<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:2527</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-28T09:27:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10.160019.22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:2527">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:2527</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-28T09:24:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:2527 Rechtbank Rotterdam , 16-02-2024 / 10.160019.22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:2527:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanrijding voetganger op voetgangersoversteekplaats (zonder verkeerslichten). De verdachte wordt vrijgesproken van artikel 6 WVW. De enkele gedraging dat de verdachte het slachtoffer niet heeft waargenomen, is onvoldoende om te spreken van aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Veroordeling voor artikel 5 WVW. Aan de verdachte wordt een geldboete ter hoogte van 500 euro opgelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:2527:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10.160019.22</para>
      <para>Datum uitspraak: 16 februari 2024</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis</emphasis> van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres],</para>
      <para>raadsman mr. G.A. Speelman, advocaat te Zoetermeer.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 16 februari 2024.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. M.L.M. Kuiper heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit, te weten het overtreden van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een geldboete ter hoogte van 1.000 euro. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>Het primair ten laste gelegde feit kan wettig en overtuigend worden bewezen. De verdachte heeft meerdere verkeersfouten gemaakt. Het aan de verdachte te maken verwijt is meer dan een vorm van (wat genoemd wordt) ‘momentane’ oplettendheid. De verdachte had het slachtoffer gedurende meer dan een kort moment kunnen waarnemen en heeft niet de nodige voorzichtigheid betracht bij het naderen van een voetgangersoversteekplaats. In onderling verband bezien zijn deze verzuimen voldoende voor het bewijs van aanmerkelijke schuld. Door de aanrijding is bij het slachtoffer letsel ontstaan dat tijdelijke ziekte en/of verhindering van normale bezigheden heeft veroorzaakt. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omstandigheden waaronder de aanrijding plaatsvond en gedrag verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft op 28 maart 2022 als bestuurder van een bestelbus een verkeersongeval veroorzaakt op de Max Havelaarweg in Rotterdam. De aanrijding vond plaats rond 06:22 uur; het was toen nog donker buiten. De verdachte was goed bekend met de verkeerssituatie ter plaatse. Het slachtoffer stak, met zijn hond, de voetgangersoversteekplaats over en werd aangereden. De verdachte heeft het slachtoffer niet opgemerkt. Het slachtoffer viel op de grond en liep als gevolg daarvan een wond aan zijn hoofd en een gebroken rechterpols op. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er zijn geen aanwijzingen dat de verdachte de maximumsnelheid heeft overschreden; naar eigen zeggen reed hij niet harder dan 30 of 40 kilometer per uur. Ook is niet gebleken dat hij op het moment van de aanrijding was afgeleid, bijvoorbeeld door zijn telefoon. Naar eigen verklaring van de verdachte heeft hij voordat hij thuis wegreed, voorts gewacht totdat zijn voorruit niet meer beslagen was. Ook heeft hij gezorgd dat hij zicht had door zijn zijruiten door deze zijruiten naar beneden en vervolgens weer omhoog te doen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Schuld in de zin van artikel 6 WVW?</emphasis>
        </para>
        <para>Om tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit te komen, moet de verdachte schuld hebben in de zin van artikel 6 WVW. Of dat het geval is, hangt af van het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de overige omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Er moet minimaal sprake zijn van aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend handelen. Een tijdelijk moment van onoplettendheid of een enkele verkeersfout zonder bijkomende bijzondere omstandigheden zijn onvoldoende voor het aannemen van schuld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In dit geval heeft de verdachte het slachtoffer en diens hond, aan wie hij voorrang had moeten verlenen, niet gezien hoewel deze voor hem waarneembaar moeten zijn geweest en hij zijn gedrag daarop moet hebben kunnen afstemmen. Anders dan de officier van justitie in haar eis heeft verwoord, kan uit deze enkele gedraging echter niet worden afgeleid dat de verdachte zich in de omstandigheden van dit geval <emphasis role="italic">aanmerkelijk</emphasis> onvoorzichtig en onoplettend heeft gedragen, zoals verlangd bij een overtreding van artikel 6 WVW. Verder is, anders dan de officier van justitie heeft betoogd, geen sprake van meerdere verkeersfouten. De beweerdelijke verkeersfouten die de officier van justitie heeft opgesomd zijn in feite allemaal te herleiden tot het niet waarnemen van het slachtoffer (behalve het rijden met een voor de situatie te hoge snelheid, maar daarvan is niet gebleken). De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van het primair ten laste gelegde feit. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Artikel 5 WVW </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wel bewezen dat de verdachte door zijn gedrag gevaar op de weg heeft veroorzaakt in de zin van artikel 5 WVW. De verdachte heeft het slachtoffer namelijk geen voorrang verleend, waar dat wel had gemoeten, met als gevolg dat hij het slachtoffer heeft aangereden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>hij op 28 maart 2022</para>
