<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:2673</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-02T09:57:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/324976-23/ TUL VV: 10/008666-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:2673">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:2673</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-02T09:56:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:2673 Rechtbank Rotterdam , 20-03-2024 / 10/324976-23/ TUL VV: 10/008666-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:2673:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid cocaïne en voorbereidingshandelingen. Eendaadse samenloop. Gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:2673:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 3</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/324976-23</para>
      <para>Parketnummer vordering TUL VV: 10/008666-23</para>
      <para>Datum uitspraak: 20 maart 2024</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1999,</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd</para>
      <para>in de Penitentiaire Inrichting te [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman mr. M.E. Pennings, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 6 maart 2024.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. W.A.J.A. Welten heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van de (primair) ten laste gelegde feiten;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden met aftrek van voorarrest;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 10/008666-23, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.1.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
          </para>
          <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de aan hem ten laste gelegde feiten, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. De verdachte ontkent op 16 oktober 2023 in de loods aan de [adres delict] te Hoogvliet te zijn geweest. De kledingstukken die in de loods zijn aangetroffen en waarop zijn DNA is aangetroffen, zijn sinds 3 oktober 2023 gestolen. Verder stelt de verdediging nadrukkelijk dat de verdachte niet daadwerkelijk is herkend op de camerabeelden.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
          </para>
          <para>Op 16 oktober 2023, omstreeks 15:05 uur, komt bij de politie een melding binnen van een roofoverval in een loods aan de [adres delict] te Hoogvliet. Mannen met bivakmutsen zouden bezig zijn met het inladen van een grote hoeveelheid pakken/goederen in twee voertuigen. Als de verbalisanten ter plaatse komen is de overval voorbij en zien zij voor de roldeur van de loods tien ingetapete blokken liggen. In de loods worden door de verbalisanten in totaal 47 ingetapete blokken aangetroffen en meerdere lege verhuisdozen van de Gamma. De blokken zijn later door het NFI positief getest op in totaal ruim 51 kilo cocaïne. In de loods staat ook een Toyota Yaris met kenteken [kentekennummer] , op naam van de dochter van de verdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ). Verder werden er een bodywarmer en een jas aangetroffen, waarop - naar later onderzoek door het NFI - het DNA van de verdachte [naam verdachte] (hierna: [naam verdachte] ) wordt aangetroffen.</para>
          <para>
            [naam verdachte] heeft verklaard dat hij niet aanwezig is geweest in de loods op 16 oktober 2023 en dat zijn jas en bodywarmer sinds 3 oktober 2023 gestolen zijn.</para>
          <para>Naast hetgeen hierboven reeds is overwogen, bevinden zich in het dossier ook processen-verbaal van het uitkijken van de camerabeelden. Daaruit blijkt dat er op de camerabeelden steeds twee mannen te zien zijn, man 1 en man 2. De rechtbank gaat er vanuit dat man 2 medeverdachte [medeverdachte] is, gelet op de herkenning door de verbalisanten. <?linebreak?>Over de andere man, dus man 1, is door de verbalisanten gerelateerd dat de uiterlijke kenmerken van deze persoon overeen komen met de uiterlijke kenmerken van [naam verdachte] . Ten aanzien van de herkenning van [naam verdachte] door verbalisanten overweegt de rechtbank dat de verdediging van [naam verdachte] weliswaar heeft gesteld dat die herkenningen niet voor het bewijs mogen meegenomen, omdat die niet op een voor de verdediging bekende manier heeft plaatsgevonden, maar de rechtbank verwerpt dat verweer. De rechtbank overweegt hiertoe dat de herkenningen door de verbalisanten op ambtseed/ambtsbelofte zijn gedaan en dat de herkenningen voldoende zijn onderbouwd door de verbalisanten. Nu naast deze herkenning er ook DNA van [naam verdachte] is aangetroffen op kledingstukken aangetroffen in de loods, gaat de rechtbank er vanuit dat man 1 [naam verdachte] is. De rechtbank is van oordeel dat de stelling van [naam verdachte] dat zijn jas en bodywarmer eerder waren gestolen niet aannemelijk is geworden. </para>
          <para>Te zien is dat [medeverdachte] en [naam verdachte] om 12:49:30 uur aan komen lopen bij de [adres delict] . [medeverdachte] opent de poort, waarna beide mannen het terrein oplopen. Om 13:55:35 uur komt de in de loods aangetroffen Toyota Yaris met een vrachtwagen met oplegger aangereden bij de loods. [medeverdachte] doet de schuifpoort open en om 13:56:05 uur rijden zowel de Toyota als de vrachtwagen het terrein op. Daarna wordt de schuifpoort weer dichtgedaan door [medeverdachte] . Om 13:58:30 uur, op het moment dat [medeverdachte] en de vrachtwagen met oplegger in de loods zijn, gaat de roldeur van de loods dicht. Om 15:00:12 uur gaat de roldeur van de loods weer open en loopt [medeverdachte] naar de schuifpoort, opent deze en daarna rijdt de vrachtwagen uit de loods. Om 15:00:59 uur komen er vier mannen het binnenterrein opgerend en rent medeverdachte [medeverdachte] weg. Op camerabeelden is te zien dat [naam verdachte] niet veel later uit een raam van het kantoorgedeelte van de loods klimt en weg rent.