<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:2534</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-28T10:53:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10.114007.22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:2534">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:2534</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-28T10:49:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:2534 Rechtbank Rotterdam , 01-03-2024 / 10.114007.22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:2534:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanrijding voetganger op voetgangersoversteekplaats. De verdachte wordt veroordeeld voor overtreding van artikel 6 WVW. Hij is doorgereden terwijl het verkeerslicht voor zijn rijbaan reeds 13,8 seconden op rood stond en heeft geen voorrang verleend aan het slachtoffer, waardoor bij dat slachtoffer letsel is ontstaan. De rechtbank kwalificeert dit als zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. Aan de verdachte wordt, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn, een taakstraf van 120 uren opgelegd en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor 6 maanden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:2534:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10.114007.22</para>
      <para>Datum uitspraak: 1 maart 2024</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: </para>
      <para>
        [adres],</para>
      <para>raadsman mr. R.T. Poort, advocaat te Beverwijk.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 16 februari 2024.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. K. Mandos heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde, te weten het overtreden van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, alsmede een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.1.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
          </para>
          <para>Het primair ten laste gelegde kan wettig en overtuigend worden bewezen. De verdachte heeft meerdere verkeersfouten gemaakt, waaronder het rijden door rood licht, en daarmee zeer onvoorzichtig gereden. Bij het slachtoffer is sprake van letsel dat tijdelijke ziekte en/of verhindering van normale bezigheden heeft veroorzaakt.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
          </para>
          <para>De verdachte moet worden vrijgesproken. Niet kan worden vastgesteld dat bij het slachtoffer sprake is geweest van een tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden. Reeds daarom moet de verdachte van het primair ten laste gelegde worden vrijgesproken. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Daarnaast kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat de verdachte door rood is gereden. Het is erg onaannemelijk dat het stoplicht voor de rijstrook waarop de verdachte reed, reeds 13,8 seconden rood licht zou hebben uitgestraald, zoals uit de verkeersongevallenanalyse zou blijken. Er zijn immers vier getuigen die hebben verklaard dat de verdachte door groen of oranje is gereden. Het logboek dat ten grondslag ligt aan de verkeersongevallenanalyse kan dus niet kloppen. Evenmin kan worden bewezen dat de verdachte zijn voertuig niet tot stilstand heeft gebracht binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was. Voor zover de rechtbank het rijden door het rode licht bewezen zou achten, is sprake geweest van tijdelijke onoplettendheid.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.3.</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Inleiding</emphasis>
          </para>
          <para>Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen kunnen de volgende feiten en omstandigheden als vaststaand worden aangemerkt.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De verdachte heeft op 4 juni 2021, omstreeks 18.57 uur, een verkeersongeval veroorzaakt op de Brielselaan in Rotterdam. De verdachte reed in de richting van de Dordtselaan. Ter hoogte van de voetgangersoversteekplaats heeft de rijbaan waar verdachte op reed twee rijstroken. De verdachte reed op de (vanuit zijn rijrichting gezien) linker rijstrook, de rijstrook voor linksaf. De voorrang ter hoogte van de voetgangersoversteekplaats werd ten tijde van het ongeval geregeld door een in werking zijnde verkeersinstallatie. Een voetganger, het slachtoffer, stak de voetgangersoversteekplaats over op het moment dat zij groen licht kreeg. De verdachte is tegen het slachtoffer aangereden. Die heeft daardoor letsel opgelopen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">De conclusies van de verkeersongevallenanalyse (VOA)</emphasis>
          </para>
          <para>Volgens de conclusies van de VOA straalde het verkeerslicht voor de rijstrook waar de verdachte op reed reeds 13,8 seconden rood licht uit op het moment dat de voetganger (het slachtoffer) overstak. </para>
          <para>De verdediging heeft deze conclusies bestreden. Met betrekking de door verdediging daartoe aangehaalde getuigenverklaringen overweegt de rechtbank het volgende. </para>
        </parablock>
        <para />
