<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:2593</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-10T10:16:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10823532 CV EXPL 23-32257</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:2593">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:2593</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-10T10:15:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:2593 Rechtbank Rotterdam , 01-03-2024 / 10823532 CV EXPL 23-32257</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:2593:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onbetaalde factuur zorgverzekering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:2593:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 10823532 CV EXPL 23-32257</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 1 maart 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>vestigingsplaats: Leiden,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: Flanderijn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>woonplaats: [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘Zilveren Kruis’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 27 november 2023, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord met een bijlage;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de repliek, met bijlagen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat de zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] had in 2023 een zorgverzekering bij Zilveren Kruis. Zilveren Kruis heeft middels twee facturen € 385,- in totaal aan eigen risico bij [gedaagde] in rekening gebracht. Zij eist in deze procedure betaling van dit bedrag met bijkomende kosten, omdat [gedaagde] ondanks meerdere herinneringen de facturen volgens haar niet heeft betaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is het niet eens met de eis, omdat zijn zus op 25 oktober 2023 namens hem € 441,85 aan Zilveren Kruis heeft betaald met daarbij de omschrijving ‘ [naam omschrijving] ’. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Zilveren Kruis heeft gereageerd op het antwoord van [gedaagde] . Zij voert aan dat zij inderdaad € 441,85 van [gedaagde] heeft ontvangen, maar deze betaling ziet op de premie basisverzekering voor de maanden augustus tot en met oktober 2023 en niet op het eigen risico. De omschrijving bij de betaling is gelijk aan het betaalkenmerk op de betalingsherinnering voor voornoemde zorgpremies en is daarom niet afgeboekt op het verschuldigde eigen risico. [gedaagde] moet daarom wel degelijk nog een bedrag aan haar betalen, aldus Zilveren Kruis.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet meer gereageerd op de nadere stellingen van Zilveren Kruis.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De uitkomst</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De eis van Zilveren Kruis wordt toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Eigen risico 2023 moet nog worden betaald</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De hoofdsom van € 385,- wordt toegewezen. De kantonrechter gaat uit van de juistheid van de bij repliek ingenomen stelling van Zilveren Kruis dat de betaling van [gedaagde] betrekking heeft op de zorgpremies voor de maanden augustus tot en met oktober 2023, omdat [gedaagde] op die stelling niet meer heeft gereageerd. In deze zaak staat daarom vast dat [gedaagde] het eigen risico over het jaar 2023 niet heeft betaald. Hij moet dit alsnog doen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buitengerechtelijke incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De incassokosten van € 69,88 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De rente wordt toegewezen, omdat Zilveren Kruis genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>
        [gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Zilveren Kruis op € 130,48 aan dagvaardingskosten, € 128,- aan griffierecht, € 164,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 82,-) en € 41,- aan nakosten. Dat is in totaal € 463,48. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitvoerbaarheid bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen € 461,73 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 385,- vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Zilveren Kruis worden begroot op € 463,48;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>43416</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>