<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:12363</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-21T15:12:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROT 24/7464</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:12363">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:12363</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-10T12:41:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:12363 Rechtbank Rotterdam , 11-12-2024 / ROT 24/7464</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:12363:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Aanvragen op grond van de subsidieregeling STAP-budget; misbruik van recht</para>
        <para>Per zaak moet worden beoordeeld of misbruik van recht is gemaakt. Eerdere procedures en de handelwijze van betrokkenen mogen worden betrokken bij het oordeel of in een specifieke zaak misbruik van recht is gemaakt. Indien de rechter eenmaal heeft geoordeeld dat een betrokkene misbruik maakt van recht kan in volgende procedures van die betrokkene worden aangenomen dat wederom sprake is van misbruik, tenzij er aanknopingspunten zijn voor het tegendeel. De rechtbank komt in de zaak ECLI:NL:RBROT:2024:12328 tot misbruik van recht door de gemachtigde van eiser. Eiser heeft tientallen aanvragen voor een STAP-budget gedaan. Niet aannemelijk is geworden dat de handelwijze er niet op gericht is geld te verdienen met het voeren van procedures. Het is eiser niet te doen om de inhoud van de besluitvorming. Er zijn geen aanknopingspunten voor het tegendeel dat er sprake is van misbruik van recht.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:12363:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ROT 24/7464 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de meervoudige kamer van 11 december 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , uit [woonplaats] , eiser,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: A.G.P. Heijstek),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze UWV STAP, </emphasis>verweerder, (gemachtigden: mr. R. Spanjer en mr. E. Huls).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen het afwijzen van een dwangsom vanwege het niet tijdig nemen van een besluit.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Met het besluit van 30 mei 2023 heeft verweerder eisers verzoek om een dwangsom vanwege het niet tijdig beslissen afgewezen. Eiser is hiertegen in bezwaar gegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Eiser heeft bij de rechtbank beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar ingesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 14 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van partijen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De Subsidieregeling STAP-budget (STAP-regeling) voorziet in de mogelijkheid voor werkenden en werkzoekenden, die een band hebben met de Nederlandse arbeidsmarkt, één keer per jaar een budget van € 1.000,– aan te vragen voor scholing en ontwikkeling om hun positie op de arbeidsmarkt te verbeteren. Deze subsidie kan worden gebruikt voor een training, cursus of opleiding bij een opleider die in een scholingsregister is vermeld. De aanvraag om subsidie vindt plaats via een elektronisch formulier.<footnote-ref linkend="_0c3446d9-f4cd-49f1-a17c-d8c14dcbd032" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Eiser heeft op 23 maart 2023 op grond van de STAP-regeling 25 aanvragen bij verweerder ingediend. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Eiser heeft verweerder in gebreke gesteld vanwege het uitblijven van beslissingen op zijn aanvragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Met het besluit van 30 mei 2023 heeft verweerder beslist geen bestuurlijke dwangsommen aan eiser toe te kennen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Eiser heeft tegen het besluit van 30 mei 2023 op 6 juli 2023 bezwaar gemaakt en verweerder op 24 augustus 2023 in gebreke gesteld vanwege het uitblijven van een beslissing op bezwaar. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Misbruik van recht</emphasis>
        </para>
        <para>3.	Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser niet-ontvankelijk is in zijn beroep vanwege misbruik van recht. De rechtbank beoordeelt dan ook eerst of er sprake is van misbruik van recht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling)<footnote-ref linkend="_fa010299-edfc-4200-8110-41528cb8a8d0" /> kan op grond van artikel 3:13 in samenhang met artikel 3:15 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de bevoegdheid om bij de bestuursrechter beroep in te stellen niet worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze artikelen verzetten zich tegen inhoudelijke behandeling van een bij de bestuursrechter ingesteld beroep dat misbruik van recht behelst en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring van een zodanig beroep. Daartoe zijn zwaarwichtige gronden vereist, die onder meer aanwezig zijn als