<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:13272</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-07T12:51:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/688893 / JE RK 24-2417</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:13272">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:13272</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-07T12:50:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:13272 Rechtbank Rotterdam , 14-11-2024 / C/10/688893 / JE RK 24-2417</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:13272:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De MUHP accommodatie wordt verleend’. In afwachting van het medisch en politieonderzoek is het van belang dat de minderjarige de benodigde zorg krijgt en in een gezinshuis wordt geplaatst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:13272:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/688893 / JE RK 24-2417</para>
      <para>Datum uitspraak: 14 november 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht</emphasis>, </para>
      <para>hierna te noemen: de Raad, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat: mr. F. Pool, kantoorhoudende te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als informant aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 2]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] .	</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:</para>
        <para>- de tussenbeschikking van 7 november 2024 van deze rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende stukken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 november 2024. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de moeder bijgestaan door haar advocaat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vader;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 3] ;</para>
      <para>- twee vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI, [naam 4] en [naam 5] . </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De moeder heeft het ouderlijk gezag over [minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [minderjarige] verblijft in het Wilhelmina Kinderziekenhuis te Utrecht. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 7 november 2024 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 7 februari 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 7 november 2024 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 7 december 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het aangehouden verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De Raad verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Bij beschikking van 7 november 2024 is reeds beslist op de periode van vier weken, met aanhouding van het overig verzochte. Er dient nu nog te worden beslist over de resterende periode, te weten tot 7 februari 2025. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De Raad heeft ter zitting het verzoek gewijzigd in die zin dat wordt verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder (een gezinshuis) voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De Raad handhaaft het gewijzigde verzoek en licht het als volgt toe. Er bestaan ernstige zorgen over de fysieke en mentale toestand van [minderjarige] . [minderjarige] heeft zodanig ernstig hersenletsel opgelopen dat zij waarschijnlijk nooit meer zelfstandig kan functioneren. Het is niet duidelijk wat er is gebeurd, maar het is het vermoeden dat het gaat om toegebracht letsel. Het politie onderzoek, wat op korte termijn van start gaat, zal meer duidelijkheid geven. Eerder is naar aanleiding van een ruzie tussen de ouders, een Veilig Thuis melding gedaan. De komende periode is het van belang dat er duidelijkheid komt over de oorzaak van het letsel, de zorgen in kaart worden gebracht en [minderjarige] intensieve hulpverlening krijgt. Daarnaast dient het netwerk van de ouders te worden onderzocht. [minderjarige] kan bij een gezinshuis terecht waar zij specialistische intensieve zorg kan krijgen door begeleiders met een verpleegkundige achtergrond. De Raad acht het verblijf van [minderjarige] in het gezinshuis noodzakelijk en in het belang van [minderjarige] en verzoekt daarom een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De GI schaart zich achter het verzoek van de Raad. De GI heeft een geschikte woonplek voor [minderjarige] gevonden. Het gezinshuis heeft begeleiders met een verpleegkundige achtergrond die zijn ingesteld op de zorgbehoeftes van [minderjarige] . [minderjarige] kan voor tenminste een jaar terecht in het gezinshuis. Als een langer verblijf noodzakelijk is, kan [minderjarige] eventueel terecht bij de familie van een begeleider. De GI zal onderzoek doen of op termijn een  babyhuis geschikt kan zijn als woonplek voor de moeder en [minderjarige] .  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Door en namens de moeder wordt verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. </para>
        <para>Ondanks het zware hersenletsel van [minderjarige] , houdt de moeder hoop dat de gezondheid van [minderjarige] verbetert. Het ziekenhuis wilde [minderjarige] van de beademing afhalen. De ouders hebben echter een second opinion gevraagd waarna de medicatie is verlaagd en [minderjarige] weer zelfstandig is gaan ademen. De moeder was niet aanwezig tijdens het incident en is na de aankomst van de ambulance thuis gearriveerd. Het politie onderzoek moet daarom bij de vader plaatsvinden. Het frustreert de moeder dat het politie onderzoek nog niet is gestart en zij geen contact heeft met [minderjarige] . De ouders wonen niet samen en zijn bereid met alle hulpverlening en veiligheidsmaatregelen mee te werken. De moeder heeft veel verdriet en wil graag dat [minderjarige] gedurende het politie onderzoek in een babyhuis wordt geplaatst zodat de hechtingsrelatie tussen de moeder en [minderjarige] niet wordt beschadigd en het contact wordt onderhouden. Er wordt dan ook verzocht om het restant van het verzoek af te wijzen of aan te houden zodat het verblijf van [minderjarige] in een babyhuis kan worden gerealiseerd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De informatie </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De vader heeft veel verdriet en weet niet hoe [minderjarige] het ernstige letsel heeft kunnen oplopen. De ouders hebben er alles aan gedaan om [minderjarige] tijdens haar verblijf in het ziekenhuis in leven te houden. De vader hoopt dat het politieonderzoek zo snel mogelijk van start gaat zodat [minderjarige] daarna weer bij de ouders kan wonen.   </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Uit de overlegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Ze heeft zeer ernstig (waarschijnlijk blijvend) hersenletsel opgelopen. Er is geen medische verklaring voor het letsel en daarom is volgens de artsen naar alle waarschijnlijkheid sprake van toegebracht letsel. Het is onduidelijk wat er is gebeurd en de ouders ontkennen dat zij [minderjarige] letsel hebben toegebracht. Het strafrechtelijk onderzoek zal hier meer duidelijkheid over moeten geven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>De komende maanden is het van belang dat de zorgen in kaart worden gebracht en de gebeurtenissen, middels het raadsonderzoek en het politieonderzoek worden onderzocht. Het is belangrijk dat de ouders open zijn en zoveel mogelijk informatie verschaffen. Zolang hier geen duidelijkheid over bestaat, staat de veiligheid van [minderjarige] voorop en kan zij niet thuis wonen. Afhankelijk van de uitkomst kan bezien worden of een plaatsing van [minderjarige] in een babyhuis of netwerkpleeggezin eventueel mogelijk is. De komende periode is van belang dat [minderjarige] intensieve hulpverlening krijgt en bij het gezinshuis wordt geplaatst. De kinderrechter acht de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing dan ook noodzakelijk en in het belang van [minderjarige] . </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 7 februari 2025;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2024 door mr. M.A. van der Laan-Kuijt, kinderrechter, in aanwezigheid van R.J.S. Mulder als griffier, en op schrift gesteld op 5 december 2024.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.</para>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>