<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:14106</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-24T10:01:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/650820 / HA ZA 23-38</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>S&amp;S 2026/31</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:14106">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:14106</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-27T10:25:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:14106 Rechtbank Rotterdam , 30-10-2024 / C/10/650820 / HA ZA 23-38</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:14106:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Benoemen deskundige voor waardebepaling schip; tijdverlet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:14106:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7b73d6aa-8309-47fb-990a-696232df580d" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6d0794d4-b05d-4411-9bac-d96b9778a132" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/650820 / HA ZA 23-38</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 30 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [plaats 1] , Duitsland,</para>
      <para>eiseres in conventie,<?linebreak?>geopposeerde,</para>
      <para>verweerster in voorwaardelijke reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. J.C. van Zuethem te Breda,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">DECOIL ROTTERDAM B.V.</emphasis>,</para>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DECOIL GROUP B.V.</emphasis>,</para>
      <para>beide gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>gedaagden in conventie,<?linebreak?>opposanten,</para>
      <para>eiseressen in voorwaardelijke reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. A.J.A.M. van Haandel te ‘s-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De verdere procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het vonnis van 14 februari 2024 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlating tevens akte wijziging van eis van [eiseres] met producties 16 tot en met 19;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlaten partijen van Decoil met producties 8 tot en met 10;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlating tevens akte wijziging van eis van [eiseres] met producties 20 tot en met 22;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlaten producties van Decoil.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De toelaatbaarheid van de wijzigingen van eis van [eiseres]</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] wenst in het petitum zoals weergegeven in het vonnis van 14 februari 2024 als IV ingevoegd te zien: “althans gedaagden te veroordelen tot betaling van een bedrag, vast te stellen door de rechtbank door verrekening blijkens 3.11 van het vonnis van 14 februari 2024” (de andere vorderingen blijven gehandhaafd met opschuiving in de nummering van V tot en met VIII).</para>
        <para>Omdat Decoil hiertegen geen bezwaar heeft geuit, gaat de rechtbank uit van deze gewijzigde eis.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Zonder haar petitum aan te passen vordert [eiseres]  van Decoil Rotterdam (en haar raadsman) teruggave van de garantie die zij aan Decoil heeft betekend (ter opheffing van het door Decoil op 22 juni 2023 gelegde conservatoire beslag op het schip voor de vorderingen in reconventie). Omdat Decoil op zichzelf tegen het vragen van teruggave geen bezwaar heeft gemaakt, beschouwt de rechtbank het verzoek als een toelaatbare wijziging van eis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Verder wijzigt [eiseres] haar eis opnieuw in die zin dat zij voor de periode na ontbinding honderdveertien dagen tijdverlet vordert, dus in totaal € 100.662,00 (114 × € 883,00). Hoewel Decoil hier niet op heeft kunnen reageren, staat de rechtbank deze eiswijziging toe omdat het gaat om een eisvermindering.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De verdere beoordeling</title>
    <bridgehead role="italic">vordering tot teruggave van de garantie afgewezen</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Volgens [eiseres] heeft zij recht op teruggave van de garantie, omdat Decoil Rotterdam op 27 november 2023 is opgehouden te bestaan en Decoil Rotterdam dus geen vordering meer heeft op [eiseres] .</para>