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op basis van het voorgaande kan worden vastgesteld dat [naam verdachte] en medeverdachte [medeverdachte] , ruim een uur voordat de vrachtwagen bij de loods aan kwam, al in de loods aanwezig waren. Verder kan worden vastgesteld dat zij meer dan een uur in de loods zijn geweest op het moment dat de cocaïne uit de oplegger werd gehaald. Daarbij verdient ook nog opmerking dat er buiten [naam verdachte] en zijn medeverdachte [medeverdachte] , geen andere personen op de camerabeelden zijn gezien.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verder blijkt uit het onderzoek aan de telefoon van [medeverdachte] dat hij op 12 oktober 2023, 4 dagen voor het uitladen van de vrachtwagen, al een bericht naar ene ‘ [persoon A] ’ stuurt met het adres ‘ [adres] Hoogvliet’. De rechtbank gaat er vanuit dat hiermee wordt bedoeld [adres delict] te Hoogvliet. Verder is nog opvallend dat er in de Toyota Yaris in de kofferbak een betonschaar is aangetroffen met daaraan een kaartje van de gamma.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen van oordeel dat het niet anders kan zijn dat dat [naam verdachte] samen met zijn medeverdachte [medeverdachte] op 16 oktober 2023 in de loods aan de [adres delict] in Hoogvliet aanwezig was om daar de inhoud van de oplegger van de vrachtwagen, namelijk blokken cocaïne, te lossen. Daardoor heeft hij zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van ruim 51 kilo cocaïne. Daarnaast hebben zij zich schuldig gemaakt aan de voorbereidingshandelingen daartoe.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>Bewezen is dat de verdachte het primair onder 1 en het onder 2 ten laste gelegde feit, samen met medeverdachte [medeverdachte] , heeft begaan.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. primair)</para>
      <parablock>
        <para>hij op 16 oktober 2023 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam</para>
        <para>tezamen en in vereniging met een ander, </para>
        <para>heeft  </para>
        <para>opzettelijk aanwezig heeft gehad, een grote hoeveelheid,</para>
        <para>in elk geval een hoeveelheid van een materiaal</para>
        <para>bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet </para>
        <para>behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die </para>
        <para>wet; </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2</para>
        <para>hij op 16 oktober 2023 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam</para>
        <para>tezamen en in vereniging met een ander, </para>
        <para>om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,</para>
        <para>voor te bereiden en/of te bevorderen,</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>te weten</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- het opzettelijk afleveren, verstrekken </para>
      <parablock>
        <para>van een grote hoeveelheid cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de </para>
        <para>Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van </para>
        <para>de Opiumwet</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- zich en/of een ander gelegenheid,  tot het plegen van </para>
      <parablock>
        <para>dat feit heeft getracht te verschaffen,</para>
        <para>door de schuifpoort van het bedrijfspand aan de [adres delict] te openen en/of (om </para>
        <para>vervolgens) een vrachtwagen met oplegger het terrein van dat bedrijfspand op te </para>
        <para>laten rijden en/of (vervolgens) de schuifpoort te sluiten en/of die schuifpoort op </para>
        <para>slot te doen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feiten</title>
    <para>De bewezen feiten leveren op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de eendaadse samenloop van</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 1: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">en</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 2: medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderden, zich en/of een ander gelegenheid/middelen/inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straf </title>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
        </para>
        <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feiten waarop de straf is gebaseerd</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft zich samen met de medeverdachte schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van ruim 51 kilo cocaïne. Daarnaast hebben zij zich schuldig gemaakt aan de voorbereidingshandelingen daartoe.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft hiermee een wezenlijke bijdrage geleverd aan de handel in verdovende middelen. De handel in en het gebruik van harddrugs leidt tot veel problemen in de maatschappij. Het gebruik van cocaïne heeft grote gezondheidsrisico’s heeft. Het is namelijk erg verslavend en kan bij regelmatig gebruik schadelijke lichamelijke, psychische en sociale gevolgen met zich brengen. Daarnaast gaat de handel vaak gepaard met diverse vormen van zware georganiseerde criminaliteit, zoals geweldsfeiten. Niet zelden loopt een drugsdeal uit de hand, met alle (dodelijke) gevolgen van dien. Dat blijkt ook uit deze zaak, waarbij de aflevering is uitgelopen op een ripdeal/overval. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>7.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van</para>
          <para>5 februari 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>7.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Rapportage</emphasis>
          </para>
          <para>Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd</para>
