<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:1914</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-19T14:39:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10737639</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:1914">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:1914</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-19T14:38:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:1914 Rechtbank Rotterdam , 01-03-2024 / 10737639</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:1914:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Zorgverzekering. Gedaagde heeft twee maanden premie niet betaald, omdat hij geen factuur per post heeft ontvangen. Zorgpremie is brengschuld, geen geslaagd beroep op opschorting.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:1914:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
locatie Rotterdam
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer: 10737639 CV EXPL 23-27141
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
datum uitspraak: 1 maart 2024
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Menzis Zorgverzekeraar N.V.
</emphasis>
,
</para>
<para>
vestigingsplaats: Wageningen,
</para>
<para>
eiseres
</para>
<para>
gemachtigde: Flanderijn,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tegen
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
woonplaats: [woonplaats01] ,
</para>
<para>
gedaagde,
</para>
<para>
die zelf procedeert.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De partijen worden hierna ‘Menzis’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de dagvaarding van 28 augustus 2023, met bijlage;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
het antwoord, met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de brief van 8 januari 2024 van Menzis, met bijlagen.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.2.
</nr>
<para>
Op 26 januari 2024 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren mr. D. de Waard (namens de gemachtigde van Menzis) en [gedaagde01] aanwezig.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
2
</nr>
De beoordeling
</title>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Waar gaat deze zaak over?
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
[gedaagde01] heeft een zorgverzekering bij Menzis. Hij heeft de premies voor oktober en november 2022 niet betaald (twee keer € 143,75). Menzis eist dat [gedaagde01] € 287,50 aan haar betaalt, met rente en kosten. [gedaagde01] stelt zich op het standpunt dat hij de premies nog niet hoeft te betalen, omdat hij daarvoor geen papieren factuur van Menzis heeft ontvangen. De rechter wijst de eis van Menzis toe. Hierna wordt uitgelegd waarom.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
[gedaagde01] kan zich niet beroepen op opschorting
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<para>
Het verweer van [gedaagde01] begrijpt de kantonrechter zo dat hij zich beroept op opschorting van zijn betalingsverplichting. [gedaagde01] erkent namelijk dat hij de premies nog aan Menzis moet betalen, maar dat wil hij pas doen als hij een papieren factuur heeft ontvangen van Menzis. Het beroep op opschorting slaagt echter niet en [gedaagde01] moet het bedrag van € 287,50 aan Menzis betalen.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
Weliswaar staat vast dat [gedaagde01] tot oktober 2022 de facturen voor de premies maandelijks per post ontving en dat Menzis daarna zonder toestemming van [gedaagde01] twee maanden lang over is gegaan op het verzenden van de facturen per e-mail, maar dat betekent niet dat [gedaagde01] de maandpremies nog niet hoeft te betalen. De premie is namelijk een brengschuld (artikel A12 van de algemene voorwaarden van Menzis). Dat betekent dat [gedaagde01] verplicht is de premie op tijd te betalen, ook zonder (papieren) factuur van Menzis. [gedaagde01] heeft niet duidelijk gemaakt waarom hij vindt dat Menzis verplicht is om hem papieren facturen te sturen. Maar ook als Menzis daartoe verplicht zou zijn, rechtvaardigt die (eventuele) tekortkoming van Menzis niet dat [gedaagde01] betaling van de gehele premie opschort.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Rente
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.4.
</nr>
<para>
De rente wordt toegewezen, omdat Menzis genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde01] dat niet heeft betwist.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Buitengerechtelijke incassokosten
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.5.
</nr>
<para>
De incassokosten van € 52,19 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Menzis hoeft geen vergoeding aan [gedaagde01] te betalen
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.6.
</nr>
<para>
[gedaagde01] verzoekt in zijn antwoord om een vergoeding van € 262,68 voor het voeren van niet-gebruikelijke correspondentie met Menzis. Dat verzoek is niet toewijsbaar, omdat voor toewijzing van die vergoeding geen grondslag is.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Proceskosten
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.7.
</nr>
<para>
[gedaagde01] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Menzis op € 130,49 aan dagvaardingskosten, € 128,- aan griffierecht, € 164,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 82,-) en € 41,- aan nakosten. Dat is in totaal € 463,49. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Uitvoerbaarheid bij voorraad
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.8.
</nr>
<para>
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
3
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De kantonrechter:
</para>
<para />
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
veroordeelt [gedaagde01] om aan Menzis te betalen € 346,86 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 287,50 vanaf 28 augustus 2023 tot de dag dat volledig is betaald;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.2.
</nr>
<para>
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, die aan de kant van Menzis worden begroot op € 463,49;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.3.
</nr>
<para>
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
</para>
<para>
49039
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>