rechten of bevoegdheden zodanig evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft onder meer met de uitspraken van 19 juni 2024<footnote-ref linkend="_5486fb4a-272e-42ec-9b81-6d88ee4994aa" /> en 8 november 2024<footnote-ref linkend="_1c02bf5f-4c9e-45be-82f0-a8874309a05c" /> geoordeeld dat de gemachtigde van eiser misbruik heeft gemaakt van de bevoegdheid een rechtsmiddel in te dienen. In die uitspraken heeft de rechtbank onder meer overwogen dat eisers gemachtigde veel procedures voert enkel gericht op het verkrijgen van een dwangsom en dat in veel zaken van deze gemachtigde sprake lijkt van een patroon dat erop is gericht om geld te verdienen met het voeren van procedures, zonder dat het eisers gemachtigde per se te doen is om de inhoud van de besluitvorming. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De rechtbank komt vandaag ook in andere zaken die over de STAP-regeling gaan tot het oordeel dat de gemachtigde van eiser misbruik van recht maakt.<footnote-ref linkend="_b52d2dd7-49be-4bb6-952a-6a634da52df8" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Per zaak moet worden beoordeeld of misbruik van recht is gemaakt. Eerdere procedures en de handelwijze van betrokkenen mogen worden betrokken bij het oordeel of in een specifieke zaak misbruik van recht is gemaakt. Indien de rechter eenmaal heeft geoordeeld dat een betrokkene misbruik maakt van recht kan in volgende procedures van die betrokkene worden aangenomen dat wederom sprake is van misbruik, tenzij er aanknopingspunten zijn voor het tegendeel.<footnote-ref linkend="_29e69c8a-89aa-42ef-b0ac-70823746a988" /></para>
      <para />
      <para>5. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser desgevraagd geen inzicht gegeven in wat voor werk eiser doet en welke opleiding eiser zou willen volgen om zijn positie op de arbeidsmarkt te verbeteren met een budget op grond van de STAP-regeling. Ook verder blijkt uit niets dat eiser zich voor een of meerdere opleidingen waarvoor hij STAP-budget heeft aangevraagd bij een opleider heeft aangemeld of dat hij deze opleiding(en) heeft gevolgd en betaald. De gemachtigde van eiser heeft hiermee niet aannemelijk kunnen maken dat zijn handelwijze er niet op gericht is geld te verdienen met het voeren van procedures zonder dat het hem en eiser te doen is om de inhoud van de besluitvorming. De rechtbank acht daarbij ook van belang dat alle aanvragen van eiser inhoudelijk vrijwel gelijkluidend en alle verregaand incompleet waren en eisers gemachtigde doelbewust het werkproces van verweerder frustreert door de aanvragen van eiser naar antwoordnummers te sturen die daarvoor niet aangewezen zijn. </para>
      <para>De handelwijze van de gemachtigde moet aan eiser worden toegerekend, aangezien gemachtigde de betrokken handelingen namens eiser heeft verricht en eiser hem daartoe heeft gemachtigd.</para>
      <para />
      <para>6. Gelet op het voorgaande zijn er naar het oordeel van de rechtbank geen aanknopingspunten voor het tegendeel dat er sprake is van misbruik van recht. Ook in andere uitspraken van vandaag is de rechtbank tot dit oordeel gekomen.<footnote-ref linkend="_222cab02-aaff-4e7f-8ee4-d601b2bdd181" /></para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>7. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep. </para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Boonstra, voorzitter, en mr. D. Haan en </para>
      <para>mr. S.E.C. Debets, leden, in aanwezigheid van mr. M. Damen, griffier. </para>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 december 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzitter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_0c3446d9-f4cd-49f1-a17c-d8c14dcbd032" label="1">
    <para> Artikelen 3, 7 en 8 van de STAP-regeling. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_fa010299-edfc-4200-8110-41528cb8a8d0" label="2">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 27 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4256.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5486fb4a-272e-42ec-9b81-6d88ee4994aa" label="3">
    <para>ECLI:NL:RBROT:2024:6107.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1c02bf5f-4c9e-45be-82f0-a8874309a05c" label="4">
    <para> ECLI:NL:RBROT:2024:11631 en ECLI:NL:RBROT:2024:11548.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b52d2dd7-49be-4bb6-952a-6a634da52df8" label="5">
    <para> ECLI:NL:RBROT:2024:12328.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_29e69c8a-89aa-42ef-b0ac-70823746a988" label="6">
    <para> Vergelijk bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 16 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3830 en de Centrale Raad van Beroep van 12 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:880.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_222cab02-aaff-4e7f-8ee4-d601b2bdd181" label="7">
    <para> ROT 23/6652, 23/6653, 23/6654, 23/6656 en 24/7989. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>