<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:4214</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-13T07:30:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">659411 HA ZA 23-523</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2024/242</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2024-0280</rdf:li>
          <rdf:li>VEAN-ERF-Updates.nl 2024-0280</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:4214">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:4214</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-14T14:23:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:4214 Rechtbank Rotterdam , 14-02-2024 / 659411 HA ZA 23-523</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:4214:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Partijen verschillen van mening over interpretatie testament. Artikel 4:46 BW geeft de mogelijk een testament uit te leggen. Naar oordeel rechtbank zijn de bewoordingen van het testament duidelijk genoeg. Naar geldend recht geen ruimte voor interpretatie. Uiterste wil moet zoveel mogelijk naar de letter worden gevolgd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:4214:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/10/659411 HA ZA 23-523</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 14 februari 2024  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: Sliedrecht,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat: mr. R.J. Hoff,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde 1] ,</title>
    <para>woonplaats: Sliedrecht,</para>
    <bridgehead role="bold">2. [gedaagde 2] ,</bridgehead>
    <para>woonplaats: Delft,</para>
    <bridgehead role="bold">3. [gedaagde 3] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>woonplaats: Papendrecht,</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>advocaat: mr. M.C.G. Stut.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘de erven’ genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaardingen van 1 en 2 juni 2023 en de aanzegging van 6 juni 2023, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van [eiseres] van 30 oktober 2023, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van de erven van 31 oktober 2023, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitaantekeningen van mr. Hoff en de akte wijziging eis;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitaantekeningen van mr. Stut.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 9 november 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met partijen en hun advocaten besproken.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <bridgehead role="italic">Wat is de kern? </bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In deze zaak gaat het om de vraag of de bewoordingen van het testament duidelijk zijn en als verklaring van de uiterste wil van erflater een duidelijke zin hebben.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat is er gebeurd?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 20 maart 2019 is overleden [erflater] (hierna: erflater). Erflater heeft ruim 20 jaar een affectieve relatie gehad met [eiseres] . De erven zijn kinderen uit het huwelijk van erflater en [persoon A] . Dat huwelijk is op 9 juli 1995 ontbonden door het overlijden van [persoon A] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>In zijn testament van 11 januari 2016 heeft erflater zijn drie kinderen, de erven, tot erfgenamen benoemd onder de last van verschillende legaten aan [eiseres] . Aan [eiseres] heeft erflater <emphasis role="italic">“ter voldoening aan mijn natuurlijke en wettelijke verplichting van moraal en fatsoen op grond van mijn affectieve relatie met haar”</emphasis> de rechten van gebruik en bewoning van de woning aan de [adres] te Sliedrecht, gedurende een periode van 10 jaar na zijn overlijden, gelegateerd. Erflater heeft daarbij bepaald dat [eiseres] verplicht is het onderhoud van de woning en de zakelijke lasten (uitgezonderd de rentelasten van hypothecaire schulden) te voldoen en te dragen. </para>
