<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:12018</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-03T11:53:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">FT EA 21-1067</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=358&amp;g=2008-03-26">Faillissementswet 358</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:12018">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:12018</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-03T11:51:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:12018 Rechtbank Rotterdam , 26-11-2024 / FT EA 21-1067</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:12018:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Schone lei toegewezen. Schuldenares heeft een tekortkoming in de nakoming van de inspanningsverplichting laten ontstaan en zij heeft een nieuwe schuld laten ontstaan. Deze tekortkomingen blijven gezien hun bijzondere aard dan wel geringe betekenissen buiten beschouwing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:12018:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">verlening schone lei</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>insolventienummer: [nummer]</para>
      <para>uitspraakdatum: 26 november 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 15 september 2021 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [schuldenares],</emphasis>
      </para>
      <para>
        [adres]
      </para>
      <para>
        [woonplaats],</para>
      <para>schuldenares,</para>
      <para>bewindvoerder: mr. P.A. Loeff.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter zitting van 18 november 2024. De bewindvoerder heeft op 12 november 2024 schriftelijk verslag uitgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting van 18 november 2024 zijn verschenen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [schuldenares], schuldenares;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de heer N. Pavljasevic, waarnemend bewindvoerder; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>mevrouw R. Hengst, beschermingsbewindvoerder. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt dat schuldenares weliswaar toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten maar dat deze tekortkomingen gezien hun bijzondere aard dan wel geringe betekenissen buiten beschouwing blijven. Schuldenares heeft een tekortkoming in de nakoming van de inspanningsverplichting laten ontstaan en zij heeft een nieuwe schuld laten ontstaan. Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen. Aan schuldenares zal daarom de zogenoemde “schone lei” worden verleend. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inspanningsverplichting</emphasis>
      </para>
      <para>Schuldenares heeft een tekortkoming in de nakoming van de inspanningsverplichting laten ontstaan. Schuldenares heeft in de periode mei tot en met september 2024 geen sollicitatiebewijzen aan de bewindvoerder overgelegd. Over de maand oktober 2024 heeft zij wel sollicitatiebewijzen overgelegd. Schuldenares heeft sinds november 2024 een baan bij de Kruidvat. Hierdoor is voor de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat schuldenares zich in de periode mei tot en met september 2024 voldoende heeft ingespannen om te solliciteren naar betaald werk. Daarnaast heeft schuldenares in de periode dat zij niet heeft voldaan aan de zogeheten inspanningsverplichting haar schuldeisers niet benadeeld, doordat zij haar WW-uitkering heeft behouden. </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nieuwe schuld </emphasis>
      </para>
      <para>Schuldenares heeft een nieuwe schuld laten ontstaan bij de Belastingdienst in verband met teveel ontvangen kinderopvangtoeslag 2024. De nieuwe schuld bedraagt € 2.063,-. Ter zitting hebben schuldenares en de beschermingsbewindvoerder toegezegd dat zij de zogeheten boedelvoorstand van € 1.363,87 zullen gebruiken om de nieuwe ontstane schuld bij de Belastingdienst af te betalen. De beschermingsbewindvoerder heeft verklaard dat er voldoende reserves op de beheerrekening aanwezig zijn om samen met de boedelvoorstand de nieuwe schuld aan de Belastingdienst in één keer te betalen. De rechtbank gaat ervan uit dat schuldenares en de beschermingsbewindvoerder zich aan deze toezegging zullen houden. Aan schuldenares zal daarom de zogenoemde “schone lei” worden verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>stelt vast dat schuldenares toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en bepaalt dat deze tekortkomingen gezien hun bijzondere aard dan wel geringe betekenissen buiten beschouwing blijven;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenares eindigen op 15 september 2024;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten, overnamevergoeding en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 3.814,40;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier in het openbaar uitgesproken op 26 november 2024.<footnote-ref linkend="_ff86f4de-cce0-4af5-9e15-aa75c31e8984" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_ff86f4de-cce0-4af5-9e15-aa75c31e8984" label="1">
    <para> Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>