarts, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 april 2024.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. M.A.A. Smetsers heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, en 4 ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewijs en bewezenverklaring</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsverweer feiten 1 en 2 </emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte heeft op de terechtzitting verklaard dat hij erin geluisd is door een zekere [naam]. [naam] heeft, terwijl de verdachte op vakantie was, zijn tuinhuis ingericht als versnijdingspand. Op de dag van de aanhouding is de verdachte daar achter gekomen. Er heeft toen een discussie tussen [naam] en de verdachte plaatsgevonden. Omdat [naam] met spoed weg moest heeft de verdachte op verzoek van [naam] de twee bigshoppers met cocaïne in het voertuig van de medeverdachte geplaatst. De verdachte dacht dat de tassen waren gevuld met boodschappen. Bij het ontbreken van wetenschap bij de verdachte kan het opzet niet worden bewezen. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling bewijsverweer feiten 1 en 2 </emphasis>
      </para>
      <para>Het verweer wordt verworpen. Op grond van na te noemen bewijsmiddelen is er voldoende wettig en overtuigend bewijs voor de tenlastegelegde feiten. Dat de verdachte er zou zijn ingeluisd is op geen enkele wijze aannemelijk geworden. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de verdachte bij het eerste politieverhoor een ontkennende verklaring heeft afgelegd en zich vervolgens steeds op zijn zwijgrecht heeft beroepen. De eerst op de terechtzitting afgelegde verklaring van de verdachte over [naam] vindt ook geen steun in het dossier. Integendeel: zo zijn de iPhone 8 - waarmee kort voor de overdracht van de cocaïne het WhatsApp-gesprek met de medeverdachte is gevoerd - en het in de chat genoemde 5 euro biljet met serienummer (zgn. token) bij de verdachte aangetroffen. Verder is op een vacumeermachine en op een mes naast de drugspers het DNA van de verdachte aangetroffen. De verdachte heeft voor dit alles geen geloofwaardige verklaring gegeven. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsmotivering en bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In bijlage II is de inhoud van de wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op 5 januari 2024 te Rotterdam, opzettelijk heeft afgeleverd en/of verstrekt en tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 21.503 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op 5 januari 2024 te Rotterdam, om een feit, bedoeld in het vierde van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, </para>
      <para>te weten,</para>
    </parablock>
    <para>- het opzettelijk, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, </para>
    <para>verstrekken en vervoeren van cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1</para>
    <para>- voorwerpen en stoffen,  </para>
    <parablock>
      <para>voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist  dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, bestaande die voorwerpen en stoffen uit </para>
      <para>grote hoeveelheden versnijdingsmiddelen, ketamine, aceton, ethylacetaat en </para>
      <para>oplosmiddel, en cocaïne persen, sealbags, metalen logo's, vacuümmeter apparaten, zeven, een blender en een koolstoffilter ; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>hij op 5 januari 2024 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad </para>
      <para>ongeveer 28.549,9 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van </para>
      <para>een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>hij op 5 januari 2024 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 6.140 gram van een materiaal bevattende cocaïne zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feiten</title>
    <para>De bewezen feiten leveren op: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">1.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">eendaadse samenloop van: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod; </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">en  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod; </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit; </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">4.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straf </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Algemeen</emphasis>
      </para>
      <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden en de draagkracht van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Gepleegde feiten</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte heeft ruim 21 kilogram cocaïne verstrekt aan iemand die daarvoor speciaal vanuit Duitsland naar Nederland was gekomen. Verder is in het tuinhuis van de verdachte nog ruim 6 kilogram cocaïne aangetroffen, alsmede ruim 28 kilogram hash. Het tuinhuis waarin de verdovende middelen werden gevonden was ingericht als ‘versnijdingspand’. In het pand zijn ook diverse goederen en chemicaliën aangetroffen voor de verwerking van cocaïne. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is algemeen bekend dat verdovende middelen schadelijk zijn voor de volksgezondheid en dat het gebruik ervan bezwarend is voor de samenleving. De verspreiding van en de handel in harddrugs gaat vaak gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, zoals vermogens- en geweldscriminaliteit. De verdachte heeft hier geen oog voor gehad en was slechts uit op financieel gewin. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Persoon verdachte</emphasis>
      </para>
      <para>Uit een uittreksel uit de justitiële documentatie van 15 maart 2024 blijkt dat de verdachte, die 48 jaar oud is, niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte leek tot aan zijn arrestatie een normaal leven te leiden. Hij had al jarenlang een goede, vaste baan bij de Rotterdamse brandweer en heeft een gezin. Hij heeft zijn baan op het spel gezet en had ook verder veel te verliezen, maar heeft toch besloten om zich op het criminele pad te begeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Slotsom</emphasis>
