<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:12768</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-17T13:53:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/035479-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:12768">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:12768</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-17T13:52:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:12768 Rechtbank Rotterdam , 04-12-2024 / 10/035479-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:12768:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak van het medeplegen van afpersing, het medeplegen van een gekwalificeerde diefstal en het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:12768:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 3</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/035479-24</para>
      <para>Datum uitspraak: 4 december 2024</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres] , [postcode] te [woonplaats] ,</para>
      <para>ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de </para>
      <para>Penitentiaire Inrichting [naam PI] , locatie [detentielocatie] .</para>
      <para>Raadsman mr. G.A.J. Purperhart, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 20 november 2024.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. N.J. Jacobs heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.1.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
          </para>
          <para>De ten laste gelegde feiten kunnen wettig en overtuigend worden bewezen. De verklaring van de aangever wordt namelijk op meerdere punten ondersteund door objectief bewijsmateriaal, te weten de historische verkeersgegevens van de telefoonnummers van de aangever, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , het aantreffen van het op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de auto van [medeverdachte 2] en de camerabeelden van het hotel en de juwelier. Verder volgt uit de financiële transacties van de rekening van de aangever dat er meerdere grote geldbedragen zijn overgemaakt naar [medeverdachte 1] , de vriendin van [medeverdachte 2] en de verdachte. De verklaring van de verdachte dat de aangever wel vaker geld naar hem zou overboeken ‘om hiervan gezamenlijk drugs te kopen’, is niet aannemelijk. Onderzoek naar de banktransacties heeft immers uitgewezen dat de verdachte vooral kleine bedragen van de aangever heeft ontvangen, in ieder geval geen enkele keer een groter bedrag dan € 250,-. Bovendien is het tijdstip waarop de overschrijving naar de verdachte heeft plaatsgevonden opvallend. Dit was namelijk gelijktijdig met de overboekingen naar de rekeningen van [medeverdachte 1] en de vriendin van [medeverdachte 2] en bovendien op het moment dat de aangever werd vastgehouden in het hotel en nadat het spaarslot van zijn rekening was opgeheven.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
          </para>
          <para>De aangever heeft uitvoerig verklaard over de ten laste gelegde gebeurtenissen. Zo heeft hij verklaard dat hij op 22 januari 2024 in een zwarte Peugeot met de verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] vanuit Rotterdam naar Antwerpen is gereden. Op de terugweg naar Rotterdam zijn zij op een afgelegen plek gestopt en toen werd er een vuurwapen getoond aan de aangever en werd hij gedwongen tot afgifte van goederen, waaronder zijn telefoon(gegevens), paspoort en bankpas. Vervolgens is hij een periode van zijn vrijheid beroofd geweest in een hotel en zijn er meerdere geldbedragen van zijn rekening overgeschreven naar de bankrekeningen van de verdachte, [medeverdachte 1] en de vriendin van [medeverdachte 2] . </para>
          <para>De verdachte heeft zich aanvankelijk beroepen op zijn zwijgrecht, maar later bij een politieverhoor en tijdens de terechtzitting aangegeven dat hij niet aanwezig is geweest in de auto en ook niet in het hotel. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank stelt voorop dat er voorzichtig met de verklaring van de aangever om moet worden gegaan. Uit het dossier blijkt immers dat hij ten tijde van de verweten gedragingen en vermoedelijk ook ten tijde van de politieverhoren onder invloed was van verdovende middelen. Weliswaar wordt de verklaring van de aangever ondersteund door objectief bewijsmateriaal, maar dat bewijsmateriaal ziet telkens uitsluitend op (de aanwezigheid van) de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . De historische verkeersgegevens van het telefoonnummer van [medeverdachte 1] , het aangetroffen ‘vuurwapen’ in de auto van [medeverdachte 2] en de camerabeelden van het hotel zeggen immers niets over de rol die de verdachte in dit alles heeft gespeeld en uit de camerabeelden van de juwelier blijkt juist dat de verdachte daar niet bij aanwezig was. Dit alles maakt dat de rechtbank bij de beoordeling van de betrokkenheid van deze verdachte niet zonder meer uit durft te gaan van de verklaring van de aangever. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Zelfs als de rechtbank wel van de juistheid van de verklaring van de aangever uit zou gaan, bevat het dossier onvoldoende bewijs om te kunnen vaststellen dat de verdachte een zodanige rol had in de ten laste gelegde feiten dat hij als medepleger kan worden aangemerkt. De aangever verklaart namelijk slechts dat de verdachte erbij was en hem aankeek toen hij werd gedwongen om goederen af te geven. Dit is op zichzelf te weinig om van medeplegen van afpersingshandelingen te kunnen spreken. Evenmin is gebleken van een vooropgezet plan tussen de verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en dat de verdachte aanwezig is geweest in het hotel waar de aangever van zijn vrijheid zou zijn beroofd. Op de camerabeelden van het hotel zijn weliswaar vier personen te zien en staat vast dat de aangever daar was met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , maar de vierde persoon heeft de politie niet kunnen herkennen als de verdachte omdat deze persoon onvoldoende duidelijk en niet identificerend in beeld is gekomen. Dat er in de ten laste gelegde periode van de rekening van de aangever geldbedragen van € 250,- en € 5.000,- zijn overgeschreven naar de rekening van de verdachte roept weliswaar vragen op, maar bewijst al evenmin dat het verdachte zelf is geweest die de aangever heeft afgeperst, geldbedragen heeft overgeboekt of de aangever van zijn vrijheid heeft beroofd.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>Het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Vordering benadeelde partij</title>
    <para>
      [benadeelde] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 43.800,- aan materiële schade en een vergoeding van € 4.500,- aan immateriële schade. Daarnaast wordt gevorderd het toe te wijzen bedrag te vermeerderen met € 100.000,-, omdat het waarschijnlijk is dat een verhoging van de vordering zal plaatsvinden wanneer hoger beroep wordt ingesteld. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij zal in zijn vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van de feiten ter zake waarvan schadevergoeding wordt gevorderd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal hij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Bijlage</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in zijn vordering;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H.I. Kernkamp-Maathuis, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. A.M.H. Geerars en J.C. de Vries, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. V.D. Beenakker, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste rechter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij</para>
      <para>op of omstreeks 22 januari 2024 in Nederland of België, tezamen en in vereniging,</para>
      <para>met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door</para>
      <para>bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van</para>
      <para>goederen, te weten een paspoort, telefoon en (bank)passen, toebehorende aan die</para>
      <para>
        [slachtoffer] , en die [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ter beschikking stellen</para>
      <para>van gegevens, te weten de pincode van zijn bankpas alsmede inlog- en</para>
      <para>toegangscodes en gegevens van de bankapp, de bankrekening en een telefoon,</para>
      <para>welke bedreiging met geweld bestond uit het</para>
    </parablock>
    <para>- voorhouden van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [slachtoffer]</para>
    <para> en</para>
    <para>- aan die [slachtoffer] dreigend de woorden toevoegen: "Geef je telefoon en</para>
    <para>paspoort!" en "Geef je pasjes!";</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij</para>
      <para>op een of meer tijdstippen in de periode van 22 januari 2024 tot en met 24 januari</para>
      <para>2024 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam en/of te Rotterdam, tezamen en</para>
      <para>in vereniging met een of meer anderen, geldbedragen, die geheel aan [slachtoffer]</para>
      <para> , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader(s)</para>
      <para>toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe</para>
      <para>te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich meermalen telkens die</para>
      <para>weg te nemen geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van</para>
      <para>het gebruik van een valse sleutel, te weten een bankapp van de bankrekening en de</para>
      <para>toegangscode van de telefoon van die [slachtoffer] , tot welk gebruik verdachte en</para>
      <para>zijn mededader(s) niet gerechtigd waren;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>hij</para>
      <para>in de periode van 22 januari 2024 tot en met 24 januari 2024 te Hoogvliet Rotterdam,</para>
      <para>gemeente Rotterdam en/of Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen,</para>
      <para>opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of</para>
      <para>beroofd gehouden, door</para>
    </parablock>
    <para>- zich op te dringen aan die [slachtoffer] en</para>
    <para>- aan die [slachtoffer] dreigend een op een vuurwapen gelijkend voorwerp</para>
    <para>voor te houden en</para>
    <para>- een intimiderende houding jegens hem aan te nemen en</para>
    <para>- die [slachtoffer] te gebieden/dwingen om in één of meer auto’s met</para>
    <parablock>
      <para>verdachte en/of zijn mededader(s) mee te rijden naar verschillende</para>
      <para>locaties en</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer] mee te nemen naar een hotel in Rotterdam en/of hem</para>
    <para>daarbij te dwingen om aldaar te verblijven/overnachten.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>