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>Getuige <emphasis role="underline">[getuige 1]</emphasis> heeft verklaard dat hij <emphasis role="italic">denkt </emphasis>dat de auto (van verdachte) nog net het oranje verkeerslicht wilde meepakken. Dit betreft een aanname en geen waarneming. Dat de getuige heeft <emphasis role="italic">gezien </emphasis>dat de verdachte door oranje reed, blijkt niet uit zijn verklaring. Dat is overigens ook niet aannemelijk; hij stond namelijk naast respectievelijk ter hoogte van het slachtoffer te wachten voor het verkeerslicht van de voetgangersoversteekplaats. </para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Getuige <emphasis role="underline">[getuige 2]</emphasis> heeft verklaard dat het slachtoffer zeker door rood liep. Deze verklaring is in strijd met de camerabeelden waarop is te zien dat het slachtoffer groen licht had toen zij overstak.</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Getuige <emphasis role="underline">[getuige 3]</emphasis> heeft verklaard dat <emphasis role="italic">het verkeerslicht </emphasis>op oranje sprong. De getuige verklaart niet <emphasis role="italic">welk </emphasis>verkeerslicht op oranje sprong: dat van de rechterrijstrook, waar hijzelf op reed, of dat van de linkerrijstrook, waar de verdachte op reed. En dat is een belangrijk onderscheid. Volgens de getuige zag hij uit de verte dat het verkeerslicht oranje ging branden. Het is zeer goed mogelijk – en zelfs aannemelijk – dat hij daarmee het verkeerslicht voor de rechterrijstrook bedoelde. Uit de verkeersongevallenanalyse blijkt immers dat het verkeerslicht van de rechterrijstrook 1,2 seconden rood licht had op het moment dat het slachtoffer groen licht kreeg (en dus net daarvoor op oranje moet hebben gestaan). Dat de getuige het verkeerslicht van de linkerrijstrook op oranje heeft zien springen – of dat hij überhaupt de kleur daarvan heeft waargenomen – blijkt niet expliciet uit zijn verklaring.</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Getuige <emphasis role="underline">[getuige 4]</emphasis> heeft verklaard dat de verdachte door oranje reed. De rechtbank acht zijn verklaring echter onbetrouwbaar. Hij heeft namelijk verklaard dat hij op de linkerrijstrook <emphasis role="italic">stilstond</emphasis> voor het stoplicht en dat, toen het stoplicht op groen sprong, meerdere auto’s zouden zijn gaan rijden, waaronder de auto van de verdachte. De verdachte heeft zelf echter verklaard dat hij <emphasis role="italic">niet </emphasis>uit stilstand wegreed, maar kwam aanrijden. </para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para />
        <parablock>
          <para>De getuigenverklaringen waarnaar de raadsman heeft verwezen geven de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de conclusies van de verkeersongevallenanalyse. Voor de stelling van de verdediging dat het logboek niet kan kloppen en de aanname dat de afstelling van de ontruimingstijd in het verkeersregelsysteem foutief werkt vormen deze verklaringen noch de overige argumenten van de verdediging een voldoende onderbouwing. De rechtbank kan de uitgangspunten van de analyse, de gegevens (waaronder onderzoek naar de camerabeelden en het dataonderzoek van de verkeersregelinstallatie) waarop ze is gebaseerd en de conclusies die daaruit worden getrokken volgen. Dat de brondata en het logboek niet in het dossier zitten, maakt dat niet anders.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit het voorgaande volgt dat de verdachte het rode verkeerslicht voor zijn rijstrook heeft genegeerd en op de voetgangersoversteekplaats tegen slachtoffer, die op dat moment een groen verkeerslicht had, is aangereden. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Is er schuld van de verdachte in de zin van artikel 6 WVW?</emphasis>
          </para>
          <para>Om tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit te komen, moet de verdachte schuld hebben in de zin van artikel 6 WVW. Of dat het geval is, hangt af van het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de overige omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Er moet minimaal sprake zijn van aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend handelen. Een tijdelijk moment van onoplettendheid of een enkele verkeersfout zonder bijkomende bijzondere omstandigheden zijn onvoldoende voor het aannemen van schuld.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat de verdachte door het rode licht te negeren zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden en dat het ongeval daarom is te wijten aan zijn schuld als bedoeld in artikel 6 WVW. Van tijdelijke onoplettendheid, zoals de verdediging heeft betoogd, was geen sprake. Het verkeerslicht voor de linkerrijstrook stond reeds 13,8 seconden op rood op het moment dat het slachtoffer groen licht kreeg. De verdachte heeft, terwijl hij aan kwam rijden, dus geruime tijd gehad om waar te nemen dat het verkeerslicht voor zijn rijstrook op rood stond. Dat hij desondanks het rode licht kennelijk niet heeft gezien, is meer dan <emphasis role="italic">tijdelijke </emphasis>onoplettendheid.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden?</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank is – anders dan de verdediging – van oordeel dat het slachtoffer letsel heeft opgelopen waaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van haar normale bezigheden is ontstaan. Het gaat om schaafwonden, barstwonden in de wenkbrauw, een zwelling en bloeduitstorting op het voorhoofd en een zwelling van de middelvinger. Daarnaast heeft het slachtoffer last gehad van hoofdpijn en haar onderrug. Weliswaar staat in de FARR-verklaring dat de geschatte genezingsduur ongeveer drie weken bedraagt, maar uit de verklaring van het slachtoffer blijkt dat haar bedrijfsarts het over een herstel van zes weken had en dat zij na zes weken nog steeds last had en niet kon gaan werken. