<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:2528</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-28T09:43:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10.071289.21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:2528">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:2528</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-28T09:37:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:2528 Rechtbank Rotterdam , 01-03-2024 / 10.071289.21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:2528:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanrijding auto en brommer. De verdachte (bestuurder van de auto) wordt veroordeeld voor overtreding van artikel 6 WVW. Hij is door rood gereden en heeft geen voorrang verleend aan het slachtoffer, waardoor letsel bij het slachtoffer is ontstaan. De rechtbank kwalificeert dit als zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. Aan de verdachte wordt, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn, een taakstraf van 80 uren opgelegd en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 3 maanden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:2528:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10.071289.21</para>
      <para>Datum uitspraak: 1 maart 2024</para>
      <para>Verstek</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis</emphasis> van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres],</para>
      <para>raadsman mr. D.C.D. Newoor, advocaat te Rotterdam (niet gemachtigd).</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 16 februari 2024.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. M.L.M. KuiperE van Veen heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit, te weten het overtreden van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 maanden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>Het primair ten laste gelegde feit kan wettig en overtuigend worden bewezen. De verdachte heeft meerdere verkeersovertredingen gemaakt. Deze overtredingen zijn, in onderling verband gezien, voldoende voor het bewijs van zeer onvoorzichtig rijgedrag. Door het handelen van de verdachte heeft het slachtoffer letsel opgelopen dat te kwalificeren is als zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Op 17 september 2020 heeft op de kruising van de Pleinweg, het Zuidplein en de Mijnsherenlaan in Rotterdam een verkeersongeval plaatsgevonden waarbij de verdachte met een door hem bestuurde personenauto in botsing is gekomen met een bromfiets. De bestuurder van de bromfiets heeft als gevolg van deze aanrijding letsel opgelopen, onder meer bestaande uit breuken in het neusbeen, de linkerkaakholte en de bovenarm. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Schuld in de zin van artikel 6 WVW </emphasis>
        </para>
        <para>Om tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit te komen, moet de verdachte schuld hebben in de zin van artikel 6 WVW. Of dat het geval is, hangt af van het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de overige omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Er moet minimaal sprake zijn van aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend handelen. Een tijdelijk moment van onoplettendheid of een enkele verkeersfout zonder bijkomende bijzondere omstandigheden zijn onvoldoende voor het aannemen van schuld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De voorrang op het kruispunt waar het ongeval plaatsvond, werd ten tijde van het ongeval geregeld door een in werking zijnde verkeersinstallatie. Hoewel in de eerste verkeersongevallenanalyse niet kon worden aangetoond wie van de betrokken bestuurders het rode verkeerslicht had genegeerd, is dit naar het oordeel van de rechtbank voldoende opgehelderd in de aanvullende analyse. Daaruit is gebleken dat het slachtoffer op het moment van de aanrijding reeds 1,8 seconden groen licht had en dus mocht oversteken. Het verkeerslicht van de verdachte stond ten tijde van de aanrijding reeds drie seconden op rood. Door de aanrijding is het slachtoffer ten val gekomen en heeft hij letsel opgelopen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden en dat er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Hij is immers door rood gereden en heeft geen voorrang verleend aan het slachtoffer. Van een tijdelijk moment van onoplettendheid was geen sprake. De verdachte heeft namelijk verklaard dat hij het licht op oranje heeft zien gaan, maar is doorgereden omdat hij niet voor rood wilde wachten en het (oranje) licht wilde redden. Gegeven de beschreven roodtijd op het moment dat hij het kruispunt bereikte moet worden geoordeeld dat sprake was van een bewuste keuze van de verdachte om in weerwil van het rode licht door te rijden. De verdachte heeft ook verklaard dat hij het ongeluk had kunnen voorkomen als hij was gestopt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Letsel van het slachtoffer</emphasis>
