<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:2451</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-11T09:38:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/673656 / JE RK 24-289</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:2451">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:2451</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-11T09:37:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:2451 Rechtbank Rotterdam , 20-02-2024 / C/10/673656 / JE RK 24-289</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:2451:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedeeltelijke gezagsbelasting GI, voor zover het betrekking heeft op de aanmelding bij een onderwijsinstelling. Mj gaat nu niet naar school, waardoor hij in zijn ontwikkeling wordt geremd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:2451:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/673656 / JE RK 24-289</para>
      <para>Datum uitspraak: 20 februari 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een gedeeltelijke gezagsbelasting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [kind]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [kind].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 2]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.	</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 2 februari 2024, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 februari 2024. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <para>- de moeder;</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de vader;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een vertegenwoordiger van de GI, [naam 3].</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [kind].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [kind] woont bij zijn vader.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij beschikking van 7 november 2023 is de ondertoezichtstelling van [kind] verlengd tot 24 november 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij beschikking van 19 januari 2024 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind] bij de ouder met gezag, te weten de vader, verlengd tot 8 juli 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para>De GI verzoekt op grond van artikel 1:265e lid 1 sub a Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) te bepalen dat het gezag over [kind] gedeeltelijk, voor zover het betrekking heeft op de aanmelding bij een onderwijsinstelling, wordt uitgeoefend door de GI, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Tevens verzoekt de GI om te bevelen dat deze gedeeltelijke toekenning van het gezag zal worden aangetekend in het gezagsregister.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de GI</title>
    <para>De GI handhaaft ter zitting het verzoek. Er zijn ernstige zorgen om [kind], omdat hij niet naar school gaat. Dit komt doordat de moeder haar handtekening niet wil geven voor een nieuwe school, als gevolg waarvan [kind] nu niet staat ingeschreven. [kind] heeft recht op onderwijs en het is van belang dat hij naar school gaat. </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het standpunt van de moeder</title>
    <para>De moeder voert verweer tegen het verzoek en zij licht het volgende toe. De moeder en de vader hebben hun best gedaan om [kind] Christelijk op te voeden. Het is daarom heel belangrijk dat [kind] naar een Christelijke school gaat. </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Het standpunt van de vader</title>
    <para>De vader stemt in met het verzoek. Het is verdrietig voor [kind] dat hij nu niet naar school gaat. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:265e lid 1 BW kan de kinderrechter nadat de machtiging tot uithuisplaatsing is verleend, op verzoek bepalen dat het gezag gedeeltelijk wordt uitgeoefend door de GI die het toezicht uitoefent, voor zover dit noodzakelijk is in verband met de uitvoering van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter kan dit - voor zover hier relevant - doen met betrekking tot (a) de aanmelding van de minderjarige bij een onderwijsinstelling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>De kinderrechter is van oordeel dat het noodzakelijk is voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling dat de GI (gedeeltelijk) wordt belast met het gezag over [kind] met betrekking tot de aanmelding bij een onderwijsinstelling voor de duur van de uithuisplaatsing (artikel 1:265e BW). De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat er al voor een langere periode zorgen zijn over de schoolgang van [kind]. Hij is van school gewisseld en hij heeft onvoldoende onderwijs gevolgd, omdat de moeder zich niet aan de afspraken houdt. Momenteel volgt [kind] al geruime tijd helemaal geen onderwijs meer, waardoor [kind] thuis zit en verder in zijn ontwikkeling wordt geremd. Het is noodzakelijk in het belang van [kind] dat hij naar school gaat. Voor de inschrijving van [kind] op een nieuwe school is toestemming van de beide ouders nodig. Ondanks herhaaldelijke pogingen en de inzet van de vader en de GI weigert de moeder toestemming te verlenen en verzet zij zich tegen de inschrijving van [kind] bij een andere school, zo blijkt ook ter zitting. Met het oog op verdere stagnatie in de ontwikkeling van [kind] en de uitvoering van de ondertoezichtstelling is het in het van belang van [kind] noodzakelijk dat de GI (gedeeltelijk) wordt belast met het gezag over [kind] om hem te kunnen aanmelden bij een school. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <para>Omdat een beslissing over het gezag als de onderhavige automatisch zal worden opgenomen in het gezagsregister, zal de kinderrechter het verzoek van de GI daaromtrent afwijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>belast de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond gedeeltelijk met het gezag over [kind], voor zover het betrekking heeft op de aanmelding bij een onderwijsinstelling met ingang van 20 februari 2024 voor de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>wijst het verzoek voor het overige af; <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2024 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. V. Lankhaar als griffier, en op schrift gesteld op 28 februari 2024.</para>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <para>- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
      <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.</para>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>