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Volgens de verdediging heeft het slachtoffer verklaard dat de bedrijfsarts had geconcludeerd dat de verhindering om te werken niets met de aanrijding te maken had. De rechtbank volgt de verdediging daarin niet. Het slachtoffer heeft verklaard dat haar contract niet werd verlengd nadat ze na zes weken nog niet hersteld was en dat <emphasis role="italic">ze </emphasis>toen haar contract niet hadden verlengd maar <emphasis role="italic">ze </emphasis>hadden gezegd dat dat niets met de aanrijding te maken had. De rechtbank begrijpt de verklaring van het slachtoffer zo dat zij met ‘ze’ verwijst naar haar werkgever (die had besloten haar contract niet te verlengen). Voor een andere interpretatie biedt de verklaring naar het oordeel van de rechtbank geen ruimte.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.4.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>Het primair ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij </para>
        <para>op  4 juni 2021 </para>
        <para>te Rotterdam</para>
        <para>als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Brielselaan, en naderende een in die weg gelegen (voetgangers)oversteekplaats, alwaar de verkeersstromen werden geregeld middels een of meer verkeerslicht(en)/verkeerslichtinstallatie(s) als bedoeld in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, </para>
        <para>zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door  zeer onvoorzichtig en onoplettend te rijden, </para>
        <para>immers:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- is hij niet gestopt voor een in zijn rijrichting voor hem geldend rood licht uitstralend verkeerslicht als bedoeld in eerdergenoemd Reglement, terwijl een voor hem, verdachte, van rechts komende voetgangster een in haar richting gekeerd groen licht uitstralend verkeerslicht volgend, die (voetgangers)oversteekplaats is op- en overgelopen en vervolgens</para>
      <para>- heeft hij zijn voertuig niet tot stilstand gebracht binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>waarna of (mede) waardoor een aanrijding of botsing ontstond tussen dat door hem bestuurde motorrijtuig en die voetgangster, waardoor die voetgangster ([slachtoffer])  zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feit</title>
    <para>Het bewezen feit levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straf</title>
    <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft een verkeersongeval veroorzaakt door zeer onzorgvuldig en onoplettend te rijden. Hij heeft een rood licht genegeerd dat al geruime tijd op rood stond. Als gevolg daarvan heeft hij een overstekende voetganger, die groen licht had, aangereden. Zij heeft daardoor letsel opgelopen en heeft gedurende meerdere weken moeten herstellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Verder neemt de rechtbank in aanmerking dat de verdachte op dit moment werk heeft waarvoor hij zijn rijbewijs nodig heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusies</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Op basis van die oriëntatiepunten wordt in de regel voor het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij sprake is van ernstige schuld en waarbij er bij het slachtoffer tijdelijke ziekte of verhindering is ontstaan, een taakstraf voor de duur van 120 uren opgelegd en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden. Deze straffen zijn voor de rechtbank het uitgangspunt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet echter in de schending van de redelijke termijn aanleiding om deze straf in voor verdachte gunstige zin aan te passen. Op grond van artikel 47 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (HGEU) en artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) dient de verdachte binnen een redelijke termijn te worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 4 juni 2021, omdat de verdachte toen is gehoord over het feit. Tot aan dit vonnis is een periode van ruim 2,5 jaar verstreken. Ter compensatie van de schending van de redelijke termijn legt de rechtbank de ontzegging van de rijbevoegdheid van 6 maanden geheel voorwaardelijk op met een proeftijd van 2 jaar. De taakstraf voor de duur van 120 uren wordt – conform de oriëntatiepunten – wel onvoorwaardelijk opgelegd.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van <emphasis role="bold">120 (honderdtwintig) uren</emphasis>, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">60 (zestig) dagen</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ontzegt</emphasis> de verdachte <emphasis role="bold">de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen</emphasis> voor de tijd van <emphasis role="bold">6 (zes) maanden;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat deze ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen <emphasis role="bold">niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij</emphasis> de rechter later anders mocht gelasten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op <emphasis role="bold">2 (twee) jaar</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Bade, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. A.M. van der Leeden en G.B. Plomp, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste rechter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij </para>