        </para>
        <para>Uit de FARR-verklaring van 7 december 2020 en de verklaring van het slachtoffer blijkt dat het slachtoffer zodanig letsel heeft opgelopen dat daaruit tijdelijke ziekte en verhindering van de normale bezigheden is ontstaan, nu de geschatte genezingsduur bij een ongecompliceerd beloop ongeveer zes weken bedraagt. Het slachtoffer heeft op 3 december 2020 verklaard, ongeveer 2,5 maand na het ongeval, dat hij nog niet volledig aan het werk kon. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen in die zin dat de verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden waardoor zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan bij het slachtoffer.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij op  17 september 2020 te Rotterdam als verkeersdeelnemer, </para>
        <para>namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over weg, het Zuidplein en het kruispunt van de Pleinweg, het Zuidplein en de Mijnsherenlaan zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door met dat motorrijtuig</para>
        <para>zeer onvoorzichtig en onoplettend en onachtzaam en met aanmerkelijke verwaarlozing van de ten dezen geboden zorgvuldigheid te rijden op die weg,</para>
        <para>welk onoplettend, onvoorzichtig, onachtzaam en onzorgvuldig rijgedrag hierin heeft bestaan dat verdachte toen daar</para>
      </parablock>
      <para>- in strijd met een voor zijn, verdachtes, rijrichting (te weten vanaf het Zuidplein het kruispunt van de Pleinweg, het Zuidplein en de Mijnsherenlaan op) geldend rood licht uitstralend verkeerslicht voornoemde kruising is opgereden en</para>
      <para>- zijn aandacht daarbij niet voortdurend op de weg en het verkeer voor en naast hem heeft gehouden en</para>
      <para>- daarbij zijn snelheid niet zodanig heeft aangepast dat hij in staat was zijn voertuig tijdig af te remmen of tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was en</para>
      <para>- aldus rijdende niet of niet tijdig heeft opgemerkt dat een voor hem, verdachte, van links vanaf een kruisende fiets/bromfietsoversteekplaats komende bromfiets, die groen licht had, inmiddels voornoemde kruising op was gereden en</para>
      <parablock>
        <para> aldus rijdend tegen die bromfiets is aangebotst en aangereden,</para>
        <para>waardoor een ander (genaamd [slachtoffer])  zodanig </para>
        <para>lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de </para>
        <para>uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,</para>
        <para>terwijl hij, verdachte, geen voorrang heeft verleend;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feit</title>
    <para>Het bewezen feit levert op: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straffen</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
        </para>
        <para>De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feit waarop de straf is gebaseerd</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft zich als bestuurder van een personenauto schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval, waarbij hij zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gehandeld. Hij heeft immers op een kruispunt een rood licht genegeerd, waardoor hij in botsing kwam met een bromfietser. Met zijn zeer onvoorzichtige en onoplettende rijgedrag heeft de verdachte onaanvaardbare risico’s voor de verkeersveiligheid genomen en heeft hij zijn verantwoordelijkheid als weggebruiker ernstig veronachtzaamd. De bestuurder van de bromfiets heeft door dit ongeval letsel opgelopen, waarvan hij lange tijd heeft moeten herstellen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Strafblad van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 31 januari 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusies van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de bepaling van de straffen heeft de rechtbank gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Op basis van die oriëntatiepunten wordt in de regel voor het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij sprake is van ernstige schuld en waarbij er bij het slachtoffer tijdelijke ziekte of verhindering is ontstaan, een taakstraf voor de duur van 120 uren opgelegd en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Echter, op grond van artikel 47 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (HGEU) en artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) dient de verdachte binnen een redelijke termijn te worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op de dag van het ongeval, te weten 17 september 2020, omdat de verdachte toen gehoord is over het feit. Tot aan dit vonnis is een periode van bijna 3,5 jaar verstreken. Hoewel de vertraging in deze zaak