          <para>29 februari 2024. Dit rapport houdt - kort samengevat - het volgende in:</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>“Uit ons onderzoek blijkt dat er op vrijwel alle leefgebieden instabiliteit is. Betrokkene heeft geen structurele huisvesting en/of onderdak, geen werk en geen vast inkomen. Daarnaast zijn er zorgen over zijn draagkracht en weerbaarheid. Beschermend en positief is dat betrokkene een hulpvraag heeft en open staat voor begeleiding. Bij een veroordeling adviseren wij een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang en dagbesteding.” </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusies van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank deelt de zorgen van de reclassering, maar zal volstaan met het opleggen van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De bijzondere voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd kunnen wellicht aan de orde komen bij de voorwaardelijke invrijheidstelling.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Vordering tenuitvoerlegging</title>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd</emphasis>
        </para>
        <para>Bij vonnis van 30 maart 2023 van de politierechter in deze rechtbank is de verdachte ter zake van artikel 138aa van het Wetboek van Strafrecht  (in vereniging wederrechtelijk verblijven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag of overslag van goederen) veroordeeld  voor zover van belang  tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op</para>
        <para>14 april 2023.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft primair verzocht om de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen, gelet op het verzoek tot vrijspraak van de ten laste gelegde feiten. Subsidiair verzoekt de verdediging om de proeftijd van de voorwaardelijk opgelegde straf te verlengen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd. Daarom zal de tenuitvoerlegging worden gelast van de bij dat vonnis aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke straf.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 47 en 55 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet. </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte het primair onder 1 ten laste gelegde feit en het onder 2 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden; </emphasis><?linebreak?></para>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gelast de <emphasis role="bold">tenuitvoerlegging</emphasis> van de bij vonnis van 30 maart 2023 van de politierechter in  deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van 2 maanden (parketnummer: 10/008666-23).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Zinnen, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. M.I. Blagrove en J.H.J. Verbaan, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D. Blom-den Haan, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>hij op of omstreeks 16 oktober 2023 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of </para>
      <para>afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,</para>
      <para>in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een grote hoeveelheid,</para>
      <para>in elk geval een hoeveelheid van een materiaal</para>
      <para>bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet </para>
      <para>behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die </para>
      <para>wet; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou </para>
      <para>kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 16 oktober 2023 te </para>
      <para>Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of </para>
      <para>afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,</para>
      <para>in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een grote hoeveelheid,</para>
      <para>in elk geval een hoeveelheid van een materiaal</para>
      <para>bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet </para>
      <para>behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die </para>
      <para>wet,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, op of </para>
      <para>omstreeks 16 oktober 2023 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam, </para>
      <para>opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of </para>
      <para>opzettelijk behulpzaam is geweest,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>door de schuifpoort van het bedrijfspand aan de [adres delict] te openen en/of (om </para>
      <para>vervolgens) een vrachtwagen met oplegger het terrein van dat bedrijfspand op te </para>
      <para>laten rijden en/of (vervolgens) de schuifpoort te sluiten en/of die schuifpoort op </para>
      <para>slot te doen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>hij op of omstreeks 16 oktober 2023 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,</para>
      <para>voor te bereiden en/of te bevorderen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>te weten</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,</para>
    <para>- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verstrekken en/of vervoeren, en/of</para>
    </parablock>
    <para>- het opzettelijk vervaardigen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>van een grote hoeveelheid cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de </para>
      <para>Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van </para>
      <para>de Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te </para>
    <parablock>
      <para>plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe </para>
      <para>gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,</para>
    </parablock>
    <para>- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van </para>
    <para>dat feit heeft getracht te verschaffen,</para>
    <para>- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen </para>
    <parablock>
      <para>voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) </para>
      <para>of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen </para>
      <para>van dat feit,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>door de schuifpoort van het bedrijfspand aan de [adres delict] te openen en/of (om </para>
      <para>vervolgens) een vrachtwagen met oplegger het terrein van dat bedrijfspand op te </para>
      <para>laten rijden en/of (vervolgens) de schuifpoort te sluiten en/of die schuifpoort op </para>
      <para>slot te doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>