<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:3361</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-25T16:07:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10835826 \ CV EXPL 23-32883</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:3361">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:3361</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-25T16:07:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:3361 Rechtbank Rotterdam , 19-04-2024 / 10835826 \ CV EXPL 23-32883</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:3361:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank is bevoegd o.g.v. art. 2 Rv. Het Belgische recht is van toepassing o.g.v. de Rome II Verordening. Gedaagde heeft aangevoerd dat zij de boete al heeft betaald. Eiseres heeft daar niet meer op gereageerd. De vordering wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:3361:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 10835826 \ CV EXPL 23-32883</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 19 april 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de publiekrechtelijke rechtspersoon naar buitenlands recht </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stad Antwerpen</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Antwerpen (België),</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: [naam],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘Antwerpen’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 10 november 2023, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord, met bijlagen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Antwerpen is in de gelegenheid gesteld om te reageren op het antwoord, maar van die mogelijkheid heeft zij geen gebruik gemaakt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Antwerpen vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 250,00, met proceskosten. Hieraan is ten grondslag gelegd dat zij aan [gedaagde] op grond van het Reglement een administratieve boete heeft opgelegd.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert als verweer dat de boete al is betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bevoegdheid</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De kantonrechter van deze rechtbank is bevoegd van de vordering kennis te nemen. Er is namelijk geen verordening of verdrag dat de rechtsmacht in een zaak zoals deze regelt. Daarom moet de rechtbank beoordelen of zij rechtsmacht heeft op grond van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv). Dat is het geval want [gedaagde] woont in Rotterdam en artikel 2 Rv bepaalt dat de Nederlandse rechter in zo’n geval internationaal bevoegd is. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het toepasselijk recht</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Op grond van de Rome II Verordening is Belgische recht van toepassing.<footnote-ref linkend="_4eaf702e-e6b5-4c14-be21-967dcb6c3d75" /> Deze  verordening heeft betrekking op het recht dat van toepassing is op burgerlijke zaken die niet gaan over een verbintenis uit overeenkomst. Op grond hiervan is het recht toepasselijk van het land waar de door Antwerpen gestelde schade zich voordoet. Dat land is in dit geval België.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De vordering van Antwerpen wordt afgewezen. [gedaagde] heeft namelijk aangevoerd dat zij de boete in tien termijnen van € 25,00 heeft betaald. Antwerpen heeft hierop niet meer gereageerd en dus gaat de kantonrechter ervan uit dat dit klopt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Antwerpen wordt in het ongelijk gesteld. [gedaagde] heeft echter geen kosten gemaakt. Zij procedeert namelijk in persoon en er is geen zitting geweest. Antwerpen wordt daarom in de proceskosten veroordeeld maar die worden aan de kant van [gedaagde] vastgesteld op nul. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>veroordeelt Antwerpen in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] tot nu toe worden begroot op nul.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>53954</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_4eaf702e-e6b5-4c14-be21-967dcb6c3d75" label="1">
    <para> Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet contractuele verbintenissen in burgerlijke en handelszaken.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>