<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:285</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-30T08:32:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10504776 CV EXPL 23-2131</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Dordrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:285">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:285</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-29T15:15:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:285 Rechtbank Rotterdam , 18-01-2024 / 10504776 CV EXPL 23-2131</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:285:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ontbinding en ontruiming; bedrijfspand; huurachterstand; fallissement; verifieerbare en niet-verifieerbare vorderingen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:285:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
locatie Dordrecht
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer: 10504776 CV EXPL 23-2131
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
datum uitspraak: 18 januari 2024
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
In Statu Nascendi B.V.
</emphasis>
,
</para>
<para>
vestigingsplaats: Dordrecht,
</para>
<para>
eiseres,
</para>
<para>
gemachtigde: [naam01] (Wouters Gerechtsdeurwaarder en Incasso’s),
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tegen
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01]
</emphasis>
, die handelt onder de naam [handelsnaam01] ,
</para>
<para>
woonplaats: [woonplaats01] ,
</para>
<para>
gedaagde,
</para>
<para>
die zelf procedeert.
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de dagvaarding van 31 mei 2023, met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de antwoorden van gedaagde;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de betekening van de oproeping van de curator van 31 oktober 2023, met bijlagen.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.2.
</nr>
<parablock>
<para>
De curator is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen op de rolzitting van
</para>
<para>
9 november 2023.
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
</section>
<section>
<title>
<nr>
2
</nr>
De feiten
</title>
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
Gedaagde huurt van eiseres bedrijfsruimte aan de [adres01] te [plaats01] (hierna: het gehuurde). De maandelijkse huur bedraagt op dit moment € 1.346,22 en moet bij vooruitbetaling worden betaald.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<parablock>
<para>
Op 13 september 2023 is gedaagde in staat van faillissement verklaard en is
</para>
<para>
[naam02] aangesteld tot curator in het faillissement.
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
</section>
<section>
<title>
<nr>
3
</nr>
Het geschil
</title>
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
Eiseres eist samengevat:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
gedaagde te veroordelen aan haar te betalen een hoofdsom van € 7.272,52, met wettelijke handelsrente over de huurachterstand vanaf 18 mei 2023 tot de dag van algehele voldoening;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
gedaagde te veroordelen aan haar te betalen de verschuldigde huur van € 1.346,22 per maand vanaf 1 juni 2023 (te verhogen met indexeringen) tot het overeengekomen einde van de huurovereenkomst dan wel verhuur onder dezelfde condities aan een derde;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
gedaagde te veroordelen in de proceskosten, waaronder nasalaris;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para>
De hoofdsom bestaat uit een bedrag van € 6.731,10 aan huurachterstand tot en met mei 2023, € 131,68 aan verschenen rente tot 17 mei en de buitengerechtelijke kosten van € 394,24).
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.2.
</nr>
<para>
Eiseres baseert de eis op het volgende. Gedaagde blijft, ondanks aanmaning daartoe, opnieuw in gebreke met de tijdige voldoening van de huur.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.3.
</nr>
<para>
Gedaagde erkent de vordering maar voert aan op het moment niet aan zijn financiële verplichtingen te kunnen voldoen.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
4
</nr>
De beoordeling
</title>
<para />
<paragroup>
<nr>
4.1.
</nr>
<parablock>
<para>
De vorderingen van eiseres zijn deels verifieerbaar (de huurtermijnen en de buitengerechtelijke incassokosten) en deels niet-verifieerbaar (de ontbinding en de ontruiming). De verifieerbare vorderingen, maar dan tot de faillissementsdatum, vallen onder de werking van artikel 29 Faillissementswet zodat de procedure ten aanzien van deze vorderingen ambtshalve wordt geschorst om in te dienen ter verificatie en te kunnen worden voortgezet als de vorderingen ter verificatie worden betwist.
</para>
<para>
Ten aanzien van de niet-verifieerbare vorderingen heeft eiseres de curator opgeroepen. De curator is ondanks de oproeping niet in het geding verschenen. Dat betekent dat de procedure voor dit deel, en de gevorderde huurtermijnen vanaf faillissementsdatum, tegen gedaagde kunnen worden voortgezet en dat een veroordelend vonnis ten opzichte van gedaagde rechtskracht heeft tegen de boedel.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Ontbinding en ontruiming
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.2.
</nr>
<para>
Eiseres heeft per e-mail van 25 oktober 2023 aan de curator vanwege het faillissement de huurovereenkomst opgezegd per 7 december 2023 en de curator gesommeerd per gelijke datum het gehuurde te ontruimen en op te leveren. Eiseres heeft geen belang meer bij de gevorderde ontbinding en ontruiming zodat deze afgewezen wordt.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Huurtermijnen
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.3.
</nr>
<parablock>
<para>
De huurtermijnen vanaf datum faillissement tot 7 december 2023 zullen worden toegewezen nu onbetwist is gebleven dat deze niet zijn voldaan. Gedaagde zal worden veroordeeld tot betaling van € 1.346,22 (inclusief eventuele indexeringen) per maand over de periode van 13 september 2023 tot 7 december 2023.
</para>
<para>
De gevorderde wettelijke handelsrente over de huurtermijnen vanaf de faillissementsdatum tot aan de ontbinding zal eveneens worden toegewezen zoals gevorderd.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Proceskosten
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.4.
</nr>
<para>
De beslissing op dit punt wordt aangehouden vanwege de schorsing van de verifieerbare vorderingen.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Uitvoerbaarheid bij voorraad
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.5.
</nr>
<para>
Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
</para>
<para />
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
5
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De kantonrechter:
</para>
<para />
<paragroup>
<nr>
5.1.
</nr>
<para>
schorst de procedure ten aanzien van de gevorderde huurachterstand tot aan faillissementsdatum, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten en bepaalt dat eiseres om hervatting van de procedure kan verzoeken als aan de voorwaarden daarvoor is voldaan;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
5.2.
</nr>
<para>
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen € 1.346,22 (inclusief eventuele indexeringen) per maand over de periode van 13 september 2023 tot 7 december 2023, met de wettelijke handelsrente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf de datum van opeisbaarheid tot de dag der algehele voldoening;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
5.3.
</nr>
<para>
verklaart dit vonnis t.a.v. de veroordeling onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
5.4.
</nr>
<para>
wijst af de gevorderde ontbinding en ontruiming.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. D. van Dooren en in het openbaar uitgesproken.
</para>
<para>
745
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>