<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:13286</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-22T10:53:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10892330 CV EXPL 24-1598</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Sdu Nieuws Huurrecht 2025/12</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:13286">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:13286</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-13T11:11:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:13286 Rechtbank Rotterdam , 20-12-2024 / 10892330 CV EXPL 24-1598</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:13286:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing vordering tot ontbinding huurovereenkomst en toewijzing reconventionele vordering om gedaagden weer toegang te verlenen tot de huurwoning. Eindvonnis na tussenvonnis, waarin verhuurster in de gelegenheid was gesteld te bewijzen dat de explosie in de nabijheid van de woning een gerichte aanslag was op de huurders en/of (één van) hun zoons. Verhuurster heeft geen bewijs geleverd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:13286:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 10892330 CV EXPL 24-1598</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 20 december 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Erasmus GP S.à.r.l.,</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd in Luxemburg,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. Erasmus C.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Amsterdam, </para>
      <para>eiseressen in conventie, verweersters in voorwaardelijke reconventie,</para>
      <para>gemachtigden: mr. S. Velthuizen en mr. A. van der Pol, advocaten te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [gedaagde 1],</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [gedaagde 2]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagden in conventie, eisers in voorwaardelijke reconventie,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M. de Kok, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna ‘Erasmus’, ‘[gedaagde 1]’ en ‘[gedaagde 2]’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De verdere procedure</title>
    <para>Het dossier bestaat uit de volgende stukken:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het tussenvonnis van 24 mei 2024 en daaraan ten grondslag liggende processtukken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte uitlaten na tussenvonnis van Erasmus;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de e-mailberichten van mr. Velthuizen van 21 oktober 2024;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het e-mailbericht van de gemachtigde van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van 21 oktober 2024.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling <?linebreak?></title>
    <bridgehead role="italic">Afwijzing vorderingen in conventie en toewijzing vordering in reconventie</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter verwijst allereerst naar de inhoud van het tussenvonnis van </para>
        <para>24 mei 2024, waar de kantonrechter in volhardt. In dat tussenvonnis heeft de kantonrechter Erasmus toegelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden op grond waarvan geconcludeerd moet worden dat de explosie in de nabijheid van de woning aan [adres] op 4 november 2023 een gerichte aanslag was op [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en/of (één van) hun zoons.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>In reactie op het tussenvonnis heeft Erasmus medegedeeld getuigen te willen laten horen, waarna een datum voor het getuigenverhoor is bepaald. Een paar dagen voordat het getuigenverhoor zou plaatsvinden, heeft Erasmus bij het hiervoor bedoelde e-mailbericht van 21 oktober 2024 laten weten af te zien van het getuigenverhoor en dat zij ervan uitgaat dat eindvonnis gewezen kan worden. <?linebreak?></para>
        <para>Erasmus heeft dus geen bewijs geleverd. Zoals aangekondigd in het tussenvonnis, leidt dit ertoe dat de vorderingen van Erasmus worden afgewezen en wordt de  voorwaardelijke reconventionele vordering van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om hen weer toegang te verlenen tot de woning toegewezen. De door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gevorderde dwangsom wordt ook toegewezen, mede omdat Erasmus daar niet inhoudelijk op heeft gereageerd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Voor zover nodig, oordeelt de kantonrechter hier uitdrukkelijk dat de afwijzing van de vordering in conventie ook geldt voor de vordering van Erasmus tot schadevergoeding. Nu in rechte niet is komen vast te staan dat de explosie een gerichte aanslag was op [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en/of (één van) hun zoons, is er geen grondslag om [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op te laten draaien voor de schade die is veroorzaakt door de explosie.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Misbruik van procesrecht?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>In zijn e-mail van 21 oktober 2024 heeft de gemachtigde van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] namens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te kennen gegeven dat zij de indruk hebben dat Erasmus misbruik van procesrecht heeft gemaakt door een pas een paar dagen voor de enquête te laten weten dat zij afziet van het horen van getuigen. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] vinden dat de kantonrechter hieraan een gevolgtrekking moet verbinden. Erasmus heeft op haar beurt betwist dat sprake is van misbruik van procesrecht. Ook heeft haar gemachtigde de bereidheid geuit nader op de inhoud van de e-mail van de gemachtigde van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te reageren.</para>
        <para>Naar het oordeel van de kantonrechter zijn onvoldoende feiten en/of omstandigheden gesteld om ervan uit te gaan dat Erasmus misbruik van procesrecht heeft gemaakt. Dat de mededeling dat afgezien werd van het getuigenverhoor zo laat kwam kan niet zonder meer tot de conclusie leiden dat Erasmus de getuigen alleen heeft aangedragen om de procedure nodeloos te vertragen. Mede omdat de gemachtigde van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in dezelfde e-mail van 21 oktober 2024 heeft verzocht om zo snel mogelijk eindvonnis te wijzen, ziet de kantonrechter geen aanleiding om partijen in de gelegenheid te stellen zich verder uit te laten over dit punt. </para>
        <para>De kantonrechter verbindt dus geen gevolgen aan het vermoeden van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] dat sprake is van misbruik van procesrecht door Erasmus, nog daargelaten dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in hun reactie niet concreet hebben gesteld welke gevolgtrekking de kantonrechter zou moeten verbinden aan hun conclusie dat sprake is van misbruik van procesrecht aan de kant van Erasmus.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Erasmus moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>De proceskosten in conventie en in reconventie komen voor rekening van Erasmus, omdat zij zowel in conventie als in reconventie ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). </para>
        <para>De kantonrechter begroot de kosten die Erasmus aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] moet betalen op </para>
        <para>€ 847,50 aan salaris voor de gemachtigde (2,5 punten x € 339,00) en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 982,50. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] dat eisen en Erasmus daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt Erasmus om binnen drie dagen na de betekening van dit vonnis [gedaagde 1] en [gedaagde 2] toegang te verlenen tot de woning aan [adres], onder afgifte aan hen van de sleutels van de woning, op straffe van een door Erasmus te verbeuren dwangsom van € 500,00 per dag voor iedere dag dat Erasmus daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 50.000,00;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt Erasmus in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden begroot op € 982,50;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>757</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>