<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:13742</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-13T10:34:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-03-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/688162 / JE RK 24-2313</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:13742">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:13742</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-13T10:32:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:13742 Rechtbank Rotterdam , 12-11-2024 / C/10/688162 / JE RK 24-2313</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:13742:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:13742:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/688162 / JE RK 24-2313</para>
      <para>Datum uitspraak: 12 november 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen: de GI, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 1]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] ), hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 2]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedatum 2] 2009 in [geboorteplaats 2] ( [geboorteland] ), hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als informanten aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam moeder] ,</emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen: de moeder, </para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam tante] , </emphasis>
      </para>
      <para>de tante, tevens pleegmoeder (mz), hierna te noemen: de tante, </para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 24 oktober 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 25 oktober 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 november 2024. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <para>- de moeder;</para>
      <para>- twee vertegenwoordigsters van de GI, [persoon A] en [persoon B] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De vader en de tante zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de tante wel juist zijn opgeroepen. De tante heeft per e-mail laten weten niet aanwezig te kunnen zijn vanwege werk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben hierover een brief gestuurd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vader is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven in een netwerkpleeggezin bij de tante. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij beschikking van 22 december 2023 zijn [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 22 december 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij beschikking van 7 juni 2024 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg, te weten bij de tante, verlengd tot 22 december 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van één jaar. Ook verzoekt de GI een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van één jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. De kinderen verblijven op een stabiele plek bij de tante. In september heeft overleg plaatsgevonden met de pleegzorgbegeleider, de moeder en de tante. Tijdens dit overleg is besloten om geen onderzoek te doen naar het perspectief van de kinderen, aangezien pleegzorg een goed beeld heeft van de situatie bij de moeder. Het is de bedoeling dat de kinderen op hun eigen tempo teruggaan naar de moeder. Daarnaast is besloten om geen hulpverlening in te zetten voor de kinderen. Er zal een maandelijks overleg plaatsvinden met de pleegzorgbegeleider om zaken met de moeder te bespreken. Het is aan de pleegzorgbegeleider om te bepalen of het contact tussen de moeder en de kinderen uitgebreid kan worden. De situatie ziet er goed uit: de kinderen gaan met plezier naar de moeder en school gaat goed. Toch is het nog te vroeg om de kinderen volledig naar de moeder te laten gaan, waardoor de verlenging van de maatregelen noodzakelijk blijft. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de informant (de moeder) </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De moeder stemt in met het verzoek. Het laatste anderhalf jaar slapen de kinderen af en toe thuis, wat goed verloopt, maar er moet niets overhaast worden. Het is van belang de situatie rustig op te bouwen, aangezien er nog twee andere kinderen thuis wonen. Als iedereen in één huis gaat wonen, kan het voor beide kanten erg druk zijn.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria van een ondertoezichtstelling. <footnote-ref linkend="_609e7095-abf3-401f-8c2c-a9b05d2cc983" /> Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] noodzakelijk is in het belang van hun verzorging en opvoeding.<footnote-ref linkend="_d50cefc9-7af1-4b6c-8b74-3322fb43817b" /> De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>
        [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] worden ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. Bij de kinderen is sprake van een belast verleden, met onder meer huiselijk geweld en contactverlies met beide ouders. Het ontbrak aan rust en stabiliteit bij [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] , wat heeft geleid tot hun verblijf bij de tante. Hier gaat het goed met [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] en zij ervaren rust en veiligheid. Soms logeren de kinderen bij de moeder en dit verloopt goed. In de beschikkingen van 22 december 2023 en 7 juni 2024 staat aangegeven dat er gekeken zal worden naar het perspectief van de kinderen. Er is echter besloten dat dit onderzoek niet zal worden gestart, aangezien er voldoende vertrouwen is dat de kinderen uiteindelijk bij de moeder kunnen wonen, maar dit moet op het tempo van de kinderen gebeuren. Wanneer het moment daar is zal de pleegzorgbegeleider het contact met de moeder uitbreiden, zodat dit stap voor stap kan gebeuren. Op die manier kan goed gemonitord worden hoe de kinderen reageren op een uitbreiding van het contact. Het is in het belang van de kinderen dat de plaatsing bij de tante wordt gecontinueerd, aangezien het te vroeg is om de kinderen volledig terug te laten gaan naar de moeder. De kinderrechter zal dan ook de ondertoezichtstelling<footnote-ref linkend="_bb40790d-baa5-48a8-868c-bee2406c57c1" /> en de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van één jaar verlengen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 22 december 2025;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg tot 22 december 2025;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2024 door mr. M.A. van der Laan-Kuijt, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 19 november.</para>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_609e7095-abf3-401f-8c2c-a9b05d2cc983" label="1">
    <para> Artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d50cefc9-7af1-4b6c-8b74-3322fb43817b" label="2">
    <para> Artikel 1:265c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bb40790d-baa5-48a8-868c-bee2406c57c1" label="3">
    <para> Artikel 1:260, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>