        <para>Met Decoil oordeelt de rechtbank dat als een rechtspersoon tijdens een aanhangig geding ophoudt te bestaan, de procedure dan in de lopende instantie door of tegen deze rechtspersoon kan worden voortgezet. Dit is onder meer uitgemaakt in het arrest van de Hoge Raad van 15 juni 2001, waarin de Hoge Raad als volgt oordeelde:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Op grond van artikel 2:19 lid 6 BW houdt een ontbonden rechtspersoon in geval van vereffening van haar vermogen eerst op te bestaan op het tijdstip dat de vereffening eindigt, terwijl artikel 2:23c lid 1 BW voorziet in de mogelijkheid om de vereffening te heropenen, onder meer ingeval nog een schuldeiser opkomt of van het bestaan van een bate blijkt. Hiermee strookt het om aan te nemen dat in een geval zoals het onderhavige, waarin een procedure tegen een rechtspersoon is aangevangen voor het tijdstip van haar ontbinding en van de vereffening van haar vermogen, de procedure tegen de rechtspersoon kan worden voortgezet, mede in volgende instanties, ook indien de vereffening van haar vermogen inmiddels is geëindigd en daarvan opgaaf is gedaan door de vereffenaar aan de registers overeenkomstig artikel 2:19 lid 6 BW.” </emphasis>
        </para>
        <para>Dat Decoil Rotterdam is opgehouden te bestaan, staat dus niet in de weg aan voortzetting van de onderhavige procedure.</para>
        <para>De rechtbank wijst de vordering tot teruggave van de garantie af.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">deskundige benoemd voor bepaling waarde van het schip en redelijke vergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Bij vonnis van 14 februari 2024 is de zaak naar de rol verwezen voor akte uitlaten partijen over:</para>
      <para>- de waarde van het schip op het moment van de buitengerechtelijke ontbinding (19 mei 2022);</para>
      <para>- de redelijke vergoeding voor gebruik van het schip;</para>
      <para>- het voorstel van de rechtbank om [naam] te benoemen als deskundige;</para>
      <para>- de eventuele namen van andere deskundigen;</para>
      <para>- de aan de deskundige voor te leggen vragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] heeft zich als volgt uitgelaten.</para>
        <para>
          [eiseres] heeft [bedrijf] gevraagd het schip te taxeren. [bedrijf] heeft het schip getaxeerd op € 1.590.000,00 op het moment van de buitengerechtelijke ontbinding.</para>
        <para>
          [eiseres] heeft [scheepsmakelaar] gevraagd wat een redelijke vergoeding per maand is voor gebruik van het schip. [scheepsmakelaar] komt uit op € 30.000,00 per maand.</para>
        <para>Als de rechtbank een deskundige wil benoemen, heeft [eiseres] geen bezwaar tegen benoeming van [naam] om de volgende te stellen vragen te beantwoorden:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Wat was de handelswaarde van het schip op 17 [Rb: dit moet zijn 19] mei 2022?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Is het daarbij wel of niet van belang of het schip op 30 september 2022 de klassecertificaten moest vernieuwen?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Als dit van belang is, dient hierop een aftrek op de scheepswaarde te worden toegepast?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Wat was in de jaren 2020 tot en met 2022 een gebruikelijk en marktconform bedrag voor het inhuren van het schip in rompbevrachting?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Bent u in dit verband bekend met langlopende rompbevrachtingsovereenkomsten voor vergelijkbare schepen, voor dezelfde periode? Zo ja, wat is de bandbreedte van de maandelijkse huur?</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Decoil heeft zich als volgt uitgelaten.</para>
        <para>Op 15 juni 2023 was de vraagprijs voor het schip - dat toen te koop stond - € 1.850.000,00. Het schip is verkocht voor € 2.200.000,00. Op het moment van de buitengerechtelijke ontbinding bedroeg de waarde van het schip dus minimaal € 1.850.000,00. Gelet op de verkoopopbrengst is het aannemelijker dat de waarde toen € 2.000.000,00 was. De extra opgevoerde kosten voor classificatiewerkzaamheden mogen niet worden meegenomen in de berekening van de waarde van het schip, omdat Decoil op het moment van de ontbinding van de overeenkomst niet in verzuim was met het uitvoeren van classificatie-werkzaamheden.</para>
