<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:12306</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-02-13T07:25:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11243917 VZ VERZ 24-7267</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2024-1584</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2024-1584</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:12306">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:12306</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-16T15:24:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:12306 Rechtbank Rotterdam , 19-11-2024 / 11243917 VZ VERZ 24-7267</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:12306:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeidszaak. Ontbinding arbeidsovereenkomst i.v.m. verstoorde arbeidsverhouding, ondanks dat sprake is van het opzegverbod wegens ziekte. De beëindiging van de arbeidsovereenkomst is mede in het belang van werknemer. Geen veroordeling van werkgever tot vergoeding van de werkelijke proceskosten. Wel compensatie van de proceskosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:12306:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11243917 VZ VERZ 24-7267</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 19 november 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VIRO Schiedam B.V.</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Hengelo,</para>
      <para>verzoekster, </para>
      <para>verweerster in het tegenverzoek,</para>
      <para>gemachtigde: mr. P.A. Speijdel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats],</para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>verzoeker in het tegenverzoek,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.A.W. Holdtgrefe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘VIRO’ en ‘[verweerder]’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift van VIRO (ontvangen 2 augustus 2024), met bijlagen 1 tot en met 21;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift van [verweerder] met (voorwaardelijk) tegenverzoek (ontvangen </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>16 oktober 2024), met bijlagen 1 tot en met 24;</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de mail van de gemachtigde van VIRO (ontvangen 17 oktober 2024), met bijlagen 22 tot en met 29;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de spreekaantekeningen van de gemachtigden van partijen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 22 oktober 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [naam] (vestigingsleider Schiedam) voor VIRO, met mr. Speijdel;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [verweerder], met mr. Holdtgrefe. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Wat is de kern?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De arbeidsovereenkomst tussen partijen wordt ontbonden met ingang van </para>
        <para>1 januari 2025, omdat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Dit gebeurt ondanks het opzegverbod wegens ziekte. De ontstane situatie tussen partijen is niet het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten, niet van VIRO en niet van [verweerder]. Daarom heeft [verweerder] recht op transitievergoeding. Het gaat om € 5.586,90 bruto. Ook moet VIRO het loon van [verweerder] doorbetalen tot het einde van de arbeidsovereenkomst, met als uitgangspunt € 3.650,40 bruto per maand, en een eindafrekening maken, met verstrekking aan [verweerder] van een deugdelijke bruto-netto specificatie daarvan. Wat betreft de proceskosten wordt bepaald dat ieder van partijen de eigen kosten moet dragen. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Wat anders is verzocht wordt afgewezen.    </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Wat is er gebeurd?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>VIRO is een ingenieursbureau gespecialiseerd in projectmanagement en engineering. Zij helpt industriële organisaties met expertise en flexibele capaciteit. Ingenieurs van VIRO zijn vanuit haar kantoor op projectbasis werkzaam voor klanten. Zij kunnen ook worden gedetacheerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [verweerder] is vanaf 1 oktober 2020 bij VIRO in dienst. Aanvankelijk had hij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Vanaf 1 oktober 2022 heeft hij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. [verweerder] is parttime (voor 90%) werkzaam voor 36 uur per week in de functie Mechanical Engineer, met een salaris van € 3.650,40 bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Door bij partijen bekende gebeurtenissen vanaf eind 2022 is de arbeidsverhouding gaandeweg steeds meer verstoord geraakt. In de loop van 2023 hebben partijen geprobeerd tot overeenstemming te komen over beëindiging van het dienstverband, wat niet is gelukt. Na het aflopen van een detachering van [verweerder] bij een klant en hij weer op kantoor bij VIRO moest gaan werken, heeft [verweerder] zich op 6 maart 2024 ziekgemeld. Er heeft mediation plaatsgevonden, maar dat is geëindigd in juni 2024. Nadien hebben partijen nogmaals geprobeerd om tot overeenstemming te komen over beëindiging van het dienstverband, maar dat is toen weer niet gelukt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in het verzoek van VIRO om de arbeidsovereenkomst te ontbinden en aanvankelijk verweer van [verweerder] daartegen, met, voor het geval tot ontbinding wordt overgegaan, tegenverzoeken hoofdzakelijk gericht op het verkrijgen van vergoedingen. Ter zitting heeft [verweerder] te kennen gegeven te berusten in ontbinding van de arbeidsovereenkomst, maar de tegenverzoeken te handhaven, met uitzondering van het verzoek om het concurrentie- en het relatiebeding te vernietigen omdat VIRO heeft meegedeeld hem niet daaraan te zullen houden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Wat vindt de kantonrechter hiervan? