<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:12136</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-19T11:02:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-029984-24 / TUL: 10-138278-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:12136">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:12136</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-05T13:45:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:12136 Rechtbank Rotterdam , 05-11-2024 / 10-029984-24 / TUL: 10-138278-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:12136:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Drie keer met mes steken in lichaam huisgenoot. Onvoldoende objectieve gegevens voorhanden over precieze wijze van steken. Vrijspraak van poging tot doodslag. Veroordeling voor poging tot zware mishandeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:12136:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10-029984-24</para>
      <para>Parketnummer vordering TUL: 10-138278-22</para>
      <para>Datum uitspraak: 5 november 2024</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1986,</para>
      <para>niet ingeschreven in de basisregistratie personen, </para>
      <para>raadsman mr. M. Kuipers, advocaat te Arnhem.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 22 oktober 2024.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. C. Goedegebuure heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van de impliciet primair ten laste gelegde poging tot doodslag;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 10-138278-22.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewijs en bewezenverklaring</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewijswaardering</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De impliciet primair ten laste gelegde poging tot doodslag kan wettig en overtuigend worden bewezen. De verdachte heeft aangeefster [slachtoffer] meermalen met een mes gestoken. Hierbij heeft hij pogingen gedaan om aangeefster in de romp te steken wat de dood tot gevolg had kunnen hebben. Bovendien heeft de verdachte op dusdanige wijze letsel veroorzaakt dat ook dat de dood tot gevolg kon hebben.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte moet worden vrijgesproken van zowel de impliciet primair ten laste gelegde poging tot doodslag als de impliciet subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. De verdachte ontkent de aangeefster met een mes te hebben gestoken. Er is onvoldoende onderzoek gedaan om dat vast te stellen. Indien wel bewezen wordt geacht dat de verdachte de aangeefster heeft gestoken, dan is er in ieder geval geen sprake van een poging tot doodslag.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>Het verweer dat niet kan worden bewezen dat de verdachte de aangeefster op de in de tenlastelegging bedoelde datum en plaats meermalen met een mes heeft gestoken en haar daarbij heeft verwond vindt zijn weerlegging in de bewijsmiddelen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien de aard van de verwondingen van aangeefster, waaronder een steekwond in de borst en twee betrekkelijk diepe snijverwondingen in de schouder of bovenarm en de onderarm, wordt bewezen geacht dat het steken met het mes met enige kracht heeft plaatsgevonden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Omdat verdere objectieve gegevens ontbreken, zoals over de precieze wijze waarop het steken plaatsvond, wat voor soort mes daarbij is gebruikt en of bij of voorafgaande aan het steken bijvoorbeeld doodsbedreigingen zijn geuit, kan niet met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte met haar handelen opzet, al niet in voorwaardelijke zin, heeft gehad op de dood van aangeefster. </para>
        <para>Anders dan waartoe de officier van justitie heeft gerekwireerd zal de verdachte daarom van de impliciet primair tenlastegelegde poging tot doodslag worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Wel wordt bewezen geacht dat de verdachte heeft geprobeerd aangeefster zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Door met een mes drie keer met enige kracht te steken in het borst en schouder of bovenarm van de aangeefster, ontstond de naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk kans dat de aangeefster zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Door op deze manier te handelen, kan het niet anders dat de verdachte die kans ook bewust heeft aanvaard. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De impliciet subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling wordt dan ook wettig en overtuigend bewezen geacht. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>In bijlage II is de inhoud van de wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de voor het bewijs redengevende inhoud van wat hiervoor onder 4.1 is opgemerkt, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het impliciet subsidiair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>zij op 27 januari 2024 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen meermalen (met kracht) met een mes heeft gestoken in het lichaam, van die [slachtoffer] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feit</title>
    <para>Het bewezen feit levert op: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">poging tot zware mishandeling.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit. Het feit is dus strafbaar. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straf</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Algemeen</emphasis>
        </para>
        <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feit </emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft een andere vrouw, die in dezelfde arbeidsmigrantenwoning als zij woonde, nadat er een ruzie was ontstaan, driemaal met een mes gestoken. Het slachtoffer is geraakt in de linkerzijde van de borstkas (onder de oksel), aan de achterzijde van de linkerschouder en in de binnenzijde van de linker onderarm. Door op deze wijze te handelen heeft de verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Dat het slachtoffer niet zwaarder gewond is geraakt, is niet aan het handelen van de verdachte te danken. Door dusdanig geweld te gebruiken bij een gering conflict tussen huisgenoten, heeft de verdachte zeer buitenproportioneel gehandeld. Naast de gevolgen voor het slachtoffer, brengen dergelijke geweldsuitbarstingen ook gevoelens van onveiligheid mee voor de personen die er getuige van waren en voor de samenleving in het algemeen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Persoon verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Uit een uittreksel uit de justitiële documentatie van 24 september 2024 blijkt dat de verdachte eerder veroordeeld is voor een geweldsdelict. Dit wordt als strafverzwarend meegewogen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Straf</emphasis>
        </para>
        <para>Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van die strafsoort en de duur daarvan is rekening gehouden met de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Benadeelde partij</title>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vordering</emphasis>
        </para>
        <para>Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [slachtoffer] . De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 3.000,- voor geleden materiële schade.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet is onderbouwd en dat de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk is in haar vordering. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, gelet op de vrijspraak die is bepleit. Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat de vordering niet is onderbouwd en de benadeelde partij ook om die reden niet-ontvankelijk moet worden verklaard. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd onvoldoende is onderbouwd.  De vordering kan desgewenst bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Vordering tenuitvoerlegging</title>
    <paragroup>
      <nr>9.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd</emphasis>
        </para>
        <para>Bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 26 oktober 2023, is de verdachte ter zake van mishandeling van een ambtenaar en wederspannigheid met als gevolg enig lichamelijk letsel veroordeeld  voor zover van belang  tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 14 dagen, met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 9 november 2023.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf dient te worden toegewezen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>Het hierboven bewezen verklaarde feit is na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van het bewezen feit heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat zij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Er worden evenwel termen aanwezig geacht die last niet te geven, doch in plaats daarvan de proeftijd te verlengen met één jaar.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 45 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>12</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen dat de verdachte het impliciet primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart <emphasis role="bold">bewezen</emphasis>, dat de verdachte het impliciet <emphasis role="bold">subsidiair ten laste gelegde feit</emphasis> zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden</emphasis>;,<?linebreak?></para>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart <emphasis role="bold">de benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis> niet-ontvankelijk in de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">wijst af</emphasis> de gevorderde <emphasis role="bold">tenuitvoerlegging</emphasis> van de bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 26 oktober 2023 aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">verlengt de proeftijd</emphasis> die is verbonden aan de bij vonnis van 26 oktober 2023 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf met <emphasis role="bold">1 jaar</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.K. Asscheman-Versluis, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. H.J. de Kraker en N. Shahani, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.M. Voorwinden, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 november 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op of omstreeks 27 januari 2024 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk, van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen meermalen (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, heeft gestoken/gesneden in de bovenarm en/of onderarm en/of oksel, althans het lichaam, van die [slachtoffer] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>