<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:2407</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-08T15:30:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/671631 / HA ZA 24-38</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:2407">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:2407</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-08T15:30:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:2407 Rechtbank Rotterdam , 20-03-2024 / C/10/671631 / HA ZA 24-38</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:2407:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vonnis in incident. Vrijwaring. Afwijzing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:2407:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<para>
<inlinemediaobject>
<imageobject>
<imagedata align="center" depth="2" fileref="f94758f8-8f62-475f-b7a0-6e79ac74d75d" format="image/png" scale="100" width="13" />
</imageobject>
</inlinemediaobject>
<inlinemediaobject>
<imageobject>
<imagedata align="center" depth="2" fileref="14cd1fc1-fdf2-4aeb-b929-d369ebef00da" format="image/png" scale="100" width="523" />
</imageobject>
</inlinemediaobject>
vonnis
</para>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
Team handel en haven
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer / rolnummer: C/10/671631 / HA ZA 24-38
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Vonnis in incident van 20 maart 2024
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
[eiser1] ,
</title>
<parablock>
<para>
woonplaats: Den Haag ,
</para>
<para>
2.
<emphasis role="bold">
[eiser2]
</emphasis>
,
</para>
<para>
statutaire vestigingsplaats: Den Haag ,
</para>
<para>
eisers in de hoofdzaak,
</para>
<para>
verweerders in het incident,
</para>
<para>
advocaat mr. Z.H. van Dorth tot Medler te Rotterdam ,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tegen
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde1]
</emphasis>
,
</para>
<para>
woonplaats: Rotterdam ,
</para>
<para>
gedaagde in de hoofdzaak,
</para>
<para>
eiser in het incident,
</para>
<para>
advocaat mr. S.D. Bakker te Amsterdam.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
De partijen worden hierna voor zover afzonderlijk bedoeld ‘ [eiser1] ’, ‘ [eiser2] ’ en ‘ [gedaagde1] ’ genoemd. Eisers in de hoofdzaak worden hierna gezamenlijk ook ‘ [eisende partij]’ genoemd.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
Het verloop van de procedure blijkt uit:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de dagvaarding van 19 december 2023, met producties 1 tot en met 5;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de incidentele conclusie van eis tot vrijwaring van [gedaagde1] ;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de conclusie van antwoord in het vrijwaringsincident.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
2
</nr>
De beoordeling in het incident
</title>
<bridgehead role="italic">
Waar gaat de hoofdzaak over?
</bridgehead>
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
In de hoofdzaak eist [eiser1] betaling van € 60.000,00 en [eiser2] van € 6.775,47 van [gedaagde1] , beide te vermeerderen met rente en buitengerechtelijke incassokosten.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<para>
[gedaagde1] heeft nog niet op deze eisen gereageerd.
</para>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Waar gaat het incident over?
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
In het incident eist [gedaagde1] dat hij FinaFit B.V. (hierna ‘Finafit’) in vrijwaring mag oproepen. Hij voert daartoe aan dat [eiser1] en [gedaagde1] hebben samengewerkt in – onder meer – (de rechtsvoorganger van) [eiser2] en FinaFit . [gedaagde1] stelt dat is afgesproken dat zijn huis als kantoor voor die bedrijven zou worden gebruikt. [gedaagde1] zou daar huur voor ontvangen (inmiddels totaal € 69.000,00), maar die is nooit betaald. [eiser1] heeft toegezegd dat de huur vanuit FinaFit zou worden betaald. [gedaagde1] heeft dus nog een vordering op FinaFit die verknocht is aan de eisen van [eisende partij] in de hoofdzaak. Volgens [gedaagde1] ligt het daarom om proceseconomische redenen voor de hand om [gedaagde1] FinaFit in vrijwaring op te laten roepen.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.4.
</nr>
<para>
[eisende partij] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
De eis in het incident wordt afgewezen
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.5.
</nr>
<para>
De rechtbank staat [gedaagde1] niet toe om FinaFit in vrijwaring op te roepen. [gedaagde1] stelt namelijk alleen dat hij een (volgens hem verknochte) vordering op FinaFit heeft. Om iemand in vrijwaring op te mogen roepen, is echter nodig dat (tenminste wordt gesteld dat) sprake is van een rechtsverhouding die voor FinaFit een verplichting tot vrijwaring van [gedaagde1] meebrengt. Dat heeft [gedaagde1] niet gesteld en dat volgt ook niet uit wat [gedaagde1] wel heeft gesteld.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
[gedaagde1] moet de proceskosten in het incident van [eisende partij] betalen
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.6.
</nr>
<para>
[gedaagde1] heeft te gelden als de in het ongelijk gestelde partij en daarom moet hij de proceskosten in het incident betalen. De rechtbank begroot die kosten aan de kant van [eisende partij] tot vandaag op € 614,00 aan salaris advocaat (één punt in tarief II).
</para>
<para />
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
3
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De rechtbank:
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
in het incident
</emphasis>
</para>
</parablock>
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
wijst de eis af;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.2.
</nr>
<para>
veroordeelt [gedaagde1] in de proceskosten, die aan de kant van [eisende partij] tot vandaag worden begroot op € 614,00;
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
in de hoofdzaak
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.3.
</nr>
<para>
verwijst de zaak naar de rol van
<emphasis role="bold">
1 mei 2024
</emphasis>
voor het nemen van een conclusie van antwoord door [gedaagde1] ;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.4.
</nr>
<para>
houdt iedere verdere beslissing aan.
</para>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. Smits en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2024.
</para>
<para>
3340 / 3195
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>