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden ondanks opzegverbod</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Er is namelijk voldaan aan de voorwaarden voor opzegging<footnote-ref linkend="_e684bf1d-5b23-4721-9b5c-77835faa47a4" />. Weliswaar geldt een opzegverbod, want [verweerder] is ongeschikt voor het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, wat nog geen twee jaren heeft geduurd<footnote-ref linkend="_10594c2f-7aad-4a85-a506-769a7756cf37" />, maar de kantonrechter is van oordeel dat het mede in het belang van [verweerder] is dat de arbeidsovereenkomst eindigt<footnote-ref linkend="_38a6f01f-ebc1-491a-b647-8c3f6d763a0c" />. Dit om de volgende redenen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Redelijke grond</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Er is sprake van een diepgaand verstoorde arbeidsverhouding<footnote-ref linkend="_54468664-a77d-4d5b-91af-ee4388e0e78d" />, wat niet meer goed komt. Dit vindt bevestiging in wat door [verweerder] naar voren is gebracht in het verweerschrift en ter zitting. Over en weer is sprake geweest van diverse voorvallen, in het bijzonder tussen [verweerder] en zijn leidinggevenden, die hebben geleid tot frictie en wederzijdse ergernis en geleidelijk aan tot een zeer problematische verstandhouding. Deze situatie was al aan de orde vóór de uitval van [verweerder] door ziekte. Niet voor niets hebben partijen in 2023 gesproken over beëindiging van het dienstverband. De verstandhouding was toen al verstoord, maar de beëindiging ketste af op de financiële vergoeding. [verweerder] is vanaf het najaar van 2023 voornamelijk gedetacheerd geweest bij een klant, maar toen dat eindigde en hij weer op kantoor bij VIRO moest gaan werken, heeft hij zich per 6 maart 2024 ziekgemeld. In het verweerschrift valt te lezen dat [verweerder] hiertoe genoodzaakt is geweest door het slepende proces met stress en spanning. Daar waar [verweerder] nog kon werken bij de klant, is dat niet meer zo geweest bij VIRO, zodat kennelijk sprake is geweest van een voor [verweerder] onwerkbare en ziekmakende situatie. In die situatie is nadien geen verandering gekomen, ondanks dat nog geprobeerd is om via mediation tot een oplossing te komen.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Over het opzegverbod</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is klaarblijkelijk sprake van omstandigheden van dien aard dat de arbeidsovereenkomst (mede) in het belang van [verweerder] behoort te eindigen, wat reden is om het verzoek tot ontbinding in te willigen ondanks dat sprake is van een opzegverbod<footnote-ref linkend="_73b75571-6d09-4546-bb86-23c50055a2c1" />. Het vooruitzicht om weer bij VIRO aan het werk te moeten, met alle spanning van dien, is daarmee weg, wat kan bijdragen aan het herstel van [verweerder]. Naar verwachting kan [verweerder] spoedig elders aan de slag, zodra hij beter is en op zoek kan gaan naar ander werk, want de arbeidsmarkt is gunstig, in het bijzonder voor technici met de achtergrond van [verweerder]. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Herplaatsing? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Onder de gegeven omstandigheden heeft koersen op herplaatsing van [verweerder] in een andere passende functie niet in de rede gelegen<footnote-ref linkend="_b93222ba-f269-4037-8a00-8602e230d582" />, zodat het aangevoerde op dit punt niet opgaat.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Datum einde dienstverband </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <parablock>
        <para>Het einde van de arbeidsovereenkomst wordt bepaald op 1 januari 2025<footnote-ref linkend="_7e4dd5e7-aa26-4d20-a650-fe56353eece2" />.</para>
        <para>Daarbij is rekening gehouden met de opzegtermijn<footnote-ref linkend="_37bb419b-67ce-46d3-8ee8-3265c1192ffe" /> en de duur van deze procedure. In dit geval moet een termijn van één maand resteren, omdat geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten, waarover hieronder meer.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geen ernstige verwijtbaarheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de kantonrechter heeft geen van betrokkenen ernstig verwijtbaar gehandeld of nagelaten tegenover de ander. Het is zelfs lastig om te oordelen dat één van partijen in overwegende mate verwijtbaar heeft gehandeld. Zoals gezegd is het een proces geweest dat geleid heeft tot de situatie waarbij men niet meer door één deur kan. Beide partijen hebben daaraan bijdragen geleverd, maar niet zodanig dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. De lat ligt zeer hoog om dat te kunnen aannemen en in dit geval ontbreekt hiervoor voldoende feitelijke basis.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">VIRO moet een transitievergoeding betalen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>