        <para>Ook heeft hij (naast een auto, de contributie van Golfclub [naam golfclub] , zijn wijnvoorraad en alle in zijn huis aanwezige klokken) het vruchtgebruik van een pakket aandelen (waarvan een deel voor bepaalde duur) aan [eiseres] gelegateerd. Met betrekking tot het vruchtgebruik van de aandelen heeft erflater beschikt dat alle lasten en belastingen die geheven worden over de vermogensbestanddelen waarop het vruchtgebruik van toepassing is voor rekening komen van [eiseres] . Daarnaast heeft hij het volgende bepaald:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“E .1. De vruchtgebruikster komen alle vruchten, hieronder uitdrukkelijk begrepen dividenden, bonussen en/of emissies, toe na aftrek van kosten die tijdens het vruchtgebruik afgescheiden of opeisbaar worden, zulks met dien verstande dat de vruchten een minimale waarde dienen te hebben van vijfenveertigduizend euro (€ 45.000,00) per jaar. Indien gemelde minimale waarde niet gehaald wordt, leg ik mijn erfgenamen de last op om samen met de vruchtgebruikster een zodanig deel van de onder het vruchtgebruik vallende aandelen te verkopen, zo spoedig mogelijk na het verstrijken van een jaar, en dit uit te keren aan de vruchtgebruikster zodat de vruchtgebruikster een besteedbaar bedrag heeft van minimaal vijfenveertigduizend euro (€ 45.000,00) per jaar.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">2. Voor het geval het vruchtgebruik van de aandelen gemeld onder (…) is geëindigd, is het bepaalde onder E.1. van overeenkomstige toepassing, zulks met dien verstande dat voor (…) € 45.000,00 gelezen dient te worden (…) € 21.000,00.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De vordering van [eiseres]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para> eist (na eiswijziging) samengevat:</para>
      <para>- voor recht te verklaren dat het legaat ter zake het vruchtgebruik van aandelen als beschreven in het testament van erflater van 11 januari 2016 zo moet worden gelezen dat [eiseres] na aftrek van kosten en na aftrek van de jaarlijks door [eiseres] over het vruchtgebruik verschuldigde inkomstenbelasting een besteedbaar bedrag van minimaal € 45.000,- aan vruchten heeft ontvangen;</para>
      <para>- de erven ieder te veroordelen tot betaling van € 21.470,-, vermeerderd met de wettelijke rente over € 7.979,- vanaf 2 mei 2022 en over € 13.491,- vanaf 8 juni 2023;</para>
      <para>- de erven hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten met rente;</para>
      <para>- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Volgens [eiseres] heeft erflater door in zijn testament de woorden <emphasis role="italic">besteedbaar bedrag</emphasis> te gebruiken, aangegeven dat dit bedrag door haar ten minste kon worden uitgegeven aan de kosten van de woning en haar levensonderhoud ná aftrek van de door haar verschuldigde inkomstenbelasting. [eiseres] stelt zich daarom op het standpunt dat zij recht heeft op een minimaal bedrag van € 45.000,-  netto per jaar (of van minimaal € 21.000,- netto per jaar vanaf het moment dat het vruchtgebruik van een aantal in het testament genoemde aandelen is geëindigd). </para>
        <para>Naast een verklaring voor recht vordert zij van de erven aanvulling van de tekorten over de jaren 2020, 2021 en 2022, in totaal € 64.410,-.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De erven zijn het niet eens met de eis. Uit de tekst van het testament, de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt en de verhoudingen die erflater kennelijk wilde regelen, valt naar hun mening op te maken dat erflater brutobedragen heeft bedoeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling </title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Partijen verschillen van mening over de interpretatie van het testament en dan met name over het legaat met betrekking tot het zakelijk recht van vruchtgebruik van de aandelen. Zo verschillen [eiseres] en de erven van mening over de uitleg van de woorden  <emphasis role="italic">“besteedbaar bedrag”</emphasis>. [eiseres] stelt dat zij recht heeft op een bedrag van minimaal € 45.000,- netto respectievelijk € 21.000,- netto. Volgens [eiseres] heeft erflater een nettobedrag bedoeld, omdat hij zou hebben becijferd welke bedragen [eiseres] jaarlijks kwijt zou zijn aan de woning (€ 24.000,-) en aan haar levensonderhoud (€ 21.000, -). De erven stellen dat de in het testament genoemde bedragen van € 45.000,- respectievelijk € 21.000,-, brutobedragen zijn, dus vóór aftrek van kosten en de over het vruchtgebruik verschuldigde inkomstenbelasting. Zij zijn van mening dat, als nettobedragen zouden zijn bedoeld, erflater bijvoorbeeld in zijn testament zou hebben opgenomen dat – wanneer de minimale waarde van de vruchten geen       € 45.000,- was  –  het bedrag moest worden aangevuld nádat het fiscale jaarinkomen van [eiseres] en de belastingheffing hierover bekend was en niet zo spoedig mogelijk na het verstrijken van het jaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Artikel 4:46 BW geeft de mogelijkheid een testament uit te leggen. Die uitleg moet plaatsvinden in twee