<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:3014</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-17T14:55:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10283751 CV EXPL 23-1711</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:3014">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:3014</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-17T14:50:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:3014 Rechtbank Rotterdam , 15-03-2024 / 10283751 CV EXPL 23-1711</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:3014:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Medehuurderschap ex artikel 7:267 BW?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:3014:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 10283751 CV EXPL 23-1711</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 15 maart 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [eiser 1],</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [eiser 2]</emphasis>,</para>
      <para>beiden wonende in [woonplaats 1],</para>
      <para>eisers, </para>
      <para>gemachtigde: mr. A. Rhijnsburger,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [gedaagde 1],</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [gedaagde 2]</emphasis>,</para>
      <para>beiden wonende in [woonplaats 2],</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>gemachtigde: mr. L.Th. Kleine.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers worden hierna afzonderlijk ‘[eiser 1]’ en ‘[eiser 2]’ en gezamenlijk ook ‘[eisers]’ genoemd. Gedaagden worden hierna ‘verhuurders’ genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De (verdere) procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 4 augustus 2023 en de daarin genoemde processtukken;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van [eisers] met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordakte van verhuurders;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van 11 december 2023 van [eisers] met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aanvullende antwoordakte van verhuurders;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de rolbeslissing van 26 januari 2024 met mededeling over wisseling van kantonrechter. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De (verdere) beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is de kern? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Moeder [eiser 1] en zoon [eiser 2] willen dat hij als medehuurder wordt aangemerkt en vorderen dat in deze procedure. De vraag is of aan de voorwaarden van artikel 7:267 BW is voldaan. Verhuurders weerspreken dat namelijk. In het tussenvonnis zijn [eisers] toegelaten tot het leveren van bewijs van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>dat [eisers] gezamenlijk voorzien in de kosten van huisvesting en de kosten van het levensonderhoud; en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat [eiser 2] vanuit financieel oogpunt voldoende waarborg biedt voor een behoorlijke nakoming van de huur. </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para>De kantonrechter oordeelt dat [eisers] niet zijn geslaagd in de bewijslevering van onderdeel b). Er is daarom een wettelijke grond aanwezig, waarop de kantonrechter het gevraagde medehuurderschap moet afwijzen (artikel 7:267 lid 3 sub c BW). Het oordeel wordt hierna uitgelegd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Onvoldoende financiële draagkracht om de huurprijs te voldoen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser 2] is niet geslaagd in het leveren van bewijs dat hij financieel voldoende draagkrachtig is om de huurprijs zelfstandig te kunnen betalen <emphasis role="italic">naast</emphasis> alle andere kosten en lasten die voor zijn rekening komen op het moment dat hij als enige de woonlasten zou moeten dragen (zie 2.10 van het tussenvonnis). De kantonrechter is met verhuurders eens dat dit niet kan worden afgeleid uit de overgelegde stukken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eisers] hebben bankafschriften van de en/of-rekening van hen samen, bankafschriften van de eigen bankrekening van [eiser 1] en een overzicht van de boekhouder van [eiser 2] over opnames van zijn zakelijke bankrekening overgelegd. Uit die stukken kan worden afgeleid dat [eiser 2] maandelijks een contant bedrag stort op de en/of-rekening om de huur te betalen en dat [eiser 1] van haar eigen bankrekening maandelijks de kosten voor energie en water en de gemeentelijke en