<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:3714</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-30T09:51:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10742848</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:3714">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:3714</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-30T09:50:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:3714 Rechtbank Rotterdam , 24-04-2024 / 10742848</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:3714:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huurzaak. Verstek. Eindvonnis na tussenvonnis waarbij huurprijswijzigingsbeding is vernietigd en verhuurder gevraagd is informatie te verstrekken over de huur(betaling). Vaststelling betalingsachterstand. Ontbinding huurovereenkomst. Veroordeling tot ontruiming woning en betaling gebruiksvergoeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:3714:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 10742848 CV EXPL 23-27449</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 24 april 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Havensteder</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Rotterdam,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: H.J. Jansen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde 1] , en</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [gedaagde 2]</emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: Capelle aan den IJssel,</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>die niet zijn verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘Havensteder’ en ‘ [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>De (verdere) beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Waar gaat het om? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Havensteder eist de huurovereenkomst tussen partijen te ontbinden en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde. Ook eist Havensteder om [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan haar van € 5.226,34 aan achterstallige huur en € 1.270,63 per maand aan lopende huur vanaf 1 oktober 2023, met nevenvorderingen. De eis wordt toegewezen als volgt om de hierna te noemen reden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Wat is er gebeurd?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis in verstek van 20 maart jl. is het op de huurovereenkomst van toepassing verklaarde artikel 5 lid 1 en 2 van de Algemene Huurvoorwaarden vernietigd. Geoordeeld is dat dit de verhoogde kale huurprijs treft, niet de servicekosten. Dit heeft tot gevolg dat de kale huurprijs van € 1.100,- per maand, die partijen in 2020 zijn overeengekomen, is blijven gelden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Omdat alleen bekend was wat de huurprijs inclusief servicekosten is, die de afgelopen jaren in rekening is gebracht, is Havensteder in de gelegenheid gesteld met een kolommenoverzicht te specificeren: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>hoeveel maandhuur [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben moeten betalen, onderverdeeld in de netto / kale huurprijs van € 1.100,- per maand en de (service)kosten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>hoeveel maandhuur zij hebben betaald, onderverdeeld in de netto / kale huurprijs per maand en de (service)kosten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het saldo;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het bedrag aan vermeerdering of vermindering daarvan naar aanleiding van de afrekening van servicekosten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het eindsaldo.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Ook is gevraagd hierin te betrekken de door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te betalen maandhuur na de dagvaarding en de door hen nadien betaalde maandhuur, om duidelijk te maken of zij nu een huurachterstand hebben en, zo ja, hoe hoog die achterstand is, en of die reden geeft om de huurovereenkomst te ontbinden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Havensteder heeft het gevraagde overzicht verstrekt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Gedeeltelijke toewijzing eis</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De vernietiging van het huurprijswijzigingsbeding heeft tot gevolg dat de eis slechts gedeeltelijk kan worden toegewezen. Het gaat om het volgende.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betalingsachterstand</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>In het kolommenoverzicht is de huurachterstand tot en met de maand april 2024 plus de achterstand in de betaling van (service)kosten becijferd op € 5.214,85. Dit bedrag wordt toegewezen, met rente over de bedragen aan kale huur van € 1.100,- per maand plus de (service)kosten steeds vanaf iedere eerste van de maand waarop de betreffende bedragen betaald hadden moeten worden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ontbinding huurovereenkomst </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verplicht zijn  om de huur op tijd te betalen en dat niet hebben gedaan (artikel 6:265 BW). De huurachterstand is ernstig genoeg om de huurovereenkomst te beëindigen. Dat is meestal zo bij een achterstand van meer dan drie maanden. Er zijn geen omstandigheden aangevoerd om tot een ander oordeel te komen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde 1] en [gedaagde 2] moeten de woning ontruimen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8.</nr>
      <para>Omdat de huurovereenkomst is ontbonden, moeten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de woning met al hun spullen verlaten. Dat moet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis. De gevraagde machtiging om de ontruiming zelf uit te laten voeren, zo nodig met hulp van de politie, wordt afgewezen. De deurwaarder heeft die niet nodig (artikel 556 en 557 Rv).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde 1] en [gedaagde 2] moeten een gebruiksvergoeding betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.9.</nr>
      <para>Tot en met de dag van de ontruiming moeten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] naar rato een gebruiksvergoeding (schadevergoeding) van € 1.151,05 per maand betalen (artikel 7:225 BW). Het betreft een bedrag gelijk aan de huur van € 1.100,- per maand plus € 51,05 per maand aan servicekosten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.10.</nr>
      <para>De incassokosten worden afgewezen. Havensteder heeft pas recht op een vergoeding als een brief is gestuurd waarin de kans is gegeven om de openstaande hoofdsom binnen vijftien dagen na ontvangst van de brief alsnog zonder extra kosten te betalen (artikel 6:96 lid 6 BW). In de brief die aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] is gestuurd staat een te hoog bedrag aan hoofdsom. De brief voldoet dus niet aan de wet.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde 1] en [gedaagde 2] moeten de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.11.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde 1] en [gedaagde 2] moeten de proceskosten betalen, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgen (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Havensteder op € 129,14 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht, € 271,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 271,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal </para>
        <para>€ 1.049,14. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend. Omdat de na de dagvaarding door Havensteder genomen aktes nodig zijn geweest om de eis goed te kunnen beoordelen, is hiervoor geen salaris toegekend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoofdelijke veroordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.12.</nr>
      <para>
        [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden hoofdelijk veroordeeld. Dit betreft, zoals gevorderd, de veroordelingen tot betaling van de betalingsachterstand en gebruiksvergoeding. Dit betreft ook de veroordeling tot ontruiming en de proceskosten. Het betekent dat ieder van hen hiervoor (volledig) kan worden aangesproken. Als de één voldoet, is de ander bevrijd, met de mogelijkheid van verhaal op de medeschuldenaar.<footnote-ref linkend="_1cd0c425-63fc-4c52-a31b-be0a5f588540" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.13.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen daartegen een rechtsmiddel aanwendt (artikel 233 Rv).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, zodat als de één betaalt de ander is bevrijd, om aan Havensteder te betalen € 5.214,85 aan achterstallige huur en (service)kosten tot en met de maand april 2024, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over de bedragen aan kale huur van € 1.100,- per maand plus de (service)kosten, steeds vanaf iedere eerste van de maand waarop de betreffende bedragen betaald hadden moeten worden tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, zodat als de één hieraan voldoet de ander is bevrijd, om binnen twee weken na de datum van dit vonnis de woning aan het [adres] , [postcode] te Capelle aan den IJssel te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde 1] en [gedaagde 2] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Havensteder te stellen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, zodat als de één betaalt de ander is bevrijd, om vanaf vandaag tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Havensteder naar rato te betalen € 1.151,05 per maand;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, zodat als de één betaalt de ander is bevrijd, in de proceskosten, die aan de kant van Havensteder worden vastgesteld op </para>
        <para>€ 1.049,14; </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>465</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_1cd0c425-63fc-4c52-a31b-be0a5f588540" label="1">
    <para> Zie artikel 6:6 lid 2 BW en artikel 2 lid 3 Algemene Huurvoorwaarden. Zie ook HR 17 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5169, rov. 3.3.2. en HR 23 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1942, rov. 4.1.2.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>