fasen. In de eerste fase moet worden vastgesteld of het testament onduidelijk is. Het gaat hierbij niet om alleen een grammaticale uitleg van de tekst van het testament, maar ook moet rekening worden gehouden met de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen en met de omstandigheden waaronder het testament is gemaakt. Nadat in de eerste fase is vastgesteld dat het testament onduidelijk is, moet in de tweede fase worden achterhaald wat de onduidelijk in het testament verwoorde bedoeling van erflater is geweest, waarbij mag worden gelet op daden en verklaringen van erflater buiten het testament. Met andere woorden, beoordeeld moet worden wat erflater voor ogen stond op het moment waarop hij het testament liet opstellen. Alleen als dat niet duidelijk is, mag rekening worden gehouden met gedragingen of mededelingen van erflater na dat moment. In deze zaak wordt aan de tweede fase niet toegekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank zijn de bewoordingen van het testament duidelijk genoeg. In het testament is op duidelijke wijze tot uitdrukking gebracht dat erflater wilde dat [eiseres] jaarlijks een besteedbaar bedrag heeft van minimaal € 45.000,- (of van minimaal        € 21.000,- vanaf het moment dat het vruchtgebruik van een aantal in het testament genoemde aandelen is geëindigd). De rechtbank zoekt bij de woorden <emphasis role="italic">besteedbaar bedrag</emphasis> aansluiting bij de term <emphasis role="italic">besteedbaar inkomen</emphasis> en de definitie die daaraan door het CBS, de Belastingdienst en in jurisprudentie wordt gegeven, namelijk bruto-inkomen verminderd met belastingen op inkomen, vermogen en dergelijke. </para>
        <para>Omdat de bewoordingen van het testament naar het oordeel van de rechtbank duidelijk zijn, is er naar geldend recht geen ruimte voor interpretatie en moet de uiterste wil zoveel mogelijk naar de letter worden gevolgd. Als de bedoeling van erflater was zoals door de erven is betoogd, dan had mogen worden verwacht dat een en ander anders was geformuleerd en zou hij de toevoeging “<emphasis role="italic">zodat de vruchtgebruikster een besteedbaar bedrag heeft van minimaal € 45.000,00 (€ 21.000,-) per jaar” </emphasis>achterwege hebben gelaten. Met de bestaande tekst van de legaten, en juist door de toevoeging van de woorden ‘minimaal besteedbaar bedrag’ heeft erflater in duidelijke bewoordingen uiting gegeven aan de zorg voor [eiseres] als zijn partner. De veronderstelling van de erven dat erflater niet heeft bedoeld dat [eiseres] het leven dat zij met erflater leefde kon voortzetten, wordt daarom niet gevolgd. De veronderstelling dat [eiseres] met het levenslange deel van het vruchtgebruik à € 21.000,-, naast haar AOW en pensioen, een bovenmodaal inkomen zou hebben, is ook onvoldoende om hun standpunt te volgen. Omdat aan de tweede fase niet wordt toegekomen, hoeven de door partijen overlegde verklaringen en andere stukken die betrekking zouden hebben op gedragingen of mededelingen van erflater na het opstellen van zijn laatste wil, niet besproken te worden. De gevorderde verklaring voor recht en de gevorderde aanvulling van de tekorten over de jaren 2020, 2021 en 2022 (waarvan de hoogte niet is weersproken), wordt toegewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Vanwege de aard van het geschil en de verhoudingen tussen partijen compenseert de rechtbank de proceskosten. Iedere partij betaalt de eigen proceskosten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitvoerbaarheid bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat het legaat met betrekking tot het vruchtgebruik van aandelen als beschreven in het testament van [erflater] van 11 januari 2016 onder B. sub e, bladzijde 2, respectievelijk onder E. 1 en 2, bladzijde 3, zo moet worden gelezen dat [eiseres] na aftrek van kosten en na aftrek van de jaarlijks door [eiseres] over het vruchtgebruik verschuldigde inkomstenbelasting een besteedbaar bedrag van minimaal € 45.000,- aan vruchten heeft ontvangen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt de erven ieder tot betaling van € 21.470,-, vermeerderd met de wettelijke rente over € 7.979,- vanaf 2 mei 2022 tot de dag van volledige betaling, en vermeerderd met de wettelijke rente over € 13.491,- vanaf 8 juni 2023 tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>wijst al het andere af. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is op 14 februari 2024 gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef, rechter. </para>
        <para>3092</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>