      </para>
      <para>Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij het bepalen van de duur van die straf is aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten en de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft verzocht om een groot deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen gelet op de proceshouding van de verdachte. Hiervoor wordt geen aanleiding gezien  De verdachte heeft op de zitting weliswaar een verklaring afgelegd maar die is niet geloofwaardig. Hij heeft geen openheid van zaken gegeven en geen verantwoordelijkheid voor zijn daden genomen. Ook de andere persoonlijke omstandigheden van de verdachte hebben de rechtbank geen aanleiding gegeven om af te wijken van bovenstaande uitgangspunten.</para>
      <para>Alles afwegend wordt de hierna te noemen gevangenisstraf, passend en geboden geacht. De door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf van vijf jaar komt te hoog voor, gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>In beslag genomen voorwerpen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd het in beslag genomen voertuig (personenauto van het merk Renault Clio met kenteken [kenteken]) verbeurd te verklaren, aangezien het gebruikt is bij het strafbaar feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het inbeslaggenomen geldbedrag van € 390,- kan aan de verdachte worden teruggegeven.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft verzocht het voertuig te retourneren aan de verdachte, nu het voertuig geen grote rol heeft gehad bij het plegen van de strafbare feiten. Tevens is verzocht het inbeslaggenomen geldbedrag aan de verdachte te retourneren. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>De in beslag genomen Renault Clio zal worden verbeurd verklaard. Het onder 1 bewezen feit is met behulp van dit voorwerp begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot het inbeslaggenomen geldbedrag zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet is op de artikelen 33, 33a, 47, 55, 57 en 60 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10, 10a en 11 van de Opiumwet.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in</para>
      <para>verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde</para>
      <para>gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere</para>
      <para>vrijheidsstraf in mindering is gebracht;<?linebreak?></para>
      <para>beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">-verklaart verbeurd</emphasis> als bijkomende straf voor het onder 1 bewezenverklaarde feit : </para>
      <para>een <emphasis role="bold">personenauto, merk Renault Clio</emphasis>, kenteken [kenteken];</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-gelast de teruggave aan de verdachte van het inbeslaggenomen geldbedrag van €390,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.K. Asscheman-Verslui<emphasis role="bold">s</emphasis> voorzitter,</para>
      <para>en mrs. J. de Lange en J. van de Klashorst, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D.C. van Beek griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste en jongste rechter en dc griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 5 januari 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 21.503 gram, in elk geval een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet </para>
      <para>behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op of omstreeks 5 januari 2024 te Rotterdam, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, </para>
      <para>te weten</para>
    </parablock>
    <para>- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,</para>
    <para>- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, </para>
    <para>verstrekken en/of vervoeren, en/of</para>
    <para>- het opzettelijk vervaardigen</para>
    <parablock>
      <para>van cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende </para>
      <para>lijst 1, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para>- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te </para>
    <parablock>
      <para>plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe </para>
      <para>gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,</para>
    </parablock>
    <para>- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van </para>
    <para>dat feit heeft getracht te verschaffen,</para>
    <para>- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen </para>
    <parablock>
      <para>voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had</para>
      <para>om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,</para>
      <para>door grote hoeveelheden versnijdingsmiddelen, ketamine, aceton, ethylacetaat en/of </para>
      <para>oplosmiddel, en/of </para>
      <para>cocaïne persen, sealbags, metalen logo's, vacuümmeter apparaten, zeven, een </para>
      <para>blender en/of een koolstoffilter </para>
      <para>voorhanden te hebben; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(art 10a lid 1 ahf/sub 1 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 2 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/ sub 3 Opiumwet) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>hij op of omstreeks 5 januari 2024 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 28.549,9 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; </para>
      <para>(art 11 lid 2 Opiumwet, art 3 ahf/ and C Opiumwet) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>hij op of omstreeks 5 januari 2024 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 6.140 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ and C Opiumwet)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>