<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:13237</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-08T13:00:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/687547 / JE RK 24-2214</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:13237">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:13237</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-08T12:58:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:13237 Rechtbank Rotterdam , 12-11-2024 / C/10/687547 / JE RK 24-2214</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:13237:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:13237:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/687547 / JE RK 24-2214</para>
      <para>Datum uitspraak: 12 november 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen: de GI, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 2]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 3]
        </emphasis>, </para>
      <para>hierna te noemen: de stiefvader, wonende in [woonplaats 1] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 15 oktober 2024, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>extra bijlagen van de GI, inhoudende een gezinsplan, twee documenten van Coach Point, een verslag omgangsmoment en verslag jeugdbeschermer, binnengekomen bij de rechtbank 4 november 2024; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief met bijlagen van de moeder van 5 november 2024; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van de stiefvader van 6 november 2024.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 november 2024. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de moeder;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vader;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de stiefvader;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>- een vertegenwoordiger van de GI, [naam 4] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [minderjarige] woont bij de moeder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij beschikking van 10 oktober 2023 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 25 november 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de GI</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. [minderjarige] zit klem tussen de ouders. De omgang met de vader en de overdrachtsmomenten verlopen moeizaam. Gelet op hoe het nu loopt is, volgende de GI, het risico aanwezig dat [minderjarige] en de vader het contact met elkaar verliezen. Door de moeder is aangegeven dat [minderjarige] niet naar de vader wil. De hulpverlening ziet echter dat het contact tussen de vader en [minderjarige] , op de overdachtsmomenten die hebben gevonden, goed verloopt en constateert dat zij dan bij de vader ander gedrag van [minderjarige] zien dan dat de moeder beschrijft. Het is van belang dat de omgang tussen [minderjarige] en de vader op een betere manier wordt vormgegeven. Coach-Point is betrokken bij de overdrachtsmomenten en de omgang. Daarnaast ontvangt [minderjarige] hulpverlening vanuit Yulius. Het is de bedoeling dat de komende maanden de hulpverlening zal worden overgezet naar het vrijwillig kader, waarbij het van belang is de regie te voeren. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het standpunt van de moeder</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de moeder wordt verweer gevoerd tegen het verzoek. Er is geen vertrouwen meer in de GI en de jeugdbeschermer. Het is teleurstellend dat de jeugdbeschermer de afgelopen twee jaar onvoldoende betrokken is geweest en de situatie is onvoldoende verbeterd. De moeder had meer hulp en evaluatie vanuit de GI verwacht. De toelichting bij het verzoek van de GI is niet gebaseerd op recente gebeurtenissen en bevat onterechte aannames. Daarnaast is het onduidelijk wat de GI de aankomende zes maanden gaat veranderen. De begeleiding vanuit Coach-Point is positief. De wens van de moeder is om in het vrijwillig kader verder te gaan met Coach-Point, nu zij [minderjarige] en de ouders ook beter kennen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Het standpunt van de vader</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de vader wordt ter zitting ingestemd met het verzoek. [minderjarige] zit klem en zij kan geen onbelast contact hebben met beide ouders. De omgang verloopt niet naar behoren; [minderjarige] gaat al twee maanden niet naar de vader en de vader vreest dat de omgang helemaal niet zal plaatsvinden als de hulpverlening wordt overgezet naar het vrijwillig kader. Het vertonen van weerstand door [minderjarige] is, volgens de vader, geen reden om de omgang met hem niet door te laten gaan. Om die reden heeft de vader (tijdelijk) de begeleiding van Coach-Point stopgezet. Het is van belang dat er gewerkt wordt aan de signalen die [minderjarige] van de moeder ontvangt tijdens het contact met de vader. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Het standpunt van de stiefvader</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de stiefvader wordt ter zitting het volgende naar voren gebracht. De begeleider van Coach-Point heeft duidelijk aangegeven dat [minderjarige] tijdens de overdrachtsmomenten veel weerstand vertoond. Het is van belang om stappen te ondernemen en om naar de wens van [minderjarige] te luisteren. Jeugdbescherming heeft zich de afgelopen twee jaar onvoldoende ingezet en het is onduidelijk wat de vervolgstappen zullen zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter overweegt daartoe het volgende. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>
        [minderjarige] zit nog altijd klem tussen de ouders en er is sprake van een loyaliteitsconflict. Afgelopen jaar is de omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige] stopgezet, nadat [minderjarige] zich negatief uitliet over de thuissituatie bij de vader. Na overleg met beide ouders is de omgang met de vader opnieuw opgebouwd, maar tot op heden verloopt dit erg moeizaam. Door de moeder is aangegeven dat [minderjarige] niet naar de vader toe wil en tijdens de overdrachtsmomenten vertoont [minderjarige] veel weerstand. Door hulpverlening en de vader wordt echter gezien dat op de omgangmomenten die hebben plaatsgevonden, de omgang tussen [minderjarige] en de vader wel positief verloopt. Ondanks hulpverlening en begeleiding van Coach-Point stagneert de omgang op dit moment opnieuw. De kinderrechter is van oordeel dat de betrokkenheid van een jeugdbeschermer noodzakelijk blijft. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de verzochte duur van zes maanden (artikel 1:260, eerste lid, BW). Het is van belang dat [minderjarige] onbelast contact kan hebben met beide ouders, waarbij het belang van [minderjarige] voorop staat. Er dient hierbij ook aandacht te zijn voor de kindeigen-problematiek van [minderjarige] speelt. Hier ligt een rol voor de jeugdbeschermer. Daarnaast is de samenwerking tussen de ouders en de GI een aandachtspunt. De ouders hebben ter zitting aangegeven dat zij behoefte hebben aan duidelijkheid, een concreet plan en heldere afspraken. Het is daarbij belangrijk dat de jeugdbeschermer meer de regie neemt in het proces. Het is van belang dat er wordt gekeken of Coach-Point verder kan gaan met de huidige situatie, of dat er aanvullende hulpverlening nodig is. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1.</nr>
      <para>verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 25 mei 2025;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2024 door J.S. van den Berge, kinderrechter, in aanwezigheid van M.Y.R. Veldkamp als griffier, en op schrift gesteld op 2 december 2024.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.</para>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>