<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:1328</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-29T14:24:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/672952 / KG ZA 24-89</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:1328">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:1328</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-29T14:20:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:1328 Rechtbank Rotterdam , 19-02-2024 / C/10/672952 / KG ZA 24-89</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:1328:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding - straat- en/of contactverbod (huisverbod) - verstek - toewijzing - belang en spoedeisendheid huisverbod voldoende onderbouwd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:1328:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<para>
<inlinemediaobject>
<imageobject>
<imagedata align="center" depth="2" fileref="e4da52a8-14b1-4ebc-9b4e-98b8326929c8" format="image/png" scale="100" width="13" />
</imageobject>
</inlinemediaobject>
<inlinemediaobject>
<imageobject>
<imagedata align="center" depth="2" fileref="58b8f4c4-f14a-4652-ae79-3aef7774c4a9" format="image/png" scale="100" width="523" />
</imageobject>
</inlinemediaobject>
vonnis
</para>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
Team handel en haven
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer / rolnummer: C/10/672952 / KG ZA 24-89
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Vonnis in kort geding van 19 februari 2024
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[eiseres01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
wonende te Spijkenisse,
</para>
<para>
eiseres,
</para>
<para>
advocaat mr. W.J.G. Schröder te Rotterdam,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tegen
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
wonende te Spijkenisse,
</para>
<para>
gedaagde,
</para>
<para>
niet verschenen.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Partijen worden hierna de vrouw en de man genoemd.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
Het verloop van de procedure blijkt uit:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de dagvaarding van 1 februari 2024, met twee producties;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de beschikking van 31 januari 2024 van de burgemeester van de gemeente Nissewaard;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de mondelinge behandeling van de zaak op 9 februari 2024.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
<para />
</paragroup>
</section>
<section>
<title>
<nr>
2
</nr>
De feiten
</title>
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
Partijen zijn samen huurders van de woning aan de [adres01] te ( [postcode01] ) [plaats01] (hierna: de woning).
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<para>
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad, maar die is geëindigd. Zij wonen allebei nog in de woning, samen met hun minderjarige zoon.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
De burgemeester van de gemeente Nissewaard heeft op 31 januari 2024 een tijdelijk huisverbod aan de man opgelegd voor de duur van tien dagen. In de beschikking van de burgemeester staat (onder meer) het volgende:
</para>
<para />
<parablock>
<para>
“Belangrijkste signalen (feiten en omstandigheden) die hebben geleid tot een huisverbod:
</para>
</parablock>
<para />
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
melding huiselijk geweld (mevrouw geeft aan meerdere keren met de vuist op benen, armen en bovenlichaam te zijn geslagen);
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
waarneming van politiealarmcentrale dat een vrouwenstem zegt “Laat mij los!
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para>
(…)
</para>
<para>
- eerdere meldingen van huiselijk geweld bij de politie;
</para>
<para>
(….)
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
een eerder opgelegd huisverbod (12 september 2023) kennelijk niet tot het stoppen van geweld heeft geleid;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de aanwezigheid van een kind, zoon 10 jaar (…);”
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
<para />
</paragroup>
</section>
<section>
<title>
<nr>
3
</nr>
De vordering
</title>
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
De vrouw vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
</para>
<para />
<orderedlist numeration="loweralpha">
<listitem>
<para>
de man te veroordelen om de woning aan de [adres01] te ( [postcode01] ) [plaats01] metterwoon te verlaten;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de man te verbieden om de woning aan de [adres01] te ( [postcode01] ) [plaats01] nog te betreden, tenzij met uitdrukkelijke toestemming van de vrouw.
</para>
</listitem>
</orderedlist>
<para />
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
4
</nr>
De beoordeling
</title>
<bridgehead role="italic">
De man is niet verschenen
</bridgehead>
<para />
<paragroup>
<nr>
4.1.
</nr>
<para>
De man is niet op de zitting verschenen. De advocaat van de vrouw heeft toegelicht dat hij de dag voor de zitting telefonisch contact heeft gehad met de man. De man heeft hem medegedeeld dat hij ziek is en niet op de zitting kan verschijnen. De man heeft ook medegedeeld dat hij graag wil worden gehoord en dat hij wil dat de zaak wordt aangehouden.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.2.
</nr>
<para>
De voorzieningenrechter constateert dat van de man geen aanhoudingsverzoek of enig ander bericht is ontvangen en overweegt dat het aan de man zelf is om een aanhoudingsverzoek te doen om zijn wens om te worden gehoord kenbaar te maken. Nu de dagvaarding op de juiste wijze aan de man is betekend, wordt verstek tegen de man verleend.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
De vorderingen van de vrouw
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.3.
</nr>
<parablock>
<para>
De vrouw vindt het niet langer reëel om na de relatiebreuk met de man in dezelfde woning te wonen. De vrouw heeft toegelicht dat zij de man heeft gevraagd om de gezamenlijke woning te verlaten en haar het huurrecht van de woning te gunnen, maar dat de man daar niets voor voelt en dat hij de woning niet wil opgeven. De vrouw heeft op 29 januari 2024 een dagvaarding voor een bodemzaak aan de man uitgebracht. Daarin vordert zij dat de kantonrechter (kort gezegd) bepaalt dat de man de huur van de woning niet zal voortzetten en dat de man de woning moet verlaten. Hierna is volgens de vrouw de situatie in de woning op 30 januari 2024 geëscaleerd. De burgemeester heeft vervolgens op 31 januari 2024 een tijdelijk huisverbod van tien dagen aan de man opgelegd. De advocaat van de vrouw heeft tijdens de zitting medegedeeld dat het tijdelijke huisverbod is verlengd met achttien dagen.
</para>
<para>
Het belang bij en de spoedeisendheid van de gevorderde voorzieningen in afwachting van de beslissing van de kantonrechter in de bodemprocedure zijn met de hiervoor gegeven toelichting voldoende onderbouwd. De voorzieningenrechter wijst het gevorderde toe op de wijze als vermeld in de beslissing.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Proceskosten
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.4.
</nr>
<para>
Omdat partijen ex-partners zijn, worden de proceskosten gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt.
</para>
<para />
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
5
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De voorzieningenrechter
</para>
<para />
<paragroup>
<nr>
5.1.
</nr>
<para>
verleent verstek tegen de niet verschenen man;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
5.2.
</nr>
<para>
veroordeelt de man om de woning aan de [adres01] te ( [postcode01] ) [plaats01] metterwoon te verlaten;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
5.3.
</nr>
<para>
verbiedt de man om de woning aan de [adres01] te ( [postcode01] ) [plaats01] nog te betreden, tenzij met uitdrukkelijke toestemming van de vrouw;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
5.4.
</nr>
<para>
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
5.5.
</nr>
<para>
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2024.
<?linebreak?>
</para>
<para>
3266/2009
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>