<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:2888</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T16:02:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10792190</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2024-0532</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2024-0532</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:2888">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:2888</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-18T10:08:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:2888 Rechtbank Rotterdam , 05-04-2024 / 10792190</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:2888:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeidszaak. Eindbeschikking. Veroordeling werkgever tot betaling aanzegvergoeding aan werknemer.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:2888:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 10792190 VZ VERZ 23-9777</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 5 april 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [persoon A] , </emphasis>
      </para>
      <para>woonplaats: [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker, </para>
      <para>verweerder in het tegenverzoek,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J. Marges,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Sirini Data &amp; Elektra B.V., </emphasis>
      </para>
      <para>vestigingsplaats: Hoogvliet, gemeente Rotterdam,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>verzoekster in het tegenverzoek,</para>
      <para>vertegenwoordigd door: mr. S. Sirini.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden ‘Werknemer’ en ‘Werkgever’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="italic">Het verzoek: aanzegvergoeding</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter blijft bij al wat zij heeft overwogen in de tussenbeschikking van </para>
        <para>15 februari jl. In deze beschikking is geoordeeld dat Werkgever de aanzegvergoeding van € 3.218,90 bruto in beginsel verschuldigd is. Of Werkgever de aanzegvergoeding moet uitbetalen aan Werknemer is verbonden aan het lot van het tegenverzoek van Werkgever tot betaling van een schadevergoeding. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het tegenverzoek: schadevergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Werkgever verzoekt Werknemer te veroordelen om een schadevergoeding te betalen, omdat Werknemer zich volgens Werkgever schuldig heeft gemaakt aan diefstal/verduistering van bedrijfsmiddelen. Werkgever is in de tussenbeschikking in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat Werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan de gestelde diefstal/verduistering. Werkgever heeft echter niet meer gereageerd en dus ook geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om binnen één maand te laten weten hoe hij dit bewijs wil leveren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij deze stand van zaken staat niet vast en zal ook niet komen vast te staan dat Werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal/verduistering van bedrijfsmiddelen. Er is dan ook geen grond om Werknemer te veroordelen tot betaling van schadevergoeding. Daarom wordt het tegenverzoek afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Dit betekent dat Werkgever zal worden veroordeeld om de aanzegvergoeding aan Werknemer te betalen, dus € 3.218,90 bruto, met rente vanaf 12 september 2023.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Werkgever moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Werknemer vast op € 244,- aan griffierecht, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 922,-. Voor het verweer tegen het tegenverzoek is geen extra salaris toegekend, omdat geen schriftelijk verweer is gevoerd. Hier kan nog een bedrag bijkomen als deze beschikking wordt betekend. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitvoerbaarheid bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>veroordeelt Werkgever tot betaling aan Werknemer van € 3.218,90 bruto aan aanzegvergoeding, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf 12 september 2023 tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>veroordeelt Werkgever in de proceskosten, die aan de kant van Werknemer worden vastgesteld op € 922,-;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>465</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>