<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:2076</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-28T11:05:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/663708 / HA ZA 23-695</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:2076">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:2076</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-28T11:03:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:2076 Rechtbank Rotterdam , 28-02-2024 / C/10/663708 / HA ZA 23-695</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:2076:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om de zaak door te halen. Proceskostenveroordeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:2076:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<para>
<inlinemediaobject>
<imageobject>
<imagedata align="center" depth="2" fileref="496cb4d5-1a63-4b1f-b642-ed33dbac2964" format="image/png" scale="100" width="13" />
</imageobject>
</inlinemediaobject>
<inlinemediaobject>
<imageobject>
<imagedata align="center" depth="2" fileref="8ff39609-25af-4aa4-affa-e113904a1223" format="image/png" scale="100" width="523" />
</imageobject>
</inlinemediaobject>
vonnis
</para>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
Team handel en haven
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer / rolnummer: C/10/663708 / HA ZA 23-695
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van 28 februari 2024
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
</para>
<para>
<emphasis role="bold">
RTR BARGING B.V. H.O.D.N. BURANDO BARGING
</emphasis>
,
</para>
<para>
gevestigd te Rotterdam ,
</para>
<para>
eiseres,
</para>
<para>
advocaat mr. M.A.D. Bol te Rotterdam,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tegen
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
de naamloze vennootschap naar Belgisch recht
</para>
<para>
<emphasis role="bold">
OILCHART INTERNATIONAL N.V.
</emphasis>
,
</para>
<para>
gevestigd te Antwerpen , België,
</para>
<para>
gedaagde,
</para>
<para>
advocaat mr. M.P.J. Kik te Amsterdam.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Partijen zullen hierna RTR en Oilchart genoemd worden.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
Het verloop van de procedure blijkt uit:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de dagvaarding van 12 juli 2023, met producties 1 tot en met 10 en betekeningsstukken;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de conclusie van antwoord van 27 september 2023, met producties 1 tot en met 6;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de brief van de rechtbank van 10 oktober 2023 waarin de rechtbank partijen heeft opgeroepen voor de mondelinge behandeling;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de brief van de rechtbank van 5 januari 2024 met een zittingsagenda;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
het B-formulier van RTR van 1 februari 2024 met het verzoek om de zaak door te halen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
het bericht van Oilchart van 12 februari 2024 met de bevestiging dat de geplande zitting geen doorgang behoeft te vinden en het verzoek om RTR te veroordelen in de proceskosten;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
het in reactie op laatstgenoemd bericht ingekomen bericht van RTR van 12 februari 2024 met herhaald verzoek om de procedure in te trekken.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.2.
</nr>
<para>
Ten slotte is vonnis bepaald.
</para>
<para />
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
2
</nr>
De beoordeling
</title>
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
RTR heeft verzocht om de zaak door te halen vanwege een nieuwe procedure in België.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<para>
Oilchart heeft zich op het standpunt gesteld dat RTR de (nodeloos door Oilchart gemaakte) proceskosten moet dragen.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
De rechtbank is van oordeel dat RTR, nu zij de onderhavige procedure heeft aangespannen en haar vordering vervolgens heeft ingetrokken en geen inhoudelijke gronden heeft aangevoerd voor een andersluidend oordeel, dient te worden veroordeeld in de vergeefs gemaakte kosten aan de zijde van Oilchart . Hierover zal de wettelijke rente, zoals door Oilchart gevorderd, worden toegewezen, met dien verstande dat die rente eerst na een redelijke betalingstermijn van veertien dagen verschuldigd zal zijn. De kosten aan de zijde van Oilchart worden begroot op:
</para>
<para>
- griffierecht € 2.837,00
</para>
<para>
- salaris advocaat €
<emphasis role="underline">
1.214,00
</emphasis>
(1 punt × tarief IV € 1.214,00)
</para>
<para>
Totaal € 4.051,00.
</para>
<para />
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
3
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De rechtbank
</para>
<para />
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
verstaat dat RTR haar vorderingen heeft ingetrokken,
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.2.
</nr>
<para>
veroordeelt RTR in de proceskosten aan de zijde van Oilchart , tot op heden begroot op € 4.051,00 en te vermeerderen met de wettelijke rente daarover zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend,
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.3.
</nr>
<para>
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.4.
</nr>
<para>
wijst het meer of anders gevorderde af.
</para>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.M. van Schouwenburg-Laan en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2024.
</para>
<para>
3597/1885
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>