<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:13961</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-18T09:47:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/680766 / JE RK 24-1168</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:13961">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:13961</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-18T09:43:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:13961 Rechtbank Rotterdam , 05-07-2024 / C/10/680766 / JE RK 24-1168</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:13961:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling. Een beslissing op het verzoek van de Raad voor het overige is aangehouden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:13961:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/680766 / JE RK 24-1168</para>
      <para>Datum uitspraak: 5 juli 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam moeder]
        </emphasis> en <emphasis role="bold">[naam vader]</emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de ouders, wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat: mr. L.J.W. van Kesteren, kantoorhoudende te Zoetermeer,</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:</para>
        <para>- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 5 juni 2024, ontvangen op 14 juni 2024;</para>
        <para>- het verweerschrift met bijlagen namens de ouders van 20 juni 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 juli 2024. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de ouders, bijgestaan door hun advocaat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1] ;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>- twee vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI), [naam 2] en [naam 3] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [minderjarige] woont bij zijn ouders.</para>
        <para>3. <emphasis role="bold">Het verzoek</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De Raad verzoekt een ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar. Tevens verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinshuis voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de Raad</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. [minderjarige] is gediagnostiseerd met autisme. [minderjarige] is gebaat bij structuur en duidelijkheid. Ondanks de inzet van de hulpverlening lukt het de ouders onvoldoende om [minderjarige] in de thuissituatie te bieden wat nodig heeft, waardoor [minderjarige] in zijn ontwikkeling stagneert. [minderjarige] gaat op dit moment niet naar school en de ouders zijn moegestreden. Daarnaast heeft er op 19 juni 2024 een (zeden)incident plaatsgevonden waarbij [minderjarige] betrokken is geweest. Hiervan is een Veilig Thuis melding gedaan. Het is in het belang van [minderjarige] dat hij verblijft bij een passende instelling, alwaar hij een duidelijk programma heeft en hij naar school kan. In de tussentijd is het van belang dat er rust komt in de thuissituatie en dat de ouders voorbereid worden op succesvolle thuisplaatsing. [minderjarige] is eerder geplaatst bij Yulius en dat heeft een positieve invloed op hem gehad. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het standpunt van de GI</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De GI ondersteunt het verzoek van de Raad ten aanzien van de ondertoezichtstelling. Ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt het volgende toegelicht. De zorgen over [minderjarige] zijn met name gelegen in de schoolgang. De afgelopen periode hebben de ouders in het vrijwillig kader hulpverlening gezocht, er is gestart met thuisschool maar de schoolgang is nog niet hervat. Het is zomer en het is onduidelijk hoe de schoolgang hierna zal verlopen. Het is in het belang van [minderjarige] dat de komende periode in samenwerking met de ouders en een jeugdbeschermer gekeken wordt naar passende hulpverlening in de thuissituatie. Een uithuisplaatsing is voor nu niet nodig, dit lijkt nog te vroeg. De ouders verdienen een kans. De GI denkt aan de inzet van MST PSB, die kan worden ingezet in de thuissituatie.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Het standpunt van de ouders</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door en namens de ouders wordt ingestemd met een ondertoezichtstelling. De ouders voeren verweer tegen een machtiging tot uithuisplaatsing. Na de gezinsopname die in 2023 heeft plaatsgevonden gaf [minderjarige] aan dat zijn hoofd vol zat en dat hij niet lekker in zijn vel zat. [minderjarige] wilde niet naar school. De ouders zijn bezig geweest met het organiseren van hulpverlening, maar dat verliep moeizaam. Sinds kort ontvangt [minderjarige] thuis begeleiding, waardoor hij zijn schoolwerk (weer) heeft opgepakt. Deze begeleiding is ook gericht op het toewerken naar een school. De ouders doen hun best en [minderjarige] ontvangt op dit moment de structuur en duidelijkheid die hij nodig heeft. De school geeft aan vooruitgang te zien. Daarnaast merken de ouders een positieve gedragsverandering bij [minderjarige] : [minderjarige] luistert goed en hij heeft geen last meer van woede-uitbarstingen. Hierdoor is er sprake van een positieve ontwikkeling. De ouders wensen deze positieve ontwikkeling door te zetten in de thuissituatie en zij zijn daartoe in staat. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>
