<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:12246</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-12T10:49:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROT 24/9970</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:12246">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:12246</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-12T10:48:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:12246 Rechtbank Rotterdam , 03-12-2024 / ROT 24/9970</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:12246:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorlopige voorziening. Deze zaak gaat over de afwijzing van verzoeksters aanvraag om een bijstandsuitkering. Het college heeft de aanvraag van verzoekster afgewezen omdat zij zich niet had gelegitimeerd op het stadhuis of bij een kantoor van de gemeente en omdat zij onvoldoende informatie over haar slaap- en verblijfadressen had gegeven. De voorzieningenrechter vindt dat het college van verzoekster mocht verlangen zich te legitimeren. Daarnaast vindt de voorzieningenrechter dat verzoekster onvoldoende informatie over haar verblijfplaatsen heeft verstrekt om het recht op bijstand te kunnen vaststellen. Daarom heeft het college de aanvraag terecht afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:12246:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ROT 24/9970</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 december 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [verzoekster], uit [plaatsnaam], verzoekster</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. S. Karkache),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. R. Duivenvoorde).</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze zaak gaat over de afwijzing van verzoeksters aanvraag om een bijstandsuitkering. Het college heeft de aanvraag van verzoekster afgewezen omdat zij zich niet had gelegitimeerd op het stadhuis of bij een kantoor van de gemeente en omdat zij onvoldoende informatie over haar slaap- en verblijfadressen had gegeven. De voorzieningenrechter vindt dat het college van verzoekster mocht verlangen zich te legitimeren. Daarnaast vindt de voorzieningenrechter dat verzoekster onvoldoende informatie over haar verblijfplaatsen heeft verstrekt om het recht op bijstand te kunnen vaststellen. Daarom heeft het college de aanvraag terecht afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Met een besluit van 31 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft het college de aanvraag van verzoekster om een bijstandsuitkering afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Ook heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 25 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van het college. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Totstandkoming van het besluit</title>
    <para />
    <para>2. Verzoekster heeft op 18 september 2024 een bijstandskering aangevraagd. Het college heeft op 15 oktober 2024 aan verzoekster een mail gestuurd met daarin het verzoek om door te geven waar zij daadwerkelijk verblijft en om bankafschriften en salarisstroken over te leggen. Ook diende verzoekster zich te legitimeren bij het stadhuis of bij een kantoor van de gemeente. Verzoekster heeft per mail van 29 oktober 2024 gereageerd op het verzoek van het college en het formulier met slaapadressen, haar salarisspecificaties, bankafschriften, een kopie van haar Marokkaanse paspoort en een kopie van haar verblijfsvergunning toegestuurd. </para>
    <para />
    <para>3. Met het bestreden besluit heeft het college vervolgens de aanvraag van verzoekster afgewezen. Verzoekster heeft zich namelijk niet in persoon gelegitimeerd aan de balie met een geldig legitimatiebewijs. Ook mist een brief waarin verzoekster schrijft op welk adres zij elke dag van de week overnacht, de naam van de hoofdbewoner van dat adres en de relatie die verzoekster heeft tot de bewoners. Verder is het formulier slaap- en verblijfadressen onvolledig ingevuld.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het verzoek</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Verzoekster is het niet eens met de afwijzing van haar aanvraag. Zij vindt dat zij niet verplicht is zich aan de balie te legitimeren. Verder stelt zij dat zij in een auto slaapt waardoor zij het adres waar zij verblijft niet kan geven. Met het verzoek om voorlopige voorziening wil verzoekster bereiken dat zij een bijstandsuitkering ontvangt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De voorzieningenrechter wijst het verzoek af</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Heeft verzoekster een spoedeisend belang?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er voldoende spoedeisend belang bij de gevraagde voorlopige voorziening is voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter vindt dat er voldoende spoedeisend belang is voor een inhoudelijke beoordeling van het verzoek. Het verzoek heeft betrekking op algemene bijstand, een vangnetvoorziening. Een dergelijk verzoek is naar zijn aard spoedeisend, tenzij er duidelijke aanwijzingen zijn voor het tegendeel. Die aanwijzingen zijn er hier niet. Verzoekster ontvangt weliswaar salaris en alimentatie, maar het totaal daarvan ligt onder de bijstandsnorm.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat zijn de toepasselijke regels?</emphasis>
        </para>
        <para>7.	Iemand die bijstand aanvraagt, moet aannemelijk maken dat hij recht heeft op bijstand. De bewijslast van de bijstandbehoevendheid rust dus in beginsel op de aanvrager. Een aanvrager moet onder meer de nodige duidelijkheid geven over zijn woon- en verblijfplaats. Volgens vaste rechtspraak<footnote-ref linkend="_76651a1a-8c22-4dea-a544-7536532c6fcc" /> kan ook van iemand die stelt dak- of thuisloos te zijn worden gevergd dat hij controleerbare gegevens verstrekt over zijn feitelijke verblijfplaats. Vervolgens is het aan de bijstandverlenende instantie om deze inlichtingen op juistheid en volledigheid te controleren. Indien de aanvrager niet aan de wettelijke inlichtingen- of medewerkingsverplichting voldoet, is dit een grond voor weigering van de bijstand indien als gevolg daarvan het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Heeft verzoekster aannemelijk gemaakt dat zij recht heeft op bijstand?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>Verzoekster heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij recht heeft op bijstand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter vindt dat het college van verzoekster mocht verlangen dat zij zich in persoon legitimeerde bij het stadhuis of bij een kantoor van de gemeente. Ter zitting heeft de gemachtigde van het college uitgelegd dat dit enerzijds is om vast te stellen of verzoekster een geldig legitimatiebewijs heeft en anderzijds om vast te stellen of het geen ‘spookaanvraag’ betreft.<footnote-ref linkend="_ed74b100-d544-4032-ad72-a57650e8b03f" /> De voorzieningenrechter kan dit volgen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <para>Verder stelt de voorzieningenrechter vast dat verzoekster geen controleerbare gegevens heeft verstrekt over haar feitelijke verblijfplaats. Dat verzoekster deze gegevens niet wil verstrekken om de mensen die haar helpen niet in problemen te brengen, wat daar ook van zij, kan haar niet baten. Controleerbare gegevens over de feitelijke verblijfplaats zijn immers voor het college noodzakelijk om vast te kunnen stellen of verzoekster in Rotterdam verblijft en dus om het recht op bijstand vast te kunnen stellen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.4.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter vindt daarom dat het college de aanvraag van verzoekster om een bijstandsuitkering terecht heeft afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat verzoekster vooralsnog geen recht op bijstand heeft. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Lunenberg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.D.F. Oskam, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 december 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
  <footnote id="_76651a1a-8c22-4dea-a544-7536532c6fcc" label="1">
    <para> Bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 16 januari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:203.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed74b100-d544-4032-ad72-a57650e8b03f" label="2">
    <para> Zie ook de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 22 november 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4610.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>