      <para>op of omstreeks 4 juni 2021 </para>
      <para>te Rotterdam als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Brielselaan, en naderende een in die weg gelegen (voetgangers)oversteekplaats, alwaar de verkeersstromen werden geregeld middels een of meer verkeerslicht(en)/verkeerslichtinstallatie(s) als bedoeld in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, </para>
      <para>zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend te rijden, </para>
      <para>immers:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- is hij niet gestopt voor een in zijn rijrichting voor hem geldend rood licht uitstralend verkeerslicht als bedoeld in eerdergenoemd Reglement, terwijl een voor hem, verdachte, van rechts komende voetgangster een in haar richting gekeerd groen licht uitstralend verkeerslicht volgend, die (voetgangers)oversteekplaats is op- en/of overgelopen en/of (vervolgens)</para>
    <para />
    <para>- heeft hij zijn voertuig niet tot stilstand gebracht binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en/of waarover deze vrij was,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>waarna of (mede) waardoor een aanrijding of botsing ontstond tussen dat door hem bestuurde motorrijtuig en die voetgangster, waardoor die voetgangster ([slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer wond(en) en/of litteken(s) op (onder meer) het gezicht, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij </para>
      <para>op of omstreeks 4 juni 2021</para>
      <para>te Rotterdam</para>
      <para>als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Brielselaan, en naderende een in die weg gelegen (voetgangers)oversteekplaats, </para>
      <para>zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door</para>
    </parablock>
    <para>- niet te stoppen voor een in zijn rijrichting gekeerd en voor hem geldend rood licht uitstralend verkeerslicht als bedoeld in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 en/of (vervolgens)</para>
    <para>- ( zonder zijn snelheid te verminderen) die (voetgangers)oversteekplaats op- en over te rijden en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) op die (voetgangers)oversteekplaats tegen een voor hem van rechts komende voetgangster (genaamd [slachtoffer]) op te botsen en/of aan te rijden, </para>
    <para>door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor die [slachtoffer] en/of een of meer ander(en) te duchten was; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij </para>
      <para>op of omstreeks 4 juni 2021</para>
      <para>te Rotterdam </para>
      <para>als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Brielselaan, en naderende een aldaar gelegen (voetgangers)oversteekplaats, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welk gedrag hierin heeft bestaan dat </para>
      <para>hij, verdachte, toen daar</para>
    </parablock>
    <para>- in strijd met een in zijn rijrichting gekeerd en voor hem geldend rood licht uitstralend verkeerslicht als bedoeld in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 die (voetgangers)oversteekplaats is opgereden (zonder zijn snelheid te verminderen) en/of (vervolgens)</para>
    <para>- tegen een aldaar overstekende voetgangster is opgebotst en/of aangereden.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold caps">Herstelvonnis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10.114007.22</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 1 maart 2024 heeft de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, een vonnis uitgesproken in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: </para>
      <para>
        [adres],</para>
      <para>raadsman mr. R.T. Poort, advocaat te Beverwijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder de kop ‘eis officier van justitie’ van het vonnis is bij vergissing mr. K. Mandos opgenomen als zittingsofficier, terwijl dit mr. M.L.M. Kuiper was. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit gedeelte van het vonnis zal daarom bij deze beslissing worden hersteld. </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- herstelt de fout onder ‘eis officier van justitie’ als volgt: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De officier van justitie, </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">mr. M.L.M. Kuiper</emphasis>
        <emphasis role="italic">, heeft gevorderd:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- beveelt de griffier deze beslissing aan te tekenen op en te hechten aan het origineel van het vonnis dat is hersteld. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit herstelvonnis is op 14 maart 2024 gewezen door </para>
      <para>mr. J.J. Bade, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. A.M. van der Leeden en G.B. Plomp, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste en de jongste rechter zijn buiten staat dit herstelvonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>