<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:13687</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-07T15:04:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/682497 / JE RK 24-1525</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:13687">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:13687</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-07T15:02:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:13687 Rechtbank Rotterdam , 23-08-2024 / C/10/682497 / JE RK 24-1525</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:13687:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek verlengen machtiging tot uithuisplaatsing, artikel 1:265c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:13687:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/682497 / JE RK 24-1525</para>
      <para>Datum uitspraak: 23 augustus 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen: de GI, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 1]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 2]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] , </para>
      <para>advocaat: mr. F. Pool kantoorhoudende te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als informant aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam vader]
        </emphasis>, </para>
      <para>hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats 2] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift van de GI van 8 juli 2024, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 augustus 2024. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de moeder, bijgestaan door mr. J. Brouwer (waarnemend voor mr. F. Pool); </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vader; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon 1] en [persoon 2] . </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar haar mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft geen mening gegeven.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [minderjarige 1] verblijft bij de tante (mz) en [minderjarige 2] verblijft bij de vader. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij beschikking van 8 maart 2024 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 8 maart 2025. Bij die beschikking is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een voorziening voor netwerkpleegzorg verleend tot 8 september 2024. Tevens is bij die beschikking een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] in een voorziening voor netwerkpleegzorg verleend, gevolgd door een plaatsing in een gezinshuis tot 8 september 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een voorziening voor netwerkpleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. Tevens verzoekt de GI een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] in een gezinsgerichte voorziening, gevolgd door een machtiging tot plaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, gevolgd door een machtiging tot plaatsing in een categorie overig, te weten bij vader zonder gezag, voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. [minderjarige 2] verblijft bij de vader en [minderjarige 1] verblijft bij de tante (mz). [minderjarige 1] heeft aangegeven graag bij de vader te willen wonen, wat ook de voorkeur heeft van beide ouders. De GI zal onderzoeken of dit haalbaar is. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de moeder </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Door en namens de moeder wordt verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing met drie maanden. Deze verlenging is nodig om het gezag van de vader over de kinderen te regelen en hun hoofdverblijfplaats bij hem vast te stellen. De moeder geeft er de voorkeur aan dat de kinderen bij de vader wonen. De samenwerking met de vader verloopt goed en er worden afspraken gemaakt die in het belang van de kinderen zijn. De machtiging voor de plaatsing van [minderjarige 2] in een gezinshuis is niet langer nodig, aangezien [minderjarige 2] nu bij de vader woont. [minderjarige 1] heeft aangegeven dat zij ook bij de vader wil wonen. [minderjarige 1] mist [minderjarige 2] en hoopt hem vaker te zien. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De informant </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Vorige week is er samen met [minderjarige 2] een traject gevolgd bij GezinTotaal, wat goed is verlopen. [minderjarige 1] heeft te laat aangegeven dat zij bij de vader wil wonen, waardoor zij niet direct in dit traject kon worden meegenomen. [minderjarige 2] woont sinds kort bij de vader. Volgende week begint school weer en het is afwachten hoe het met [minderjarige 2] zal gaan, aangezien dit in het verleden niet altijd vlekkeloos is verlopen. [minderjarige 2] moet met de taxi naar school, maar dit is nog niet geregeld en de vader kan dit zelf niet regelen omdat de vader nog geen gezag heeft. Totdat dit is geregeld, zal de vader [minderjarige 2] zoveel mogelijk zelf naar school brengen en ophalen. De GI heeft contact opgenomen met de gemeente om dit te regelen, maar dit kan nog even duren. Wat betreft [minderjarige 1] kan ook de stap worden gezet om bij de vader te wonen. [minderjarige 1] is 16-jaar oud, wordt steeds zelfstandiger en heeft niet veel begeleiding meer nodig. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para> De kinderrechter kan een machtiging tot uithuisplaatsing verlengen als dit in het belang is van de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .<footnote-ref linkend="_7ce6c1f6-f8d4-4831-a588-d17a50196115" /> Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat dit het geval. De kinderrechter legt hieronder uit waarom zij tot deze beslissing is gekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>
        [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kennen een belast verleden en hebben veel meegemaakt in hun thuissituatie bij de moeder. Er waren zorgen over de veiligheid van de kinderen, wat heeft geleid tot hun afzonderlijke plaatsing in het netwerk. [minderjarige 1] verblijft momenteel bij de tante (mz). [minderjarige 1] heeft een goede band met de tante en voelt zich thuis. Desondanks heeft [minderjarige 1] de wens om bij de vader en [minderjarige 2] te wonen. [minderjarige 2] is na de afzonderlijke plaatsing eerst overgeplaatst naar een gezinshuis. Onlangs heeft een gezinsopname bij GezinTotaal plaatsgevonden, die positief is verlopen, waardoor [minderjarige 2] nu bij de vader woont. Sinds [minderjarige 2] niet meer bij de moeder woont ervaart hij zichtbaar meer rust. Hoewel de moeder veel om de kinderen geeft, is de moeder vanwege eigen problematiek niet in staat om de benodigde zorg te bieden aan de kinderen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>De kinderrechter wil de ouders complimenteren voor hun communicatie met elkaar. Zij laten hiermee zien dat zij in staat zijn in het belang van de kinderen te handelen. Bovendien is het positief dat de vader heeft meegewerkt aan de gezinsopname en hij open staat voor de hulpverlening van GezinTotaal. Het is van groot belang dat de samenwerking met de hulpverlening wordt voortgezet. In de komende periode dienen er nog belangrijke zaken te worden geregeld zoals het vaststellen van het gezag van de vader over de kinderen en moet door de GI worden bezien of een plaatsing van [minderjarige 1] bij de vader, gelet op haar uitdrukkelijke wens, in haar belang is.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengen, maar voor een kortere duur dan verzocht, namelijk voor de duur van drie maanden en de behandeling van het overige verzochte aanhouden. Als er ruimte is om [minderjarige 1] bij de vader te plaatsen en dit in haar belang is, dient [minderjarige 1] bij de vader te worden geplaatst. De GI wordt verzocht om vóór 15 november 2024 de rechtbank te informeren via een korte briefrapportage over de stand van zaken en daarbij aan te geven of het verzoek wordt gehandhaafd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <para>De kinderrechter zal de beslissing over de machtiging tot uithuisplaatsing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is dat die beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de tante (mz), tot 8 december 2024;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de vader zonder gezag, tot 8 december 2024; <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">en alvorens verder te beslissen: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <para>houdt de verdere behandeling van het verzoek aan tot 1 december 2024 pro forma;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.5.</nr>
      <para>bepaalt dat de GI, de moeder en haar advocaat en de vader op de genoemde pro forma datum niet ter zitting behoeven te verschijnen; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.6.</nr>
      <para>verzoekt de GI uiterlijk vóór 15 november 2024 de door de kinderrechter verzochte rapportage toe te sturen met afschrift aan de moeder en haar advocaat. </para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2024 door mr. K.T.F. Chocolaad-de Bos, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 9 september 2024.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_7ce6c1f6-f8d4-4831-a588-d17a50196115" label="1">
    <para> Artikel 1:265c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>