<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:1705</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-05T10:46:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">FT EA 23-1177</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=284&amp;g=2022-11-04">Faillissementswet 284</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:1705">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:1705</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-05T10:45:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:1705 Rechtbank Rotterdam , 15-02-2024 / FT EA 23-1177</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:1705:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Toepassing schuldsaneringsregeling, afwijzing eerdere ingangsdatum</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:1705:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold caps">
Rechtbank Rotterdam
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
Team insolventie
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
toepassing schuldsaneringsregeling
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
insolventienummer: [nummer01]
</para>
<para>
uitspraakdatum: 15 februari 2024
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[verzoekster01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
[adres01] ,
</para>
<para>
[postcode01] [plaats01] ,
</para>
<para>
verzoekster.
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Verzoekster heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft het verzoek behandeld ter zitting van
</para>
<para>
15 februari 2024.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Daarbij zijn verschenen en gehoord:
</para>
</parablock>
<para>
- [verzoekster01] , verzoekster;
</para>
<para>
- [naam01] , schuldhulpverlener.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
De uitspraak is bepaald op heden.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
2
</nr>
De beoordeling
</title>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Toelating tot de schuldsaneringsregeling
</emphasis>
</para>
<para>
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoekster verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat zij niet zal kunnen voortgaan met betaling van haar schulden. Er is geen, althans onvoldoende grond gebleken voor afwijzing van het verzoek. Verzoekster zal daarom worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Ten aanzien van de ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling overweegt de rechtbank als volgt. Door verzoekster is verzocht om een eerdere ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling te bepalen. In dit geval blijkt niet dan wel onvoldoende dat verzoekster gedurende het minnelijke schuldsaneringstraject de verplichting om inkomsten boven het vrij te laten bedrag af te dragen heeft nageleefd. De rechtbank wijst daarom het verzoek af en stelt de ingangsdatum van de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling vast op 15 februari 2024.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Bij het verzoekschrift is een berekening van het vrij te laten bedrag gevoegd. Uit de overgelegde stukken die aan deze berekening ten grondslag liggen blijkt dat het vrij te laten bedrag door schuldhulpverlening na juli 2023 niet juist is vastgesteld. De huur van verzoekster is sinds juli 2023 verlaagd met € 45,97. Deze verlaging van de huur is destijds niet doorgevoerd in de berekening van het vrij te laten bedrag. Hierdoor is gedurende het minnelijk traject door verzoekster wel afgedragen ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers, maar onvoldoende. Daarnaast heeft verzoekster geen inkomsten boven het vrij te laten bedrag meer afgedragen voor de gezamenlijke schuldeisers na het beëindigen van het minnelijke schuldsaneringstraject. Verzoekster heeft hierdoor in de periode tussen het einde van het minnelijke schuldsaneringstraject (1 oktober 2023) en heden haar inkomsten boven het vrij te laten bedrag niet afgedragen of gespaard. Tot slot heeft verzoekster in de periode na het beëindigen van het minnelijke schuldsaneringstraject een regeling getroffen met de Sociale Verzekeringsbank waardoor zij maandelijks € 33,- op deze schuld afbetaalt. Deze regeling belemmert het afdragen aan de gezamenlijke schuldeisers.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Bevoegdheid rechtbank
</emphasis>
</para>
<para>
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoekster in Nederland ligt.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
3
</nr>
De beslissing
</title>
<para />
<parablock>
<para>
De rechtbank:
</para>
</parablock>
<para />
<para>
- spreekt per de datum van dit vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[verzoekster01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
geboren op [geboortedatum01] -1955 te [geboorteland01]
</para>
<para>
wonende te [adres01] , [postcode01] [woonplaats01] ;
</para>
</parablock>
<para />
<para>
- stelt de termijn van de regeling vast op 18 maanden, te rekenen vanaf
</para>
<para>
15 februari 2024, waardoor deze termijn eindigt op 15 augustus 2025;
</para>
<para />
<para>
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Aukema
</para>
<parablock>
<para>
en tot bewindvoerder mr. J. van Rijen,
</para>
<para>
gevestigd te Postbus 40251,
</para>
<para>
3504 AB Utrecht;
</para>
</parablock>
<para />
<para>
- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/19e deel van de overeenkomstig artikel 2 van het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;
</para>
<para />
<para>
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenares gerichte brieven en telegrammen.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van
</para>
<para>
A.B.T. Fernandes Pedra, griffier, in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2024.
<footnote-ref linkend="_97f28d2e-92c1-40c4-8ed4-0499b7a79167" />
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<footnote id="_97f28d2e-92c1-40c4-8ed4-0499b7a79167" label="1">
<para>
<emphasis role="bold">
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.
</emphasis>
</para>
</footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>