        <para>Een gebruiksvergoeding van € 6.500,00 per maand is redelijk. Partijen zijn dit overeengekomen en de overeenkomst biedt geen grondslag voor wijziging van dit bedrag. Bovendien komen alle kosten met betrekking tot het schip voor rekening van Decoil en is daarom bewust een risicoverdeling opgenomen die heeft geleid tot deze gebruiksvergoeding. Als de rechtbank oordeelt dat deze gebruiksvergoeding niet redelijk is, dan dienen de door Decoil betaalde onderhoudskosten van € 239.095,17 ook in de verrekening ex artikel 8:810 BW te worden betrokken.</para>
        <para>Decoil vindt [naam] de aangewezen partij om de volgende vragen te beantwoorden:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Wat is de waarde van het schip op de datum van de buitengerechtelijke ontbinding?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Zijn dergelijke schepen waardevast?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Wat is de waarde van vergelijkbare schepen medio 2022?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Zijn de prijzen voor vergelijkbare schepen sindsdien gestegen of gedaald?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Hebben de door [bedrijf] geconstateerde reparaties ter hoogte van € 100.900,00 invloed op de waarde van het schip? Zo ja, wat voor invloed?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Wat is een redelijke gebruiksvergoeding voor het schip in het kader van de scheepshuurkoop?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Is een redelijke gebruiksvergoeding bij scheepshuurkoop anders dan bij huur?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Is het normaal dat Decoil alle exploitatiekosten van het schip dient te betalen, zoals overeengekomen in artikel 2.1 van de scheepshuurkoopovereenkomst?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Is het normaal dat alles risico’s voor de exploitatie van het schip bij Decoil liggen, zoals overeengekomen in artikel 2.1 van de scheepshuurkoopovereenkomst?</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Partijen liggen ver uit elkaar met hun antwoorden op de vragen van de rechtbank wat de waarde van het schip is op het moment van de buitengerechtelijke ontbinding en wat een redelijke vergoeding is voor gebruik van het schip. Partijen zijn het wel eens met het voorstel van de rechtbank om [naam] aan te wijzen als deskundige in deze zaak. De rechtbank zal [naam] dan ook benoemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Zoals geoordeeld in r.o. 3.16. van het vonnis van 14 februari 2024, gaat de rechtbank er - gelet op het rapport van [bedrijf] - vanuit dat de waardevermindering van het schip <emphasis role="italic">door schade</emphasis> circa € 100.900,00 bedraagt.</para>
        <para>De rechtbank is het eens met de stelling van Decoil dat bij de waardebepaling van het schip, de gevorderde vergoeding van classificatiewerkzaamheden buiten beschouwing moet worden gelaten. Immers was Decoil daarmee niet in verzuim, omdat de classificaties geldig waren tot en met september 2022 (zoals aangegeven in het rapport van [bedrijf] ) en [eiseres] de overeenkomst per 19 mei 2022 heeft ontbonden. Anderzijds is mogelijk wel van belang of het aflopen van de classificaties per 30 september 2022 invloed had op de waarde op 19 mei 2022. Deze vraag zal aan de gerechtsdeskundige worden voorgelegd.</para>
        <para>Omdat het uitsluitend gaat om de waarde van het schip op 19 mei 2022 (vanwege de directe verrekening op grond van artikel 8:810 BW), zijn de vragen die Decoil wilde voorleggen aan de deskundige of dergelijke schepen waardevast zijn en of de waarde van vergelijkbare schepen sindsdien is gestegen of gedaald, niet van belang.</para>
        <para>Ook zal de rechtbank de vragen van Decoil of het normaal is dat Decoil alle exploitatiekosten van het schip dient te betalen en alle risico’s voor de exploitatie van het schip bij haar liggen, zoals overeengekomen in artikel 2.1 van de scheepshuurkoopovereenkomst, niet voorleggen aan de deskundige. Wat was overeengekomen is bij de directe verrekening op grond van artikel 8:810 BW niet meer van belang. Overigens oordeelt de rechtbank dat dit inderdaad normaal was, omdat daar tegenover stond dat de opbrengsten van de exploitatie van het schip ook aan Decoil toekwamen.</para>
        <para>Tegen deze achtergrond zal de rechtbank de in de beslissing genoemde vragen voorleggen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">tijdverlet</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Decoil is bij vonnis van 14 februari 2024 in de gelegenheid gesteld om bij akte te reageren op de eisvermeerdering van [eiseres] inzake tijdverlet.</para>
        <para>In de tussentijd heeft [eiseres] deze vordering verminderd (zie hiervoor onder 2.3.).</para>