        [verweerder] heeft recht op een transitievergoeding omdat aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan<footnote-ref linkend="_c2bb85cd-67ec-4455-ae89-73cedc225bcb" />, wat VIRO erkent. Op basis van het loon van € 3.650,40 bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag en de duur van vier jaar van de arbeidsovereenkomst is de hoogte van de vergoeding € 5.586,90 bruto. Dit bedrag moet VIRO betalen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Loonbetaling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>Ook heeft [verweerder] recht op betaling van zijn loon tot het einde van de arbeidsovereenkomst. Daarom wordt het daartoe strekkende verzoek toegewezen en VIRO veroordeeld tot betaling hiervan. Daarbij geldt als uitgangspunt het bedrag van € 3.650,40 bruto per maand, maar de kantonrechter weet niet zeker of dat bedrag voortdurend bij ziekte wordt doorbetaald. Partijen weten dat wel, wat reden is om dit toe te wijzen op de wijze hieronder vermeld. De 8% vakantietoeslag komt bij de eindafrekening aan bod.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Eindafrekening en verstrekking deugdelijke bruto-netto specificatie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>Tevens wordt toegewezen het verzoek van [verweerder] om VIRO te veroordelen tot betaling van de eindafrekening en daarin de niet genoten vakantie-uren en opgebouwde vakantietoeslag mee te nemen. Daarnaast wordt toegewezen het verzoek om VIRO te veroordelen tot verstrekking van een deugdelijke bruto-netto specificatie daarvan. Hieraan wordt geen dwangsom verbonden, want er is geen reden om te veronderstellen dat VIRO hieraan niet uit zichzelf gevolg zal geven, maar een prikkel nodig heeft.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Termijn betaling / voldoening</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>Voorts wordt toegewezen de verzoeken van [verweerder] die ertoe strekken te bepalen dat de betalingen en de verstrekking van de bruto-netto specificatie tijdig dienen te worden verricht. Wat betreft het loon binnen 30 dagen na de data waarop het verschuldigd wordt. Wat betreft de eindafrekening, de transitievergoeding en de bruto-netto specificatie binnen 30 dagen na de ontbindingsdatum.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rente </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <para>Het verzoek om VIRO te veroordelen tot betaling van rente over het loon, de transitievergoeding, en het bedrag van de eindafrekening vanaf de data van opeisbaarheid  wordt toegewezen. Wat betreft het loon en de eindafrekening wordt bepaald dat de rente gaat lopen na het verstrijken van de door [verweerder] verzochte (ruimere) betaaltermijn van 30 dagen. Wat betreft de transitievergoeding wordt erop gewezen dat de rente verschuldigd is vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd<footnote-ref linkend="_1704954f-70a8-41c5-9f5f-c3e3ea521add" />. VIRO weerspreekt dit niet. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">VIRO hoeft geen billijke vergoeding te betalen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.17.</nr>
      <para>De kantonrechter kent aan [verweerder] geen billijke vergoeding toe. Een billijke vergoeding kan namelijk alleen worden toegekend als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever<footnote-ref linkend="_e6349037-b19d-4859-af31-120dbe8d2f08" />. Dat is hier dus niet zo. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geen termijn intrekken verzoek </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.18.</nr>
      <para>VIRO krijgt geen termijn om het verzoek in te trekken, omdat geen billijke vergoeding wordt toegekend<footnote-ref linkend="_6a6eb416-2e5f-4c54-b423-e5ea60653884" />. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Schadevergoeding ter hoogte van werkelijke proceskosten? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.19.</nr>
      <para>Anders dan [verweerder] verzoekt wordt VIRO niet veroordeeld tot betaling aan hem van € 4.971,31 aan schadevergoeding omdat hij genoodzaakt is geweest juridische bijstand in te schakelen. Dat is alleen mogelijk onder buitengewone omstandigheden, zoals wanneer sprake is van misbruik van procesrecht of het onrechtmatig instellen van een procedure. Er is geen sprake geweest van het indienen van een verzoek dat, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had moeten blijven. Integendeel, voor het indienen van het verzoek is goede grond geweest om de redenen hierboven genoemd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.20.</nr>
