<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:4168</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-16T12:39:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/676829 / KG ZA 24-296</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:4168">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:4168</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-16T12:36:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:4168 Rechtbank Rotterdam , 29-04-2024 / C/10/676829 / KG ZA 24-296</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:4168:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Meewerken verkoop woning. Verstek. Gedeeltelijke toewijzing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:4168:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a60ccdc9-b517-4384-938b-5ed836692e70" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="062945b2-5a28-4bf6-a67a-6e1626aa60cc" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/676829 / KG ZA 24-296</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 29 april 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: Nieuw-Vennep,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. S. Kandemir te Dordrecht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: Dordrecht,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die niet is verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘de vrouw’ en ‘de man’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 12 april 2024, met bijlagen 1 tot en met 3;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling op 22 april 2024. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="underline">Waar gaat de zaak over?</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vrouw en de man zijn getrouwd geweest. Zij zijn op dit moment nog samen eigenaar van een woning en zij zijn ook samen hoofdelijk aansprakelijk voor de hypotheek die op de woning rust. De vrouw wil de woning verkopen, omdat haar overal wordt tegengeworpen dat zij die woning (met hypotheek) nog heeft. In de echtscheidings-beschikking is beslist dat de man de woning moet overnemen of – als dat de man niet lukt – dat de woning moet worden verkocht, maar de man heeft de woning tot nu toe niet overgenomen en hij reageert ook nergens meer op. Daarom eist de vrouw in deze zaak – samengevat weergegeven – dat de man wordt veroordeeld om zijn medewerking te verlenen aan de overname van de hypotheek (op verbeurte van een dwangsom) of dat de vrouw wordt gemachtigd om de woning te gelde te maken, met de bepaling – in het geval dat de man niet meewerkt aan het te gelde maken van de woning – dat dit vonnis in de plaats treedt van de akte tot levering van de woning of dat dit vonnis in de plaats treedt van de benodigde wilsverklaring en medewerking van de man in de notariële akte tot levering van de woning.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Verstekverlening tegen de man</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter verleent verstek tegen de man. De man is namelijk niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling op 22 april 2024, terwijl bij de oproeping van de man in deze zaak alle wettelijke termijnen en regels in acht zijn genomen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De eis van de vrouw wordt deels toegewezen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De eis van de vrouw komt de voorzieningenrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor. Daarom wordt die eis toegewezen, met inachtneming van het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De eis onder I. (veroordeling van de man om zijn medewerking te verlenen aan de overname van de hypotheek op verbeurte van een dwangsom) wordt afgewezen, omdat deze eis in het licht van de dwangsom die de vrouw eist te onbepaald is om te kunnen worden toegewezen. Het is namelijk niet duidelijk welke handelingen de man moet verrichten om aan de veroordeling te voldoen en dus geen dwangsom te verbeuren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De eis onder II. (machtiging van de vrouw om de woning te gelde te maken) wordt toegewezen, met dien verstande dat de vrouw niet heeft gespecificeerd voor welke handelingen zij gemachtigd wil worden en dat de eis dus ook ongespecificeerd wordt toegewezen. Onder de machtiging van de vrouw vallen daarom alleen die handelingen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om de woning te gelde te maken, zoals bijvoorbeeld het opdracht geven aan een makelaar om – na taxatie van de woning door die makelaar – een marktconforme vraag- en laatprijs vast te stellen, het verlenen van medewerking aan alle werkzaamheden van de makelaar voor het te koop zetten van de woning, zoals het laten inmeten van de woning, het laten maken van foto’s en afgifte van de sleutels aan de makelaar, en het laten bezichtigen van de woning aan potentiële kopers.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De eis onder III. primair (bepaling – in het geval dat de man niet meewerkt aan het te gelde maken van de woning – dat dit vonnis in de plaats treedt van de akte tot levering van de woning) wordt alleen al afgewezen omdat daarvoor kadastrale informatie over de woning nodig is, die de vrouw niet heeft verstrekt. De eis onder III. subsidiair (bepaling – in het geval dat de man niet meewerkt aan het te gelde maken van de woning – dat dit vonnis in de plaats treedt van de benodigde wilsverklaring en medewerking van de man in de notariële akte tot levering van de woning) wordt wel toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De partijen moeten hun eigen proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>In zaken tussen ex-partners wordt in het algemeen besloten tot compensatie van de proceskosten. Dat houdt in dat iedere partij de eigen proceskosten moet betalen. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om in deze zaak anders te oordelen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Uitvoerbaarheid bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>machtigt de vrouw om de woning aan het adres [adres] te gelde te maken;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt – in het geval dat de man niet meewerkt aan het te gelde maken van de woning – dat dit vonnis in de plaats treedt van de benodigde wilsverklaring en medewerking van de man in de notariële akte tot levering van de woning aan het adres [adres];</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. Mendlik en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2024.</para>
        <para>3349 / 3577</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>