        <para>Decoil heeft als volgt gereageerd.</para>
        <para>De werkelijke reden waarom het schip heeft stilgelegen is dat [eiseres] niet direct een nieuwe opdracht of exploitant voor het schip heeft kunnen vinden. Daarvoor is het vorderen van tijdverletschade niet bedoeld.</para>
        <para>Het gevorderde bedrag van € 883,00 per dag is bovendien niet representatief, omdat is uitgegaan van het volledige bedrag uit de overeenkomst met Decoil en niet de gebruikelijke berekening is gehanteerd van het gemiddelde resultaat in de drie maanden voorafgaande aan de reparatie en drie maanden na het voltooien van een reparatie. Als van de gebruikelijke berekening wordt uitgegaan, geldt een gemiddeld bedrag van € 214,31 per dag en kan de vordering van tijdverletschade niet hoger zijn dan € 30.002,72.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] heeft daarop als volgt gereageerd.</para>
        <para>Decoil heeft na de ontbinding van de overeenkomst per 19 mei 2022 het schip niet aan [eiseres] ter beschikking gesteld. Daarop heeft [eiseres] op 23 mei 2022 het schip dat onbemand in de haven lag weer in bezit genomen. [eiseres] heeft Decoil vervolgens uitgenodigd voor de uithuurinspectie op 1 juni 2022. Daarna hebben medewerkers van [eiseres] eerst reparatiewerkzaamheden verricht, voordat het schip op 22 juni 2022 naar de werf ging (eerder was er geen werfplaats). De werf, Dockside, heeft het schip van 22 juni 2022 tot 18 augustus 2022 gerepareerd. Vanaf 10 augustus 2022 was het mogelijk om het schip beperkt te gebruiken.</para>
        <para>Vervolgens zijn er in de periode van 11 september tot en met 11 oktober 2022 bij Scheepswerf ’t Ambacht classificatiewerkzaamheden verricht. Decoil had deze classificatiewerkzaamheden gedurende de periode van de overeenkomst zelf moeten uitvoeren, maar heeft dit nagelaten. Daarom moest [eiseres] dit zelf doen. De periode van 31 dagen voor het uitvoeren van classificatiewerkzaamheden dient dus als tijdverletschade voor rekening van Decoil te komen. In totaal vordert [eiseres] (na vermindering van eis) dus 114 dagen tijdverlet.</para>
        <para>Voor het gevorderde bedrag van € 883,00 per dag aan tijdverlet, knoopt [eiseres] aan bij de overeenkomst. Als die zou zijn doorgelopen tot einde 2023, zou [eiseres] recht hebben gehad op € 26.500,00 per maand.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">aantal dagen tijdverlet</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <parablock>
        <para>Decoil heeft niet, althans onvoldoende betwist dat zij na de ontbinding van de overeenkomst per 19 mei 2022 het schip niet aan [eiseres] ter beschikking heeft gesteld, dat [eiseres] op 23 mei 2022 het schip weer in bezit heeft genomen, dat Decoil is uitgenodigd voor de uithuurinspectie op 1 juni 2022, dat daarna eerst medewerkers van [eiseres] reparatiewerkzaamheden hebben verricht en dat niet eerder plaats was op de werf voor reparatie van het schip dan op 22 juni 2022.</para>
        <para>Scheepswerf Dockside heeft in dat verband het volgende verklaard:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Wij scheepswerf Dockside Shipfacilities verklaren dat: in de periode van 22 juni 2022 tot en met 18 augustus 2022 werkzaamheden hebben uitgevoerd aan boord van [schip] om het schip operationeel te maken volgens opgaaf, zie factuur.”</emphasis>
        </para>
        <para>De stellingen van Decoil dat het ging om eenvoudige reparaties en [eiseres] geen onderbouwing heeft gegeven van de uitgevoerde reparaties of de termijn waarbinnen ze zijn afgerond, heeft zij na het in het geding brengen door [eiseres] van verklaringen van de scheepswerf en de betreffende factuur van de scheepswerf niet langer gehandhaafd.</para>
        <para>Vanaf 10 augustus 2022 tot 10 september 2022 had het schip enkele reizen gemaakt en van 11 september tot en met 11 oktober 2022 lag het schip voor classificatiewerkzaamheden bij Dockside. De directeur van [eiseres] heeft in dat verband het volgende verklaard:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Ab dem 10.08.2022 war das Schiff unter Einschränkungen (kein gültiger BIRE-Check) wieder einsatzfähig und hat bis zum 10.09.2022 einige Reisen durchgeführt. Ab dem 11.09.2022 bis zum 11.10.2022 war das Schiff für die Arbeiten zur Erneuerung der Klasse an der t'Ambacht­ Werft.”</emphasis> Decoil heeft dit niet, althans onvoldoende betwist.</para>