      <para>Werkgever en werknemer kunnen samen de arbeidsovereenkomst beëindigen. Dat de werknemer, misschien daartoe gedrongen, zich genoodzaakt ziet om het gesprek hierover aan te gaan en dan juridische bijstand wil, is begrijpelijk, maar brengt niet zonder meer met zich dat de werkgever de daarmee gemoeide kosten zou moeten vergoeden uit hoofde van goed werkgeverschap<footnote-ref linkend="_0bf7862a-bee3-44ad-adf0-e22a49c31a0a" />. Te minder bestaat daarvoor aanleiding als het partijen niet lukt om er samen uit te komen, maar eigenlijk wel duidelijk is dat de arbeidsovereenkomst moet eindigen, in welk geval doorgaans (alleen) aanspraak is op transitievergoeding, en een gang naar de rechter nodig is om dit te realiseren, die dan slaagt, zoals in dit geval. Dan geldt als uitgangspunt dat de verliezer de proceskosten betaalt, waarbij het gangbare forfaitaire tarief wordt gehanteerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.21.</nr>
      <para>De onderhavige zaak onderscheidt zich in zoverre hiervan dat [verweerder], gelet op zijn arbeidsongeschiktheid door ziekte, in een lastiger positie heeft gezeten en bij instemming met beëindiging van de arbeidsovereenkomst een reëel risico zou lopen op inkomensverlies. [verweerder] zou mogelijk niet meteen weer elders aan de slag kunnen gaan. Een eventueel recht op een uitkering zou hij misschien niet geldend kunnen maken als de uitkeringsinstantie zich op het standpunt zou stellen dat ontslag met wederzijds goedvinden onder de gegeven omstandigheden verwijtbaar is. Hieraan wordt tegemoet gekomen door de proceskosten te compenseren, zoals hierna vermeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Partijen moeten de eigen proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.22.</nr>
      <para>De kantonrechter bepaalt dat VIRO en [verweerder] de eigen proceskosten moeten dragen. Dat betekent dat zij geen vergoeding hoeven te betalen voor de kosten die de andere partij heeft gemaakt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.23.</nr>
      <para>Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv). Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2025;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt VIRO om aan [verweerder] te betalen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>zijn loon, uitgaande van € 3.650,40 bruto per maand, binnen 30 dagen na afloop van de maand waarop het loon betrekking heeft, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat loon vanaf het verstrijken van die termijn van 30 dagen  tot de dag dat volledig is betaald;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 5.586,90 bruto aan transitievergoeding, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd tot de dag dat volledig is betaald;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het bedrag van de eindafrekening, bestaande uit de niet genoten vakantie-uren en opgebouwde vakantietoeslag, binnen 30 dagen na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd tot de dag dat volledig is betaald;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt VIRO om aan [verweerder] een deugdelijke bruto-netto specificatie van de eindafrekening te verstrekken binnen 30 dagen na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>wijst al het andere af. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>465</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_e684bf1d-5b23-4721-9b5c-77835faa47a4" label="1">
    <para> Artikel 7:671b, lid 1, onder a, en lid 2, gelezen in samenhang met artikel 7:669 lid 1 en lid 3, aanhef en onder g, BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_10594c2f-7aad-4a85-a506-769a7756cf37" label="2">
    <para> Artikel 7:670, lid 1, aanhef en onder a, BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_38a6f01f-ebc1-491a-b647-8c3f6d763a0c" label="3">
    <para> Artikel 7:671b, lid 6, aanhef en onder b, BW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_54468664-a77d-4d5b-91af-ee4388e0e78d" label="4">
    <para> Artikel 7:669, lid 3 aanhef en onder g, BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_73b75571-6d09-4546-bb86-23c50055a2c1" label="5">
    <para> Artikel 7:671b, lid 6, aanhef en onder b, BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b93222ba-f269-4037-8a00-8602e230d582" label="6">
    <para> Artikel 7:669, lid 1, BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7e4dd5e7-aa26-4d20-a650-fe56353eece2" label="7">
    <para> Artikel 7:671b, lid 9, aanhef en onder a, BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_37bb419b-67ce-46d3-8ee8-3265c1192ffe" label="8">
    <para> Artikel 7:672, lid 1 en lid 2, BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c2bb85cd-67ec-4455-ae89-73cedc225bcb" label="9">
    <para> Artikel 7:673 lid 1, aanhef en onder a, sub 2, en lid 7, aanhef en onder c, BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1704954f-70a8-41c5-9f5f-c3e3ea521add" label="10">
    <para> Artikel 7:686a, lid 1, BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e6349037-b19d-4859-af31-120dbe8d2f08" label="11">
    <para> Artikel 7:671b, lid 9, aanhef en onder c, BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6a6eb416-2e5f-4c54-b423-e5ea60653884" label="12">
    <para> Artikel 7:686a lid 6 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0bf7862a-bee3-44ad-adf0-e22a49c31a0a" label="13">
    <para> Artikel 7:611 BW in samenhang met artikel 6:96 BW.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>