<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:4332</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-05T14:00:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10850434 \ CV EXPL  23-33414</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:4332">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:4332</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-23T15:39:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:4332 Rechtbank Rotterdam , 31-05-2024 / 10850434 \ CV EXPL  23-33414</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:4332:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onbetaalde zorgpremies. Vorderingen toegewezen. Verstek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:4332:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</emphasis>
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 10850434 CV EXPL 23-33414</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 31 mei 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VGZ Zorgverzekeraar N.V.</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Arnhem,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die niet is verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘VGZ’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 7 november 2023, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aantekeningen van het mondelinge antwoord van [naam 1], broer van [gedaagde];</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aantekeningen van het aanvullende mondelinge antwoord van [naam 1], broer van [gedaagde];</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van VGZ van 19 april 2024, met bijlagen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 1 mei 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was [naam 2] namens de gemachtigde van VGZ aanwezig. [gedaagde] is, hoewel hij daarvoor op de juiste wijze is opgeroepen, niet verschenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat de zaak over? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft bij VGZ een zorgverzekering afgesloten. Op grond van deze overeenkomst moet [gedaagde] elke maand premie aan VGZ betalen. VGZ wil dat [gedaagde] € 1.318,57 aan zorgpremie over de maanden november 2022, januari 2023, maart 2023, april 2023, juni 2023 en juli 2023 betaalt. Omdat [gedaagde] niet op tijd heeft betaald vordert VGZ ook buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. Verder wil VGZ dat [gedaagde] in de proceskosten wordt veroordeeld en dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] is niet in de procedure verschenen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op de rolzitting van 27 december 2023 was [naam 1], de broer van [gedaagde], aanwezig. [naam 1] gaf aan dat [gedaagde] wegens persoonlijke problemen niet in staat is om zelf te verschijnen in deze procedure. Omdat [naam 1] geen machtiging had om namens [gedaagde] te verschijnen heeft de kantonrechter hem in de gelegenheid gesteld om alsnog een machtiging over te leggen. Op 21 februari 2024 en op 1 mei 2024 is [naam 1] weer op de zitting verschenen maar nog steeds zonder een machtiging van [gedaagde]. Dit betekent dat [gedaagde] niet rechtsgeldig in de procedure is verschenen. Daarom zal tegen hem verstek worden verleend.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet € 1.318,57 met wettelijke rente aan VGZ betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De vordering van VGZ komt de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en wordt daarom toegewezen. Dit betekent dat [gedaagde] € 1.318,57 aan VGZ moet betalen met de wettelijke rente hierover.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van VGZ op € 130,48 aan dagvaardingskosten, € 322,- aan griffierecht, € 408,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 204,-) en € 102,- aan nakosten. Dat is in totaal € 962,48. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan VGZ te betalen € 1.318,57 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over de hoofdsom die na iedere wijziging vanaf 7 november 2023 heeft opengestaan tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van VGZ worden begroot op € 962,48;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>53954</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>