        <para>De rechtbank oordeelt dan ook dat met tijdverlet is gemoeid het aantal dagen vanaf de dag per wanneer de overeenkomst is opgezegd (19 mei 2022) tot de dag dat het schip weer reizen ging maken (10 augustus 2022). Zoals hiervoor onder 3.6 geoordeeld, was Decoil niet in verzuim met classificatiewerkzaamheden. De rechtbank neemt de daarop betrekking hebbende periode dan ook niet mee bij de berekening van het tijdverlet. In totaal betreft het tijdverlet dus 83 dagen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">hoogte tijdverlet</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
        <para>Bedrijfsschade van een scheepsexploitant wordt doorgaans begroot op basis van een gemiddelde van de opbrengsten gerealiseerd drie maanden vóór de exploitatiestilstand en drie maanden daarna.</para>
        <para>In dit geval was voorafgaand aan de exploitatiestilstand sprake van een overeenkomst van scheepshuurkoop en biedt de opbrengst daarvan geen goed uitgangspunt. Hier moet beoordeeld worden wat theoretisch de opbrengst was geweest uitgaande van  rompbevrachting.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <parablock>
        <para>Voor de periode van drie maanden (90 dagen) voor de beëindiging van de overeenkomst is de rechtbank voornemens om als uitgangspunt het gemiddelde bedrag te hanteren dat de deskundige zal noemen als gebruikelijk en marktconform bedrag voor het verhuren van het schip in rompbevrachting. Specifiek hierover zal een vraag aan de deskundige worden gesteld met een mogelijkheid van correctie op grond van de gemiddelde bezettingsgraad in die periode.</para>
        <para>Voor de periode daarna moet [eiseres] aantonen wat de gemiddelde opbrengst was van de reizen die het schip heeft gemaakt van 10 augustus 2022 tot 10 september 2022 (31 dagen) en van 12 oktober tot 3 december 2022 (59 dagen). [eiseres] krijgt daarvoor een bewijsopdracht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12.</nr>
      <para>Bij de berekening van de hoogte van het tijdverlet is de rechtbank van plan de twee gemiddelde bedragen bij elkaar op te tellen, door twee te delen en dan om te rekenen in een bedrag per dag. Voor de totale hoogte van het tijdverlet zal de rechtbank dit bedrag vermenigvuldigen met 83 (het aantal dagen tijdverlet).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">nadere overwegingen t.a.v. de deskundige</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13.</nr>
      <para>De rechtbank stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het in de beslissing genoemde bedrag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.14.</nr>
      <para>De rechtbank ziet in de omstandigheid dat beide partijen moeten verrekenen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wet, dat in beginsel de eisende partij het voorschot op de kosten van de deskundige moet betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.15.</nr>
      <para>De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Als partijen niet aan een van deze verplichtingen voldoen, kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij juist acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.16.</nr>
      <para>Als een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen maakt en verzoeken doet aan de deskundige, moet zij daarvan meteen een kopie aan de wederpartij sturen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie en in reconventie</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewijsopdracht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>draagt [eiseres] op te bewijzen de gemiddelde opbrengst van de reizen die het schip heeft gemaakt van 10 augustus 2022 tot 10 september 2022 en van 12 oktober tot 3 december 2022,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">27 november 2024 </emphasis>voor uitlating door [eiseres] of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>bepaalt dat [eiseres] , als zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel <emphasis role="bold">bewijsstukken</emphasis> wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>bepaalt dat [eiseres] , als zij <emphasis role="bold">getuigen</emphasis> wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden november 2024 tot en met januari 2025 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. P.C. Santema in het gerechtsgebouw te Rotterdam aan Wilhelminaplein 100/125,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>bepaalt dat <emphasis role="bold">alle partijen</emphasis> uiterlijk tien dagen voor het eerste getuigenverhoor <emphasis role="bold">alle beschikbare bewijsstukken</emphasis> aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">deskundigenonderzoek</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>beveelt een deskundigenonderzoek om de volgende vragen te beantwoorden:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Wat was de handelswaarde van het [schip] op 19 mei 2022, waarbij reeds vast is komen te staan dat de waardevermindering van het schip <emphasis role="italic">door schade</emphasis> € 100.900,00 bedraagt?