<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:2607</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T16:02:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10803617 VV EXPL 23-574</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2024-0537</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2024-0537</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:2607">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:2607</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-15T11:17:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:2607 Rechtbank Rotterdam , 11-01-2024 / 10803617 VV EXPL 23-574</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:2607:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Uitzendkracht vordert loon tijdens ziekte. Artikel 7:629a BW. In dit geval mag wel een deskundigenverklaring worden verlangd, ondanks dat het om een kort geding gaat. Verder is bewijs nodig. Ook om die reden strandt de vordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:2607:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 10803617 VV EXPL 23-574</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 11 januari 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats],</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: mr. P.D. Zalucha,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VZM Uitzend Groep B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>vestigingsplaats: Bleiswijk,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J. Belderok. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘VZM’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 1 december 2023, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in kort geding, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aanvullende producties van beide partijen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 28 december 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met partijen en hun gemachtigden besproken. VZM en haar gemachtigde hebben aan de zitting deelgenomen via een Teams-verbinding. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil en de beoordeling daarvan</title>
    <bridgehead role="italic">De kern van de zaak</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>In de kern draait het in dit kort geding om het volgende.</para>
        <para>
          [eiseres] is op 13 januari 2023 bij VZM in dienst getreden op basis van een uitzendovereenkomst. Op die overeenkomst is de NBBU cao van toepassing. [eiseres] heeft gewerkt voor het inlenende bedrijf Hazeu Orchids. Na 30 juni 2023 heeft [eiseres] niet meer voor VZM gewerkt. Volgens haar was zij vanaf die datum tot op heden onafgebroken arbeidsongeschikt. [eiseres] vordert daarom in dit kort geding betaling van loon tijdens ziekte. VZM betwist gemotiveerd dat [eiseres] recht heeft op (door-)betaling van loon. De vordering van [eiseres] kan in kort geding niet worden toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Spoedeisendheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert loon. Een loonvordering is naar haar aard spoedeisend. [eiseres] is in zoverre ontvankelijk in haar vordering. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verklaring deskundige UWV</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>VZM heeft aangevoerd dat de vordering van [eiseres] moet worden afgewezen, omdat bij de vordering geen verklaring van een deskundige van het UWV is gevoegd<footnote-ref linkend="_517ba83b-b59c-4e3b-8fea-f8bae50dbef4" />. Volgens [eiseres] hoeft zij een dergelijke verklaring niet in het geding te brengen, omdat de verhindering om de bedongen of andere passende arbeid te verrichten door VZM niet wordt betwist. In dat verweer kan zij niet worden gevolgd. VZM heeft immers twee argumenten aangevoerd op grond waarvan zij meent dat [eiseres] niet (meer) arbeidsongeschikt is: [eiseres] zou zich per Whatsapp van 6 juli 2023 beter hebben gemeld én zij zou via een ander uitzendbureau aan het werk hebben willen gaan. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.3.1.</nr>
        <para>De verhindering om de arbeid te kunnen verrichten is daarmee dus gemotiveerd betwist en niet gebleken is dat het overleggen van de verklaring in redelijkheid niet van [eiseres] kan worden gevergd, ondanks dat deze zaak een kort geding betreft<footnote-ref linkend="_1f00cab3-9e5c-44f1-aa0f-78f4477a55ea" />. Uit de overgelegde stukken blijkt namelijk dat het [eiseres] al in augustus 2023 duidelijk was dat VZM geen loon meer betaalde<footnote-ref linkend="_c5989f11-8106-4e40-8cd3-9f337aa47b14" />. Ook had haar toen duidelijk moeten zijn dat VZM betwistte dat zij nog arbeidsongeschikt was. Dit betekent dat haar vordering tot betaling van loon moet worden afgewezen. </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Aannemelijkheid vordering</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Echter, ook als zou worden aangenomen dat [eiseres] geen deskundigenverklaring hoefde over te leggen, zou de uitkomst van deze kortgedingprocedure niet anders zijn. De reden daarvoor is dat wel vast staat dat [eiseres] niet heeft gewerkt, maar dat voorshands niet in voldoende mate kan worden vastgesteld voor wiens rekening dit moet komen<footnote-ref linkend="_bb1e7cbd-c187-44bb-989e-c45952652835" />. Als [eiseres] inderdaad arbeidsongeschikt is, zal VZM loon moeten betalen. Maar de arbeidsongeschiktheid wordt nu juist gemotiveerd betwist door VZM. Bovendien verklaart [eiseres] enerzijds dat ze naar de dokter en fysiotherapeut moet<footnote-ref linkend="_cd371a4d-514d-4539-b064-9832724d16f7" /> en anderzijds zijn screenshots overgelegd die lijken te suggereren dat zij zich beter meldt<footnote-ref linkend="_4104d5b0-f854-43fc-addd-190b367ac821" />. De tolk heeft desgevraagd tijdens de zitting verklaard dat in het Whatsapp bericht van 6 juli 2023 staat geschreven: “<emphasis role="italic">Goedendag, ik meld dat vanaf vandaag ben ik klaar om te werken, alleen met voorwaarde dat ik per vandaag ook met vakantie ben. Per 31 juli kom ik werken</emphasis>.” Volgens [eiseres] was dit echter een vergissing. Verder stelt [eiseres] in haar stukken dat zij rugklachten heeft, maar uit de door VZM overgelegde verklaring blijkt dat er klachten aan haar voet waren en tijdens de zitting sprak zij over klachten aan haar been. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.4.1.</nr>
        <para>Kortom, de stukken bevatten veel onduidelijkheden en de behandeling op de zitting heeft dat onvoldoende kunnen verhelderen voor de voorzieningenrechter. Dit betekent dat de levering van bewijs nodig zal zijn, maar daarvoor leent deze procedure zich niet. Zonder deskundigenoordeel en zonder bewijs kan niet vooruit worden gelopen op het oordeel van de bodemrechter. Het gevolg daarvan is dat de vordering in kort geding niet kan worden toegewezen.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Gelet op het bepaalde in artikel 7:629a lid 6 BW worden de proceskosten gecompenseerd, omdat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [eiseres] af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>783</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_517ba83b-b59c-4e3b-8fea-f8bae50dbef4" label="1">
    <para>Artikel 7:629a lid 1 BW</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1f00cab3-9e5c-44f1-aa0f-78f4477a55ea" label="2">
    <para>Artikel 7:629a lid 2 BW en Hoge Raad 14 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1673</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c5989f11-8106-4e40-8cd3-9f337aa47b14" label="3">
    <para>Zie productie 5 bij dagvaarding</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bb1e7cbd-c187-44bb-989e-c45952652835" label="4">
    <para>Artikel 7:628 BW</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cd371a4d-514d-4539-b064-9832724d16f7" label="5">
    <para>Productie 5 bij dagvaarding</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4104d5b0-f854-43fc-addd-190b367ac821" label="6">
    <para> Productie 5 bij conclusie van antwoord</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>