regionale belastingen betaalt. De bankafschriften laten vóór maart 2023 geen uitgaven zien voor dagelijkse boodschappen, maar de toelichting van [eisers] is dat de boodschappen veelal contant werden betaald. Het overzicht van de boekhouder over opnames van de zakelijke bankrekening van [eiser 2] laat inderdaad regelmatig opnames onder de noemer “etensgeld” zien en ook de bankafschriften van [eiser 1] laten zien dat er regelmatig contant geld wordt opgenomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het overgelegde overzicht van de boekhouder van augustus 2023 over de bedrijfsresultaten van de onderneming van [eiser 2] laat zien dat het te verwachten bruto bedrijfsresultaat voor heel 2023 € 21.100,- is en dat in 2022 het daadwerkelijke bruto bedrijfsresultaat (dus vóór aftrek van de belastingen) € 15.755,- bedroeg. Het overzicht van de boekhouder over de opnames van de zakelijke bankrekening van [eiser 2] laat zien dat hij in het eerste half jaar van 2023 (tot en met juni) € 8.280,- heeft opgenomen en dat hij in 2022 in totaal € 12.120,- heeft opgenomen voor voornamelijk de huur, eten en kleding (onder de noemers “huur”, “etensgeld” en “kleedgeld”). In 2021 was het bruto bedrijfsresultaat met € 4.884,- een heel stuk lager (volgens [eiser 2] vanwege de coronapandemie) en lag het bedrag dat hij heeft opgenomen van zijn zakelijke bankrekening (€ 13.535,-) ruim bóven het bedrijfsresultaat van dat jaar. De marge tussen wat [eiser 2] <emphasis role="italic">bruto</emphasis> aan inkomsten binnenkrijgt en wat hij uitgeeft, is op basis van deze gegevens dus zeker niet groot te noemen. Wat het <emphasis role="italic">netto </emphasis>bedrijfsresultaat is, heeft [eiser 2] overigens helemaal niet toegelicht. Hij heeft ook geen bankafschriften van zijn eigen bankrekening en van zijn zakelijke bankrekening overgelegd, maar alleen de hiervoor genoemde overzichten van de boekhouder.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [eiser 2] moet voldoende draagkracht hebben om de huur zelfstandig te kunnen betalen <emphasis role="italic">naast </emphasis>de andere kosten van huisvesting en levensonderhoud. Verhuurders hebben terecht serieuze twijfels daarbij gesteld. Met de huidige verdeling van de kosten tussen moeder en zoon zoals die is af te leiden uit de stukken, zou [eiser 2] in ieder geval de kosten voor energie en water en de gemeentelijke en regionale belastingen moeten betalen, bovenop de huur en kosten van het levensonderhoud die hij nu al betaalt. De kosten voor energie en water en de gemeenschappelijke en regionale belastingen komen in 2023 uit op ongeveer € 400,- à € 500,- per maand extra (€ 4.800,- tot € 6.000,- per jaar extra). Dat is af te leiden uit de bankafschriften van de bankrekening van [eiser 1] over enkele maanden van 2023. Gelet op de beperkte gegevens die [eisers] hebben overgelegd over de financiële positie van [eiser 2], kan niet worden vastgesteld dat [eiser 2] voldoende financiële draagkracht heeft om de huur naast als alle andere vaste lasten zelfstandig te kunnen (blijven) betalen. Het bedrag aan huursubsidie waar [eiser 2] volgens zijn berekening in 2023 recht op zou hebben als hij alle kosten zelfstandig had moeten betalen, te weten € 280,- per maand (€ 3.360,- per jaar), is niet toereikend om de kosten voor energie, water en de gemeentelijke en regionale belastingen van te betalen. Als [eiser 2] dus zelfstandig <emphasis role="italic">alle</emphasis> kosten zou moeten betalen, biedt hij niet een voldoende financiële waarborg voor het betalen van de huur. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Duurzame gemeenschappelijke huishouding?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Dit onderdeel wordt (verder) niet inhoudelijk beoordeeld, omdat de eis al moet worden afgewezen op de grond dat [eiser 2] niet een voldoende financiële waarborg is voor het betalen van de huur. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [eisers] moeten de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgen (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van verhuurders op € 714,- aan salaris voor de gemachtigde (3 punten x € 238,- en € 119,- aan nakosten. Dat is in totaal      € 833,-. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de eis af; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eisers] in de proceskosten, die aan de kant van verhuurders worden begroot op € 833,-.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>34286</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>