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Is het daarbij wel of niet van belang dat het schip op 30 september 2022 de klassecertificaten moest vernieuwen?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Als dit van belang is, welke aftrek dient hiervoor op de scheepswaarde te worden toegepast?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Wat was in de jaren 2020 tot en met 2022 een gebruikelijk en marktconform bedrag per maand voor het inhuren van het schip in rompbevrachting?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Wat was in de 90 dagen voorafgaand aan 19 mei 2022 een gebruikelijk en marktconform bedrag voor het verhuren van het schip in rompbevrachting? Wat was in die periode de gemiddelde bezettingsgraad van een schip zoals [schip]</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Heeft u vanuit uw deskundigheid nog andere opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn?</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <parablock>
        <para>benoemt tot deskundige:</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [naam]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [adres]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [postcode] [plaats 2]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Mob: [telefoonnummer]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Mail: [email]</emphasis>,</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">het voorschot</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundige het volgende:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de deskundige dient <emphasis role="underline">binnen drie weken</emphasis> na de datum van deze beslissing een begroting van de kosten op te geven aan de griffie van de rechtbank, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>partijen kunnen desgewenst <emphasis role="underline">binnen twee weken</emphasis> na dagtekening van de brief van de griffie schriftelijk bij de rechtbank bezwaar maken tegen de begroting;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>als niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige reeds nu voor alsdan vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>bepaalt dat partijen ieder de helft van het voorschot moeten overmaken <emphasis role="underline">binnen twee weken</emphasis> na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">het onderzoek </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>bepaalt dat [eiseres] haar procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>wijst de deskundige er op dat:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad voor maritieme gerechtsdeskundigen (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; als slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>- als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken als deze daarom vraagt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">het schriftelijk rapport </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <para>wijst de deskundige er op dat: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet sturen, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.18.</nr>
      <para>bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is gestuurd en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">overige bepalingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.19.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van <emphasis role="bold">29 januari 2025</emphasis>, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.20.</nr>
      <para>draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>na ontvangst op de griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [eiseres] op een termijn van vier weken,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.21.</nr>
      <para>verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.22.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Santema en ondertekend en in het openbaar uitgesproken door de rolrechter op 30 oktober 2024.</para>
        <para>615/32</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>