        [minderjarige] wordt ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. [minderjarige] kampt met autisme en hij heeft PTSS, mede waardoor hij een specifieke zorgbehoefte kent en gebaat is bij duidelijkheid en structuur. Er zijn zorgen over het zelfbepalende gedrag van [minderjarige] in de thuissituatie. [minderjarige] heeft last van woede-uitbarstingen en hij kan (verbaal en fysiek) agressief richting de ouders zijn als hij zijn zin niet krijgt. Daarnaast gaat [minderjarige] al voor een langere periode niet structureel naar school en heeft hij niet voldoende dagbesteding. Op dit moment stagneert [minderjarige] in zijn ontwikkeling. Het is in het belang van [minderjarige] dat hij naar een vorm van onderwijs gaat en dat hij voldoende sociale contacten heeft. Verder zijn er zorgen over [minderjarige] vanwege een (zeden)incident op 19 juni 2024, waarbij [minderjarige] betrokken is geweest en waarvan een Veilig-Thuismelding is gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>Hoewel de ouders bereid zijn, zijn zij onvoldoende in staat om de ontwikkelingsbedreiging onder eigen verantwoordelijkheid weg te nemen. Het lukt de ouders onvoldoende om [minderjarige] structureel de duidelijkheid en stabiliteit te bieden die hij nodig heeft. De jarenlange inzet van verschillende hulpverlening heeft daartoe niet geleid tot een duurzame verbetering van de situatie. Er lijkt van een langdurig patroon dat, ondanks de inzet van eerdere hulpverlening, nog niet is doorbroken. Er lijkt sprake te zijn van een prille positieve ontwikkeling, nu [minderjarige] onlangs is gestart met thuisschool. De ouders (h)erkennen deze zorgen en staan open voor hulp. De kinderrechter is van oordeel dat het in het belang is van [minderjarige] dat een jeugdbeschermer betrokken raakt om de regie te voeren en de ouders te ondersteunen. De kinderrechter zal daarom [minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van een jaar. Voor de komende periode zijn alle betrokkenen het erover eens dat het noodzakelijk is dat [minderjarige] de hulpverlening ontvangt die nodig heeft en dat hij duidelijkheid en structuur ervaart. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <para>Ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing overweegt de kinderrechter het volgende. Het is belangrijk dat de thuissituatie wordt verbeterd en dat er duidelijkheid en structuur komt voor [minderjarige] . Ook is het belangrijk dat zijn schoolgang wordt hervat. Om die reden wordt [minderjarige] onder toezicht gesteld. Een uithuisplaatsing is een ultimum remedium en een ingrijpend middel. Ter zitting zijn alle betrokkenen het erover eens dat er in het kader van de ondertoezichtstelling eerst moet worden onderzocht hoe de thuissituatie kan worden verbeterd en dat daarvoor de noodzakelijke hulpverlening dient te worden ingezet. De ouders en [minderjarige] dienen de kans te krijgen om daaraan mee te werken en de positieve verandering voor te zetten. De kinderrechter zal daarom het verzoek over de machtiging tot uithuisplaatsing voor een periode van een half jaar aanhouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Nu de GI in het kader van de ondertoezichtstelling betrokken raakt met bij [minderjarige] en de ouders, zal de kinderrechter aan de GI vragen om  twee weken vóór de hierna vermelde pro forma datum een briefrapportage (met afschrift aan de Raad, de belanghebbenden en mr. L.J.W. van Kesteren) te overleggen over de dan huidige stand van zaken en </para>
        <para>- eventueel na samenspraak met de Raad - aan te geven of het verzoek voor het overig verzochte al dan niet wordt gehandhaafd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>stelt [minderjarige] onder toezicht van de GI met ingang van 5 juli 2024 tot 5 juli 2025; <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">en alvorens verder te beslissen:</emphasis>
        </para>
        <para>houdt de beslissing op het verzoek van de Raad voor het overig verzochte aan en bepaalt dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden tot <emphasis role="bold underline">1 december 2024 pro forma</emphasis>; </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.4.</nr>
      <para>bepaalt dat de Raad, GI en de belanghebbenden op de genoemde pro forma datum niet ter zitting behoeven te verschijnen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.5.</nr>
      <para>verzoekt de GI uiterlijk twee weken voor de genoemde pro forma datum de kinderrechter (met afschrift aan de Raad, de belanghebbenden en mr. L.J.W. van Kesteren) de verzochte rapportage te doen toekomen. </para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. van den Berge, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2024, in aanwezigheid van mr. V. Lankhaar als griffier en op schrift gesteld op 9 augustus 2024.</para>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.</para>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>