<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:12105</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T12:28:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10881949 CV EXPL 24-1351</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2025/2</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:12105">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:12105</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-09T14:03:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:12105 Rechtbank Rotterdam , 03-10-2024 / 10881949 CV EXPL 24-1351</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:12105:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Oneerlijk huurprijswijzigingsbeding, geen huurachterstand meer, geen sprake van verjaring.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:12105:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 10881949 CV EXPL 24-1351</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 3 oktober 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Havensteder,</emphasis>
      </para>
      <para>vestigingsplaats: Rotterdam,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: (waarnemend) gerechtsdeurwaarder J. Snoek,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [gedaagde 1],</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [gedaagde 2],</emphasis>
      </para>
      <para>woonplaats: [woonplaats],</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>die niet zijn verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘Havensteder’ en ‘[gedaagden]’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 11 juli 2024 en de daarin genoemde stukken;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte ter rolle van Havensteder, met een bijlage.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het voornoemde tussenvonnis is Havensteder nog éénmaal in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de eventuele huurachterstand, berekend vanaf de aanvang van de huurovereenkomst tot en met de maand december 2023, op basis van de geldende huurprijs van € 1.370,- per maand, de verschuldigde bijkomende kosten en vergoedingen en het totaalbedrag dat [gedaagden] volgens Havensteder nog verschuldigd zijn. Zij heeft daarna een akte genomen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op het moment van dagvaarden was er geen huurachterstand</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Havensteder heeft berekend dat, rekening houdend met de eerste huurprijs van € 1.370,- per maand, over de jaren 2017 tot en met 2023 € 9.726,60 in totaal teveel bij [gedaagden] in rekening is gebracht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het beroep van Havensteder op verjaring voor de periode 2017 tot en met 2019 wordt verworpen. Het recht van [gedaagden] op terugbetaling is namelijk pas ontstaan op het moment van vernietiging van het oneerlijke huurprijswijzigingsbeding bij vonnis van de kantonrechter van 23 mei 2024. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de verjaringstermijn op een eerder moment te laten aanvangen, aangezien vanuit de overheid niet eerder op de mogelijke oneerlijkheid van huurprijswijzigingsbedingen is gewezen en ook rechters hierop tot voor kort niet actief hebben getoetst. Tot slot geldt dat een consument die een overeenkomst met een oneerlijk beding heeft gesloten, niet kan worden verweten dat hij zich niet tot de bevoegde nationale rechter heeft gewend om de hem door Richtlijn 93/13 gewaarborgde rechten uit te oefenen, wanneer de betrokken verkoper niets heeft ondernomen, ondanks het feit dat het oneerlijke karakter van vergelijkbare bedingen is vastgesteld in vaste nationale rechtspraak die deze verkoper ertoe had moeten aanzetten om de consument op eigen initiatief te benaderen en de gevolgen van dat oneerlijke beding zo snel mogelijk op te heffen<footnote-ref linkend="_1b27c7e7-d517-4c9d-aefb-7a515a662008" />. Daarom kan in deze zaak van verjaring geen sprake zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande was er op het moment van dagvaarden geen sprake van een huurachterstand. [gedaagden] hebben namelijk tot en met december 2023 juist € 5.237,76 teveel betaald (€ 4.488,84 -/- € 9.726,60). De eisen van Havensteder worden daarom afgewezen.   </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Havensteder moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Havensteder moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [gedaagden] op nihil, omdat zij niet in deze procedure zijn verschenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de eisen af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt Havensteder in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagden] worden begroot op nihil.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>43416</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_1b27c7e7-d517-4c9d-aefb-7a515a662008" label="1">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie 13 juli 2023, ECLI:EU:C:2023:569</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>