        <para>te Rotterdam</para>
        <para>als bestuurder van een voertuig (bestelauto), daarmee rijdende op  de Max </para>
        <para>Havelaarweg,</para>
        <para>zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg werd veroorzaakt, welk genoemd gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar</para>
      </parablock>
      <para>- bij het naderen van een in die weg gelegen oversteekplaats zich onvoldoende heeft </para>
      <para>vergewist of die oversteekplaats vrij was van verkeersdeelnemers, en</para>
      <para>- niet tijdig heeft opgemerkt dat een voetganger, [slachtoffer], doende was via </para>
      <para>die oversteekplaats genoemde weg over te steken, en</para>
      <para>- vervolgens tegen die [slachtoffer] is  aangereden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feit</title>
    <para>Het bewezen feit levert op: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straf </title>
    <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden en de draagkracht van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 5 WVW. Hij heeft – kort gezegd – als bestuurder van een bestelbus onvoorzichtig gereden waardoor gevaar op de weg is ontstaan en een aanrijding is veroorzaakt waarbij het slachtoffer lichamelijk letsel heeft opgelopen. Blijkens de gegeven toelichting van het slachtoffer op de terechtzitting, ondervindt hij nog steeds lichamelijk gevolgen van het ongeval. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusies </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht, gelet op het voorgaande en de geldende richtlijnen, een geldboete ter hoogte van 500 euro passend en geboden. De raadsman heeft verzocht een op te leggen boete geheel of grotendeels in voorwaardelijke vorm op te leggen. De rechtbank acht dit niet passend. Ook wordt geen aanleiding gezien om de op te leggen boete in termijnen te laten voldoen door de verdachte, zoals verzocht. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 23 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994. </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart <emphasis role="bold">niet bewezen</emphasis>, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart <emphasis role="bold">bewezen</emphasis>, dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">geldboete van € 500,00 (vijfhonderd euro)</emphasis>, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">10 (tien) dagen hechtenis</emphasis>.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Bade, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. A.M. van der Leeden en G.B. Plomp, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste rechter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 28 maart 2022</para>
      <para>te Rotterdam</para>
      <para>als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bestelauto),</para>
      <para>zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft </para>
      <para>plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, </para>
      <para>onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam en/of met aanmerkelijke </para>
      <para>verwaarlozing van de te deze geboden zorgvuldigheid te rijden op de voor het </para>
      <para>openbaar verkeer openstaande weg, de Max Havelaarweg,</para>
      <para>welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar</para>
    </parablock>
    <para>- bij het naderen van een in die weg gelegen oversteekplaats zich onvoldoende </para>
    <para>heeft vergewist of die oversteekplaats vrij was van verkeersdeelnemers, en/of</para>
    <para>- niet (tijdig) heeft opgemerkt dat een voetgang<emphasis role="italic">er</emphasis>, [slachtoffer], doende was via die </para>
    <para>oversteekplaats genoemde weg over te steken, en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer] en/of <emphasis role="italic">zijn</emphasis> hond is opgebotst en/of aangereden,</para>
    <parablock>
      <para>waardoor die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten een gecompliceerde </para>
      <para>polsbreuk, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke </para>
      <para>ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou </para>
      <para>kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 28 maart 2022</para>
      <para>te Rotterdam</para>
      <para>als bestuurder van een voertuig (bestelauto), daarmee rijdende op de weg, de Max </para>
      <para>Havelaarweg,</para>
      <para>zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon </para>
      <para>worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon </para>
      <para>worden gehinderd,</para>
      <para>welk genoemd gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar</para>
    </parablock>
    <para>- bij het naderen van een in die weg gelegen oversteekplaats zich onvoldoende heeft </para>
    <para>vergewist of die oversteekplaats vrij was van verkeersdeelnemers, en/of</para>
    <para>- niet (tijdig) heeft opgemerkt dat een voetgang<emphasis role="italic">er</emphasis>, [slachtoffer], doende was via </para>
    <para>die oversteekplaats genoemde weg over te steken, en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer] is opgebotst of aangereden.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>