vanwege de aanhoudingsverzoeken van verdachte ook enigszins aan hemzelf te wijten is, had de zaak eerder behandeld moeten worden. De redelijke termijn is dan ook geschonden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank is de overschrijding van de redelijke termijn voldoende gecompenseerd in de strafeis door de officier. Er zal in het voordeel van de verdachte worden afgeweken van de richtlijn en er zal een taakstraf voor de duur van 80 uren worden opgelegd. De ontzegging van de rijbevoegdheid wordt beperkt tot 3 maanden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 9, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994. </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart <emphasis role="bold">bewezen</emphasis>, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot <emphasis role="bold">een taakstraf</emphasis> voor de duur van 80 (tachtig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">40 (veertig) dagen</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ontzegt</emphasis> de verdachte <emphasis role="bold">de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen</emphasis> voor de tijd van <emphasis role="bold">3 (drie) maanden.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Bade, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. A.M. van der Leeden en G.B. Plomp, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste rechter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 17 september 2020 te Rotterdam als verkeersdeelnemer, </para>
      <para>namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, het Zuidplein en/of het kruispunt van de Pleinweg, het Zuidplein en de Mijnsherenlaan zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door met dat motorrijtuig</para>
      <para>zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam en/of met aanmerkelijke verwaarlozing van de ten dezen geboden zorgvuldigheid te rijden op die weg,</para>
      <para>welk onoplettend, onvoorzichtig, onachtzaam en/of onzorgvuldig rijgedrag hierin heeft bestaan dat verdachte toen daar</para>
    </parablock>
    <para>- in strijd met een voor zijn, verdachtes, rijrichting (te weten vanaf het Zuidplein het kruispunt van de Pleinweg, het Zuidplein en de Mijnsherenlaan op) geldend rood licht uitstralend verkeerslicht voornoemde kruising is opgereden en/of</para>
    <para>- zijn aandacht daarbij niet voortdurend op de weg en het verkeer voor en/of naast hem heeft gehouden en/of</para>
    <para>- ( daarbij) zijn snelheid niet zodanig heeft aangepast dat hij in staat was zijn voertuig tijdig af te remmen of tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of</para>
    <para>- ( aldus rijdende) niet of niet tijdig heeft opgemerkt dat een voor hem, verdachte, van links vanaf een kruisende fiets/bromfietsoversteekplaats komende </para>
    <parablock>
      <para>bromfiets, die groen licht had, inmiddels voornoemde kruising op was gereden en/of</para>
      <para>en aldus rijdend tegen die bromfiets is aangebotst en/of aangereden,</para>
      <para>waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een </para>
      <para>scheurwond neus en/of een neusbeen breuk en/of een breuk in de zijwand van de </para>
      <para>linker kaakholte en/of een breuk van het kopje van de bovenarm rechts, of zodanig </para>
      <para>lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de </para>
      <para>uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,</para>
      <para>terwijl hij, verdachte, geen voorrang heeft verleend;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou </para>
      <para>kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 17 september 2020 te Rotterdam als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, het Zuidplein en/of het kruispunt van de Pleinweg, het Zuidplein en de Mijnsherenlaan, </para>
    </parablock>
    <para>- in strijd met een voor zijn, verdachtes, rijrichting (te weten vanaf het Zuidplein het kruispunt van de Pleinweg, het Zuidplein en de Mijnsherenlaan op) geldend rood licht uitstralend verkeerslicht voornoemde kruising is opgereden en/of</para>
    <para>- zijn aandacht daarbij niet voortdurend op de weg en het verkeer voor en/of naast hem heeft gehouden en/of</para>
    <para>- ( daarbij) zijn snelheid niet zodanig heeft aangepast dat hij in staat was zijn voertuig tijdig af te remmen of tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of</para>
    <para>- ( aldus rijdende) niet of niet tijdig heeft opgemerkt dat een voor hem, verdachte, van links vanaf een kruisende fiets/bromfietsoversteekplaats komende bromfiets, die groen licht had, inmiddels voornoemde kruising op was gereden</para>
    <parablock>
      <para>en aldus rijdend tegen die bromfiets is aangebotst en/of aangereden,</para>
      <para>door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>